Zo slaan zakkenrollers toe in Amsterdam

Zakkenrollerij

Duizenden keren per jaar is het raak in Amsterdam: een portemonnee, tas of telefoon die wordt gerold. Zo pakt de politie ze, en: de vier bekendste trucs om uw portemonnee te bemachtigen.

Het Amsterdamse Doelgroepenteam is zowel overdag als ’s avonds en ’s nachts op zoek naar zakkenrollers, zoals hier op de Warmoesstraat. Foto Olivier Middendorp

‘Jacco, kom even in: waar ben je?” „Ik heb drie foute gasten op de Oudezijds.” „Hoe zien ze eruit?” „Eentje heeft een geblokt shirt. Ze komen zo over het bruggetje heen.” Vanaf een bruggetje aan de Amsterdamse Oudezijdsburgwal monstert agent Hayo de voorbijgangers. Talrijke toeristen lopen langs. Als drie hip geklede jongemannen, waarvan eentje in geruit overhemd, voorbijkomen, veert de agent op. „Dit zijn ze”, zegt Hayo en hij zet de achtervolging in. Twee collega’s (net als Hayo in burger, alle drie de agenten willen alleen met hun voornaam in de krant, omdat ze dagelijks in het centrum op straat werken) volgen op de fiets vanaf de overkant.

„Binnen een paar tellen is het gebeurd”

Hayo opgetogen: „Dit is honderd procent wat.”

Met ‘wat’ bedoelt de agent van het Amsterdamse Doelgroepenteam, dat gespecialiseerd is in straatcriminaliteit (zoals zakkenrollerij en drugshandel): een dief. Meer precies: een zakkenroller.

Die zakkenrollers loeren naar heuptasjes en uitpuilende rugtassen. Ze scannen polshorloges en gluren naar portemonnees en telefoons in kontzakken. Zodra ze een slachtoffer op het oog hebben, volgen ze die. Op een rustige, of juist héél drukke plek slaan ze hun slag. Hayo: „Binnen een paar tellen is het gebeurd.”

Bijna alle verdachten wonen in asielzoekerscentra verspreid over het land.. Zelf komen de meeste verdachten uit ‘veilige landen’.Foto Olivier Middendorp

Maar niet als het aan de mannen en vrouwen van het Doelgroepenteam ligt. Deze donderdagavond is het team, ongeveer twaalf tot vijftien man sterk, op de been om elke vorm van straatcriminaliteit aan te pakken. De politie houdt een ‘veegactie’, met als doel zoveel mogelijk criminelen te pakken. De nadruk ligt op nepdrugsverkopers, maar ook op dieven met vlugge vingers. Via de portofoon staan de agenten, allen in burger, in contact met elkaar. Een collega op het bureau houdt de camera’s in de gaten.

Tot een paar jaar terug zorgden vooral lokale zakkenrollers op de trams (5, 16, 24 – alle zonder vaste controleur, dus ‘gratis’ en wel zo makkelijk), en figuren „uit het Oostblok” op evenementen voor overlast in Amsterdam, zegt Sander van den Camp, teamleider van het Doelgroepenteam.

Populaire evenementen

Met een festivalagenda op zak zwierf die Oostblok-groep door de stad en bezocht daar vooral de populaire evenementen. In 2013, tijdens de Gay Pride, maakten dieven, in de nauwe en drukke straatjes van het Rembrandtplein, honderden personen – inclusief een politieagent – hun telefoon of portemonnee afhandig. Veel mensen deden die dag aangifte van zakkenrollerij.

Dat mocht niet nog een keer gebeuren. Sindsdien investeert de politie extra in de bestrijding van zakkenrollerij op grote evenementen. Voorafgaand aan zulke festiviteiten krijgen zakkenrollers die al eens tegen de lamp liepen een huisbezoek, om kenbaar te maken dat ze in de gaten worden gehouden. En politiecollega’s uit Roemenië springen bij tijdens Koningsdag en de Gay Pride.

Lees ook: Op Koningsdag staat half Nederland op straat om spullen te verkopen. Het meeste geld verdien je zo: sorteer op prijs, zorg voor een spiegel en andere vrijmarkttips

Deze aanpak lijkt zijn vruchten af te werpen. Het aantal aangiften is fors gedaald: van ruim 11.300 in 2013 naar 6.800 in 2017, blijkt uit de Veiligheidscijfers 2017 die de driehoek (gemeente Amsterdam, Openbaar Ministerie en politie) eind februari presenteerde.

Nog steeds heel veel

Maar betekent een halvering van het aantal aangiften ook dat er veel minder zakkenrollers actief zijn? Wij zien er nog steeds heel veel, zegt teamleider Van den Camp, misschien doet de burger wel minder aangifte. Wat de teamleider wel heel zeker weet, is dat er minder „Oostblokkers” in zijn stad actief zijn.

Daar is wel een nieuwe, weliswaar veel kleinere, groep voor in de plaats gekomen. „Voetbaltruccers”, noemt de politie ze zelf. Mannen die met een trucje dat doet denken aan pootje haken hun slachtoffer afleiden en ondertussen de portemonnee of telefoon uit zijn of haar kontzak vissen. Het afgelopen jaar pakte het Doelgroepenteam ongeveer honderd keer een voetbaltruccer op, aldus Van den Camp. „Het lijkt wel alsof ze een cursus hebben gevolgd, hun modus operandi is identiek.”

‘Nep’-asielzoekers

Opvallend: bijna alle verdachten wonen in asielzoekerscentra verspreid over het land; in Amsterdam, Utrecht, Ter Apel, Nijmegen. Zelf komen de meeste verdachten uit ‘veilige landen’, zoals Marokko, Algerije en soms Libië – en maken dus nauwelijks kans op verblijfspapieren. Geen echte vluchtelingen dus, maar ‘nep’-asielzoekers. Van den Camp: „In het azc zijn ze soms al maanden niet geweest.”

In het kantoor van het Doelgroepenteam aan de Nieuwmarkt liggen oude kapotte telefoons en grote ‘gouden’ horloges om dieven mee te lokken. Aan de muur hangen tientallen foto’s van aangehouden voetbaltruccers: sommigen met gezwollen gezichten en rode ogen („pepperspray”) of schrammen („wegrenners die naar de grond zijn gewerkt”). Op de computer heeft Hayo verschillende filmpjes van zakkenrollers. Haarscherpe beelden tonen hoe een strak geklede twintiger in overhemd en pantalon een man van middelbare leeftijd om een vuurtje vraagt. Met de pootjehaak-truc rolt hij een minuut later diens portemonnee. „Zie je hoe rustig hij is”, zegt agent Hayo, „hij blijft gewoon nog even kletsen en roken”.

„Zie je hoe rustig hij is. Hij blijft gewoon nog even kletsen en roken”

Beelden zoals deze zijn sterk bewijsmateriaal in de rechtszaal. Want de meeste zakkenrollers krijgen na hun aanhouding een dagvaarding mee naar huis. Zakkenrollers die voor de eerste keer worden gearresteerd, krijgen van de rechter een gevangenisstraf van zes tot acht weken opgelegd, zegt Sander van den Camp, maar niet allemaal verschijnen ze op de zittingsdag, weet hij.

Deze beelden, beschikbaar gesteld door de politie, laten zien hoe de voetbaltruc werkt.

Afwijkend gedrag

Een zakkenroller pik je eruit op afwijkend gedrag, zegt agent Hayo, en hij zoekt constant naar mogelijkheden. Opvallend is zijn loopgedrag. Het tempo, de route, de wispelturigheid. Van den Camp: „Ze verdraaien hun nek bijna als ze een goed slachtoffer zien.” Hayo: „Ik ben continu mensen in vakjes aan het plaatsen. Wat is die persoon? Dealer, sloeber, ruziezoeker, zakkenroller? Van een zakkenroller weet ik, die is maar uit op één ding: buit.”

Ook het drietal waar Hayo en zijn collega’s vanavond achteraan zitten, gedraagt zich vreemd. De leider van het stel schiet herhaaldelijk een bar in en staat twee tellen later weer buiten. De drie maken contact met toeristen en zijn ontzettend op hun hoede: ze kijken constant achterom. En ze vertonen mogelijk „buitgedrag” weet agent Hayo: even snel de vangst bekijken. „Dit moeten wel zakkenrollers zijn.” Via de gracht loopt het drietal richting het Rembrandtplein. Ze hebben niet in de gaten dat ze gevolgd worden door minimaal zes agenten in burger. Ook op plekken waar ze nog niet langs zijn gelopen staan agenten te posten. Een collega op het bureau volgt de actie via camera’s. Zakkenrollers potten hun geld vaak op in hun onderbroek of sokken, zegt Hayo, met het geld betalen ze de mensensmokkelaar die de overgang naar Engeland regelt – in de ogen van sommigen een ‘droomland’.

Hoeveel geld zakkenrollers met hun bezigheden verdienen? Honderden euro’s op een dag, schat de politie. De criminologe oordeelt anders in haar onderzoek: „De buit valt geregeld tegen.”Foto Olivier Middendorp

Kick en status

Aan het afhandig maken van buit ontlenen de zakkenrollers een kick en status, ontdekte criminologe Barbra van Gestel in haar onderzoek naar rondtrekkende Oost-Europese bendes. Van Gestel analyseerde een tiental opsporingsonderzoeken en concludeerde onder meer dat de dieven hun illegale activiteiten als echt ‘werk’ beschouwen. Zo spreekt een zakkenroller tegen een maat over de telefoon van „drie dagen werken op Tomorrowland” [een groot Belgisch dance-event, red].

Hoeveel geld zakkenrollers met hun bezigheden verdienen? Honderden euro’s op een dag, schat de politie. De criminologe oordeelt anders in haar onderzoek: „De buit valt geregeld tegen.”

Of er wordt helemaal niet gerold, zoals vanavond. Eenmaal op het Rembrandtplein aangekomen verliest het drietal de interesse voor passanten. Eén van de mannen draait een jointje, Hayo slaat het allemaal gade vanuit een barretje. Via de portofoon: „Op de Wallen lieten ze zakkenrollersgedrag zien”, zegt hij, „maar nu valt het dood.”

Omdat de politie de mannen niet één echte rolpoging heeft zien doen, is er geen aanleiding om ze nog langer in de gaten te houden. Wel vragen twee agenten op motor de mannen om hun identiteitsbewijzen. „Libiërs”, zegt agent Hayo even later op het politiebureau. De mannen zijn niet in het bezit van geldige verblijfspapieren en wonen in een asielzoekerscentrum buiten de stad. Vermoedelijk voetbaltruccers, zegt de agent.

Is het niet gek om een half uur lang drie mannen te volgen die niks concreets hebben gedaan? Nee, zegt Hayo, want de jongens vertoonden wel degelijk zakkenrollersgedrag. Daar is collega Jacco het mee eens. „En als dezelfde mannen een keer opduiken op camerabeelden”, zegt Jacco, „dan weten we in ieder geval wie het zijn.”

    • Martin Kuiper