Column

Emmanuel Macron, Frans atlanticus

Handdrukken, een omarming, kussen en Trump die wat roos van het jasje van zijn gast haalde. Na de fameuze witte-knokkel-handdruk van vorig jaar stonden de camera’s op scherp voor de lichaamstaal tussen beide mannen tijdens het driedaags staatsbezoek van Emmanuel Macron aan Washington.

De Franse president werd met alle egards ontvangen. Als enige Europese leider vindt hij een verhouding tot Trump. Bondskanselier Merkel is hem te belerend; de Britse premier May te inschikkelijk; geen van beiden heeft gevoel voor show. Macron slaagt erin Trump te charmeren – de militaire parade in Parijs op 14 juli vorig jaar was een voltreffer – en toch zijn punt te maken. Zo ook tijdens zijn vurige rede in het Congres die woensdag het sluitstuk van zijn bezoek was.

Uiteraard trok Macron alle registers open over gedeelde geschiedenis, cultuur en strijd voor democratie – tot en met Voltaire en Benjamin Franklin die elkaar op straat in Parijs in de armen zouden zijn gevallen. Tegelijk keerde hij zich tegen Trumps wereldbeeld en afbraak van de internationale orde. „We kunnen kiezen voor isolationisme, terugtrekken, nationalisme. Het is een optie. Maar dat zal de ontwikkelingen in de wereld niet keren. Het zal zorgen van burgers niet wegnemen, maar doen opvlammen.” Andere, strategischere machten zullen het vacuüm vullen en, zei Macron, de wereld naar hun model inrichten; dus hebben we een nieuw, sterker multilateralisme nodig, mét de Verenigde Staten. Tot enthousiasme van de Democratische Congresleden bepleitte hij opnieuw Amerika’s inzet voor het VN-klimaatakkoord („There is no Planet-B”).

Maar het hoofddoel van zijn diplomatiek offensief is het redden van het kernakkoord met Iran – een technisch onderwerp met hoge strategische inzet. Trump noemde dit meesterstuk van Obama’s Midden-Oosten-politiek „de slechtste deal ooit” en wil er onderuit. Deadline: 12 mei. Het akkoord verplicht Iran tot 2025 de verrijking van uranium en productie van plutonium op te schorten, in ruil voor opheffing van westerse sancties. Het grondidee van de Europese initiatiefnemers in Parijs, Londen en Berlijn: Iran mag weer, net als in de jaren zeventig, een handelsmacht worden, als het zijn streven opgeeft een kernmacht te worden.

Voor de Iraanse bevolking een heldere keuze; zo drukte gematigd leider Rohani de deal door. Maar de economische voordelen blijven uit. Weliswaar popelen Europese bedrijven de potentieel lucratieve Iraanse markt op te gaan, maar het loopt vast op export- en investeringskredieten. Le Figaro herinnerde eraan wat bank BNP Paribas in mei 2015 overkwam: een boete van 9 miljard dollar opgelegd door de Amerikaanse justitie, vanwege het financieren van olie-export. Deze megaboete traumatiseerde grote Europese banken. Uit angst markttoegang in Amerika te verliezen zetten ze geen stap in Iran zonder toestemming uit Amerika. En die komt niet.

Ernstiger is het risico op escalatie en oorlog. Trump wil de zekerheid dat Iran ook na 2025 geen kernmacht wordt; dat willen Frankrijk en de andere ondertekenaars ook. Parijs wil Trump tegemoet komen met aanvullende afspraken, waarin ook aandacht is voor het Iraanse spierballenvertoon in bijvoorbeeld Syrië. Maar Macron weigert een bestaand akkoord eenzijdig op te blazen, te meer daar Iran zich volgens het VN-atoomagentschap aan de afspraken houdt. Er zijn repercussies voor andere tonelen. Hoe kan Trump Noord-Korea tot inschikkelijkheid bewegen als hij zich onbetrouwbaar toont jegens Iran?

Deze vrijdag is Angela Merkel in Washington, voor een eendaags werkbezoek, met dezelfde boodschap over Iran. Hopelijk haalt ze ook wat Franse flair uit haar handtas.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).