De herrijzenis van het armlastige Fortuna Sittard

Voetbal Fortuna Sittard was vijf jaar geleden vrijwel failliet, een sterfhuis. Nu staat de club aan de poort van de eredivisie. Met dank aan een ‘autoboer’ uit Geertruidenberg.

Vanuit de krochten van de eerste divisie richting eredivisie

Bij Fortuna Sittard noemen ze hem het oliemannetje. Een officiële rol heeft hij nooit gehad, toch zat hij als niet-Limburger overal tussen. De verbinder. De man die via leaseauto’s onbedoeld betrokken raakte bij een club in nood. Hij inventariseerde stapels openstaande facturen, schetste aan zijn keukentafel een reddingsplan en moedigde ontredderde geldschieters aan om de club niet op te geven. Het was Jan van Beelen die naast de nieuwe clubeigenaar zat, de zakenman uit Istanbul, toen die zijn eerste interview gaf. Van Beelen, de man die elk duel bezoekt zonder met zijn all-accesspas te hoeven zwaaien, en erna met een omhelzing afscheid neemt van bestuursleden die hij inmiddels beschouwt als vrienden. Zijn christelijke geloof heeft het hem altijd voorgespiegeld: wie goed doet, goed ontmoet.

Nu Fortuna op de drempel van de eredivisie staat – bij winst op Jong PSV is promotie een feit – kijkt hij met trots terug op zijn missie in Sittard. De dreigtelefoontjes, het onophoudelijke crisisberaad – het was het waard. Voor hem wel. Uit een rondgang langs betrokkenen blijkt ook dat een noodlijdende voetbalclub voor goedwillende financiers een moeras kan zijn. Zit je erin, dan kom je er amper nog uit.

Van achter de schermen heeft een 49-jarige autoboer uit Geertruidenberg het allemaal zien gebeuren. De neergang, de herrijzenis. Bloed, zweet en tranen.

Leaseauto’s

Vijf jaar eerder staan achttien gloednieuwe Kia’s zij aan zij voor het stadion van Fortuna. Het is 21 mei 2013, de dag dat de sleutels van de nieuwe leaseauto’s aan de spelers worden overhandigd. „Fortuna Sittard heeft gekozen voor Kia vanwege de hoge betrouwbaarheid”, staat een dag later op de clubsite. „De keuze van Kia bevestigt ons geloof in een nieuwe manier om betaald voetbal uit te voeren.”

De leveranciers zijn al even verguld met de overeenkomst, al is Jan van Beelen ervan doordrongen dat ze een groot risico hebben genomen. Hij is weliswaar goed bevriend met oud-speler Kevin Hofland, die hem voor de deal benaderde, maar dan nog. Welk leasebedrijf sluit een deal van 10.000 euro per maand met een voetbalclub die een halfjaar eerder nog maar 200 euro op de bank had staan?

Een jonge fan van Fortuna bewaakt een afgezwaaide bal op de training.

Bij De Lease Maatschappij (DLM) uit het Brabantse Oosterhout vragen ze zich dat ook nog weleens af. Kia-medewerker Van Beelen, die later voor DLM zou gaan werken, kende oprichter Eric Kok en wist van diens streven om te groeien in de provincie Limburg. Kok screent de club, ziet dat de boel op „sterven na dood” is, maar blijft geïnteresseerd. Clubs als PSV zijn voor zijn bedrijf te hoog gegrepen. Het armlastige Fortuna niet.

Toch is het alsof ze samen een sterfhuis binnenstappen. De club bedrijft betaald voetbal in de meest magere vorm. Fortuna houdt kantoor in de kantine van een amateurclub, terwijl het stadion – om te besparen – wordt schoongemaakt door mensen met een taakstraf. De businessclub is uitgekleed. Dieptepunt is een thuiswedstrijd waarbij ze vooraf de enige dinerende sponsoren zijn. Het restaurant, dat later werd gesloten, oogde die avond zo leeg was als de tribunes en de clubkas.

„Oei oei Jan”, verzuchtte Kok tegen Van Beelen. „Dit is wel heel ongezellig.”

Zakelijk is er dan al geen weg terug. Al van begin af aan heeft Fortuna moeite om de leaserekening te betalen. Terwijl de spelers hun Kia’s blijven voltanken, zou de betalingsachterstand vanaf 2013 oplopen tot meer dan 100.000 euro. Continu staat DLM voor een dilemma. De auto’s invorderen scheelt verdere achterstand. Maar zonder vervoer voor spelers heeft Fortuna er een probleem bij. Hoe meer problemen, hoe aannemelijker het absolute doemscenario: een faillissement.

Tussen 2013 en 2016 is DLM niet het enige bedrijf waar Fortuna een schuld opbouwt. Van de Belastingdienst en de KNVB tot de eigenaar van het stadion en het bedrijf achter de koffieautomaten; iedereen heeft geld tegoed. Grote bedragen, die een faillissementsaanvraag zouden rechtvaardigen. Maar dan, weten Kok en Van Beelen, heb je alleen maar verliezers.

Er is maar één oplossing. Er moet geld bij. Maar van wie?

Oplossingen

Wie in het DLM-kantoor de trap naar boven neemt, stuit op een rijk palet aan ingelijste shirts. Tricots van darters Raymond van Barneveld en Michael van Gerwen, oud-spits Wim Kieft en andere prominenten die als ambassadeur voor DLM werken. Eén shirt, zonder naam, springt eruit: het groengeel van Fortuna, de club waarover in dit gebouw zo eindeloos is gesproken.

Aanjager van die gesprekken is Jan van Beelen. Hij is sinds 2015 in dienst bij DLM en heeft zich datzelfde jaar voorgenomen de club te helpen. Zijn nieuwe baas, Eric Kok, gunt hem de gelegenheid. Deels uit eigenbelang: hij wil Fortuna’s betalingsachterstand voorlopig niet afboeken. Doet hij niet geheimzinnig over. „Maar hou het wel binnen de perken”, zegt Kok. „Je gaat niet continu naar Sittard.”

Supporters langs de lijn kijken mee naar de training van de selectie van Fortuna Sittard, vlak voor het slotweekend van de eerste divisie.

Veel scheelt het niet. Van Beelens telefoon zou die dagen onophoudelijk gaan. Thuis, in zijn Audi, op het werk. Hij spreekt met iedereen. Langs de weg in Van der Valks, thuis, op kantoor. Overlegt uren met Fortuna’s suikerooms Jo Abelshausen en Sjra Philippen. Bespreekt kansen met sponsoren. Vraagt geldschieters als René ter Borgh en Ron Quaedvlieg om hulp. Wie kan nog wat missen?

Voor Abelshausen en Philippen wordt dat steeds moeilijker. De twee bemiddelde zeventigers staken vanaf 2000 circa vier miljoen euro in de club. Toen in 2016 ook hun grens in zicht kwam, leende Abelshausen nog geld met vastgoed in onderpand. Beide mannen overwogen privébezit te verkopen om te blijven inleggen. Fortuna was ermee geholpen, zij minder. Abelshausen steggelt tot op de dag van vandaag over de afspraken die toen zijn gemaakt. „Als wij niks gegeven hadden, was er nu geen feest”, zegt Abelshausen. „We hebben het gedaan uit liefde, maar het was alsof we water naar de zee hebben gedragen”, zegt Philippen.

In die fase raakt ook René ter Borgh van schoonmaakfirma Ruitenheer met de club verstrengeld. Uit genegenheid toont hij zich bereid om bij te springen. Eerst een beetje, dan steeds meer. Van de 618.000 euro die hij heeft gegeven (die hij nu via een rechtszaak hoopt terug te krijgen) werd het merendeel aangewend voor achterstallige spelerssalarissen. Ter Borgh: „Soms dacht ik: zak door de stront allemaal. Maar dan zei Jan weer hoe ver we waren. Zo iemand laat je niet vallen.”

Zittend tegenover mensen die begaan zijn met de zaak, laat Jan van Beelen aan niemand merken dat ook hij slapeloze nachten heeft. Velen zien een optimistische figuur die elk gesprek tot in detail vastlegt, tot bij de notaris aan toe. Maar van binnen voelt hij stress. Wat als de boel klapt? Dan heeft hij het straks gedaan. Nu al vragen de media hem om updates over de worsteling. Onbekende individuen bellen hem dreigend op. Dat hij het niet moet wagen de club kapot te laten gaan.

Bedrijfsdokter

De komst van de crisismanager kon niet uitblijven. Ze noemen Paul van der Kraan de bedrijfsdokter van de voetballerij, en het is niet voor niets dat hij na zijn saneringsoperatie in Sittard al snel tot Paul van de Geldkraan wordt gedoopt. Na een telefoontje met Van Beelen gaat hij vanaf februari 2016 Fortuna’s crediteuren om de tafel. Hij moet voor elkaar boksen dat de schuldeisers genoegen nemen met een derde van de totale schuld van 1,5 miljoen euro. Het is dát of niets.

Er arriveert nog een boodschapper van slecht nieuws. Wederom een man uit Van Beelens netwerk. Tegen een gereduceerd tarief toont Henk Hoogardie, personeelsadviseur bij All4people, zich bereid om de ontslagen op kantoor af te wikkelen. Wie mag blijven, wie niet. „Al was de situatie zo nijpend dat eigenlijk iedereen zo snel mogelijk van de payroll moest, van de receptioniste tot de mensen van de kaartverkoop”, zegt Hoogardie. „Elk gewoon bedrijf was allang failliet geweest.”

Met zeven ontslagen onder tien kantoormedewerkers wordt de organisatie gestript als een oud huis. Supporters bemannen die weken per toerbeurt de telefoon bij Fortuna. Andere vrijwilligers komen soms vijftig euro toestoppen. Zodat het overgebleven personeel koffie en thee kan halen.

Op de achtergrond blijft Van Beelen met Kevin Hofland geldschieters benaderen. Mannen als Ron Quaedvlieg uit Maastricht, een vermogende zakenman die een tijdje wikt en weegt voordat hij instemt met financiële hulp. „Ik gaf Jan zelf mijn hand, maar daarna liet hij ook niet meer los”, zegt Quaedvlieg.

De sabbatical die Quaedvlieg voor zichzelf had ingelast, was plotsklaps voorbij. Hij wordt een van de mannen die met enkele andere ondernemers het stadion van Fortuna heeft opgekocht. Een van hun eerste stappen is de verhuizing van Fortuna’s kantoor. Van de amateurvoetbalkantine terug naar het stadion. Ze ontwikkelden een nieuwe spelershome en ook het restaurant is weer open.

Promotie

Als vreemde eend in de bijt hield hij hoop en geloof in stand. Maar het vele bemiddelen van Jan van Beelen zou geen effect hebben gehad als zich in de lente van 2016 niet een man had aangediend met wie hij nog steeds elke dag contact heeft: Isitan Gün, de zakenman uit Istanbul, die er zo’n 1,5 miljoen euro overhad om Fortuna te kopen.

Twee jaar en vele overwinningen later komt Van Beelen nog elke uit- en thuiswedstrijd bij Fortuna. Onlangs zat hij met gestrekte benen over de fluweelrode stoelen in de skybox van Gün. Het was de dag van het thuisduel met FC Den Bosch. Samen met zijn collega had Van Beelen er een werkbespreking gehad, toen Gün arriveerde met twee volle boodschappentassen. De Turk begroette hen hartelijk voordat hij zijn meegebrachte blikjes frisdrank en wc-rollen opborg in de koelkast en het toilet van zijn box. Geen clubeigenaar zo gewoon als Gün, zeggen ze in Sittard.

„Jan was een belangrijke schakel tussen alle partijen”, aldus Gün. „Maar bovenal is hij een clubman geworden.”

Nu Fortuna op het punt van promoveren staat, zijn er al meerdere autobedrijven die de club hebben benaderd om een leasedeal te sluiten. Gün piekert er niet over. De plek is vergeven aan De Lease Maatschappij, dat het middelpunt vormt van de businessclub die nu wordt opgetuigd. De huidige shirtsponsor is weer een klant van DLM. Andersom worden Fortuna’s sponsoren klant bij DLM.

„Maar dat is niet wat mij gedreven heeft”, benadrukt Jan van Beelen, als hij op een warme lenteochtend in Oosterhout naast zijn auto staat op het parkeerterrein van DLM. „Zonder die wagen en dit pak ben ik maar gewoon Jan. Als ik dan in de spiegel kijk, hoop ik iemand te zien die iets voor een ander heeft kunnen betekenen.”