Wat moeten jonge kinderen eten?

Voeding Een nieuw boek gidst ouders door de ‘voedingsjungle’. „Als ze een dag bijna niks willen, geeft dat echt niet.”

Illustratie XF&M

Kinderen groeien als kool. Bijna allemaal schieten ze omhoog. En toch wemelt het van de ouders die onzeker zijn over het eten van hun kind. Vanaf de geboorte. Gaat er genoeg melk de baby in? Wanneer kan ik stoppen met borstvoeding? Die eerste groentehapjes, is het erg als die vooral langs de babykin naar beneden sijpelen? Geeft het kinderdagverblijf wel goede voeding? Wanneer eet het kind met de pot mee? Wat mag er mee in het trommeltje naar school? En hoeveel? Mag een kind margarine op brood?

De antwoorden staan in het boek Wegwijs in de voedingsjungle van Michelle van Roost en Manon van Eijsden, dat op 1 mei verschijnt.

Zonder omhaal en aantrekkelijk geschreven staat er wat kinderen van 0 tot 9 jaar nodig hebben en hoe een ouder dat kan geven – bij ontbijt, lunch, avondeten en tussendoortjes. Of anders gezegd: tijdens 5 à 6 eetmomenten, waar veel voorbeelden voor worden gegeven. En steeds minimaal twee uur niks tussendoor. Waarschuwende vingertjes ontbreken. Die zijn er al genoeg op internet en de sociale media: geen suiker, geen E-nummers, geen margarine.

Door de positieve toon blijven sommige valkuilen onderbelicht – een klein nadeel. Nergens wordt gewaarschuwd dat je kleine kinderen niet de hele dag aan een flesje appelsap moet laten lebberen. En dat het grote zuivelvak met zoete kindertoetjes in de supermarkt er alleen is voor de winst van winkelier en zuivelfabrikant, niet voor de kindergezondheid.

NRC vroeg lezers naar hun (op)voedkwesties en hoe ze die proberen op te lossen: ‘Betrek je kinderen in het inkopen en klaarmaken van eten’

Die toetjes waar veel kinderen niet bij weg te slaan zijn, staan niet in het hoofdstuk over toetjes na de warme maaltijd. Ja, er staat een verwijzing naar de ‘smultoetjes’ die worden behandeld in het hoofdstuk over snoepen en tussendoortjes. Zo verdwijnen ze impliciet van de eettafel.

Wars van voedselhypes

In het toetjeshoofdstuk staat dat halfvolle yoghurt, kwark of fruit de voorkeur verdienen, maar dat een toetje niet echt hoeft, als een kind zijn portie zuivel of fruit al op andere momenten heeft gehad. En ook dat je beter zelf fruit in de yoghurt kan doen, omdat commerciële fruityoghurt vaak is gemaakt van magere yoghurt, met flink wat suiker erin.

De snoep- en smultoetjes duiken dus pas veel later in het boek op. Ze tellen nauwelijks mee voor de zuivelconsumptie, maar vallen voluit onder wat kinderen dagelijks ongeveer aan suiker mogen hebben. Voor kinderen van 1 tot 4 jaar is dat 5 tot 6 suikerklontjes. En kinderen van 4 tot 9 jaar 8 of 9 klontjes. In het boek staan veel voorbeelden: een glas verdunde diksap? Toch nog twee klontjes.

Manon van Eijsden en Michelle van Roost, auteurs van het voedingsjungleboek zijn voedingskundige en levensmiddelentechnoloog. Een jaar of vijf geleden begonnen ze op kinderdagverblijven en scholen ouderavonden over voeding. Inmiddels is het hun werk en is de Voedingsjungle een adviesbureau gespecialiseerd in voeding van kinderen, waar het idee voor het boek na veel discussie zijn uiteindelijke vorm kreeg.

In de strijd tegen obesitas hebben tientallen landen een suikertaks ingevoerd. Waar blijft Nederland?

Manon van Eijsden: „Veel vrienden die kinderen kregen kwamen met vragen. Hoe doe jij dat? Hoe zit dat? Met de informatie van het Consultatiebureau en het Voedingscentrum kwamen ze niet verder.”

Michelle van Roost: „In een vorige baan fietste ik iedere dag in Den Haag langs de voormalige huishoudschool. Misschien romantiseer ik het, maar daar leerde je hoe je goede voeding bereidt. Daar is het idee voor het boek al ontstaan.”

Minder gevaren dan je denkt

Manon van Eijsden: „We zijn gaan schrijven en gingen uitgebreid uitleggen hoe voedsel in elkaar zit. Maar in gesprekken met ouders over de tekst merkten we dat ze willen weten wat ze moeten doen. Wij wilden uitleggen hoe een auto in elkaar zit – zij wilden weten hoe je ermee moet rijden. Toen hebben we het helemaal aangepast.”

Het resultaat is een boek dat wars is van voedselhypes, gebaseerd op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad. Maar een stuk praktischer, met gevarieerde menu’s en veel voorbeelden. En ze lossen kwesties op.

Michelle van Roost: „We liepen tegen dingen aan waar eigenlijk geen goede richtlijnen voor bestaan. Zoals de vraag of je kinderen volle, halfvolle of magere melkproducten geeft.”

Ook na lezing weet je: kinderen te eten geven blijft een tocht door de jungle. Maar er dreigen minder gevaren dan je misschien denkt. Allereerst: de aanbevelingen van overheidswege zijn gemiddelden. Geen enkel kind is gemiddeld. Tenminste niet elke dag.

„Kinderen hebben altijd wat”, zegt Van Roost. „Peuters van anderhalf willen vaak een tijdlang niks nieuws eten. Het is afkeer van het nieuwe – neofobie – of gewoon kleuterkoppigheid. Je hebt zomaar weer een fase die voor stress zorgt. Je maakt je zorgen. Je wil dat je kind….”

Voldoet aan de Richtlijnen goede voeding.

„Hahaha, ja. Nee, in eerste instantie wil je dan dat er gewoon eten naar binnen gaat. Maakt niet uit wat. Maar als ze een dag bijna niks willen, geeft dat echt niet. Een kind kan dat meestal heel goed zelf regelen.”

Michelle van Roost en Manon van Eijsden: Wegwijs in de voedingsjungle. Gewoon gezonde voeding voor kinderen van 0 tot 9. Uitgeverij Kosmos, 176 blz. 20,00 euro.