Ties van Soest is een jonge ster met hoog ijshockey-IQ

IJshockey International Ties van Soest is pas 17 jaar, Nederlands grootste talent, en debutant op het WK in Tilburg. Hij wil snel naar Noord-Amerika.

De 17-jarige Ties van Soest wil in Noord-Amerika eerst slagen als collegespeler, daarna ziet hij wel verder. Foto Merlin Daleman

En weg is-ie. Snel bij zijn moeder in de auto, naar Eindhoven, voor een extra rijles om maandag goed voorbereid examen te kunnen doen. Past, tussen een interview en training, net in het schema van de enige wedstrijd-loze dag op het WK ijshockey (vierde niveau) in Tilburg.

Ties van Soest, met zeventien jaar de jongste speler in de Nederlandse selectie, heeft meer aan zijn hoofd dan het WK. Hij moet komende maand ook nog eindexamen VWO doen. Maar dan, ja dan, gloort in Noord-Amerika mogelijk een glanzende carrière als ijshockey-prof.

Hij is goed, Ties van Soest uit Son en Breugel. Zeggen alle kenners. Dusdanig goed, dat bondscoach Doug Mason hem vol overtuiging op het WK laat debuteren. „Ties heeft een hoog ijshockey-IQ. Hij snapt het spelletje en heeft de rust onder druk de juiste beslissingen te nemen. Je hoeft Ties de tactiek niet tien keer uit te leggen; je kunt hem bij elke situatie op het ijs zetten.”

Wat een pluimen voor een speler die slechts ervaren is in Duitse juniorencompetities en pas dit seizoen met de routiniers van Oranje kennismaakte. Dat hij talent heeft, beseft Van Soest – derde zoon in een gezin van vier ijshockey-broers – maar voor een plaats in de WK-selectie achtte hij zich niet goed genoeg. Bescheiden: „Met al die jongens van het sterke Tilburg Trappers in de voorselectie had ik me geen illusie gemaakt. Dat WK ga ik niet halen, dacht ik. Wel dus. Tot mijn verbazing.”

De jonge ijshockeyer, die zichzelf als een playmaker kwalificeert, een speler met overzicht en mooie passjes, kent zijn tekortkomingen. Van Soest mist de explosiviteit om snel weg te schaatsen, vindt-ie zelf, en in de spiegel ziet hij meer knul dan kerel.

Ach, redeneert bondscoach Mason, zijn fysiek groeit met de jaren. Daarin moet Van Soest investeren, vanzelfsprekend, maar zijn gogme vindt de bondscoach veel waardevoller. Omdat een team slagvaardige spelers nodig heeft. „Vergis je niet, ijshockey is de snelste, meest dynamische teamsport ter wereld”, benadrukt Mason de hoge moeilijkheidsgraad.

Vallen, vallen en vallen

Uitgerekend in die biotoop voelt die rustige Brabander zich thuis. Vanaf zijn vierde, de leeftijd waarop Ties van Soest, in navolging van twee oudere broers, voor het eerst ijshockeyschaatsen onderbond. Het was vallen, vallen en vallen, herinnert hij, maar de kick van ijshockey die hem destijds beroerde, is nooit verdwenen. Sterker, de liefde voor de sport is met de jaren sterker geworden. Eerst bij de club Kemphanen in Eindhoven en vanaf zijn elfde, al pendelend, bij het Duitse Düsseldorfer EG. Als zijn carrière verloopt zoals Van Soest zich dat voorstelt, maakt hij komende zomer de stap naar de Amerikaanse juniorencompetitie USHL.

Hij heeft de fundering voor ijshockey op NHL-niveau

Doug Mason bondscoach

Noord-Amerika, dáár wordt het echte ijshockey gespeeld, niet in Nederland, „waar het ijshockey niets voorstelt”. Van Soest heeft al vergaande contacten met een club in Zuid-Dakota, maar het kan evengoed een team aan de westkust worden. Na een stage in februari gaat hij in juni terug naar Zuid-Dakota en hoort de ijshockeyer of hij welkom is. Van Soest gunt zich een gewenningsjaar om vervolgens de stap naar het college-ijshockey (NCAA) te maken, bij voorkeur in combinatie met een studie econometrie of technische bedrijfskunde.

De stap naar de NHL is groot

En daarna de NHL, de Noord-Amerikaanse profcompetitie? Alleen het noemen van die naam al maakt hem bescheiden. Die stap is groot, weet Van Soest al te goed. Eerst slagen als college-speler, daarna ziet hij verder.

De juiste attitude, redeneert bondscoach Mason. „Omdat alleen de mentaal allersterksten de NHL halen. Vergis je niet, hè, vier keer per week spelen met een totaal van minimaal 84 wedstrijden per seizoen. En dan kom je ook trainers tegen die kwaad op je zijn, je naar de tribune sturen of uitlenen aan een andere club. Dat moet je allemaal kunnen incasseren. Het slagingspercentage is laag. Maar Ties heeft één voordeel: hij heeft de fundering om ijshockey op NHL-niveau te spelen.”

Ties van Soest tijdens een training in Tilburg.Foto Merlin Daleman

Van Soests plaats in de hiërarchie van het Nederlands team op het WK in Tilburg is een goede test voor een Amerikaans avontuur. Natuurlijk vervult hij als forward een volwaardige rol in één van de vier aanvalslijnen van drie spelers die om de 30 à 40 seconden op het ijs komen, maar zodra een Nederlandse speler op de strafbank belandt en het spel tijdelijk ‘bevroren’ moet worden, kijkt Van Soest vanaf de bank toe. Dat specialistische klusje is voorbehouden aan ervaren en meer creatieve spelers.

Iets voor later. De toekomst van de Nederlandse ijshockeyploeg is deels aan hem, doorziet Van Soest. Maar de scholier gunt zichzelf de tijd, op een rustige, doordachte manier, analoog aan zijn evenwichtige karakter. De getalenteerde ijshockeyer mist ook de opwinding om per se in de voetsporen van Daniel Sprong van de Pittsburgh Penguins, momenteel Nederlands enige NHL-speler, te treden.

Van Soest voelt amper verwantschap met Sprong, die hij meer als een Canadees beschouwt. Als hij een idool moet noemen, is dat de Canadees P.K. Subban, een van de weinige donkere NHL-spelers, die hij bewondert vanwege diens harde bodychecks, uitbundigheid op het ijs en sociale projecten met nooddruftige kinderen. „Die man spreekt mij aan”, beklemtoont Ties van Soest. Waarna hij zijn gezicht in een glimlach plooit.

    • Henk Stouwdam