Minister wil onderzoek naar bestuur orthodox-joodse school

Zedenzaak De onderwijsinspectie moet van de minister onderzoek doen naar het handelen van het bestuur van de Amsterdamse Cheiderschool, waar mogelijk ontucht is gepleegd met leerlingen.

De orthodox-joodse school het Cheider in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

De onderwijsinspectie moet onderzoeken hoe het bestuur van de Amsterdamse orthodox-joodse Cheiderschool in 2012 omging met meldingen van seksueel misbruik door een toenmalige leraar. Minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) geeft opdracht tot dit onderzoek vanwege „de ernst van de signalen en de zorgen die bestaan over de veiligheid en het welzijn van de leerlingen”.

Dat heeft Slob donderdagavond aan de Tweede Kamer geschreven, in antwoord op vragen naar aanleiding van een onderzoek van NRC naar het optreden van het schoolbestuur in deze zedenzaak.

Lees ook: Ouders deden onder druk van schoolleiding geen aangifte

Uit dat onderzoek bleek dat de school na verscheidene meldingen van ouders en ondanks herhaaldelijk aandringen van de onderwijsinspectie ruim vier maanden lang weigerde de wettelijk verplichte aangifte tegen de leerkracht te doen. Dat gebeurde pas na druk van de toenmalige minister van Onderwijs.

Oud-docenten van de school vertelden NRC dat het schoolbestuur laks reageerde op de meldingen, ook nadat verschillende leraren hadden aandrongen op aangifte. Betrokken ouders zeggen dat het bestuur ze onder druk heeft gezet om geen aangifte te doen. Zij zouden hun plek in de gesloten gemeenschap kwijtraken, verstoten worden. Pas nadat de school aangifte had gedaan, durfden sommige ouders dat ook. De verdachte was intussen naar Israël verhuisd, dat hem pas eind 2016 uitleverde.

Opvallend is dat de minister de inspectie „nadrukkelijk” vraagt „om – indien mogelijk – ook te spreken met ouders en (oud-)leerlingen”. En dus niet alleen met het schoolbestuur. Daarin zitten prominenten uit de joodse gemeenschap, zoals de regionale opperrabbijn Binyomin Jacobs.

Lees ook: School maakt ouders boos en bang

Slob wijst er verder op dat het bestuur van het Cheider een uitzondering vormt als het gaat om het doen van aangifte na meldingen van misbruik. Door andere scholen is in de afgelopen twee jaar „in alle gevallen waarin sprake was van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit onverwijld aangifte gedaan”.

De oud-leraar van de school, Ephraïm S., stond vorige week terecht. Het OM eist vijf jaar onvoorwaardelijke celstraf wegens het op school plegen van ontucht met of verkrachting van vier leerlingen tussen de zes en dertien jaar oud. De rechtbank, die pas eind mei uitspraak zal doen, heeft de verdachte inmiddels vrijgelaten. Daarmee geeft de rechtbank aan dat een eventuele straf in ieder geval lager zal uitvallen dan de twee jaar en twee maanden dat S. in voorarrest heeft gezeten.

Lees ook: OM eist vijf jaar cel in misbruikzaak orthodox-joodse school
    • Leonie van Nierop
    • Derk Stokmans