Vrij zijn is…speuren naar mossen

en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Bij een van de eerste liggende stammetjes is het al raak. Margriet Bekking (66) tuurt door haar loep: krulbladmos. Ja hoor, op een stronk dood naaldhout. „Voor ons een belangrijke biotoop.” Haar stem verraadt triomf. „Dit komt alleen in hele oude bossen voor.” Een onooglijk bruin mosje, maar: „Kijk maar eens door de loep. Mooie roodbruine bolle blaadjes met gekrulde uitsteeksels.”

De werkweek van de mossenwerkgroep Eindhoven trekt dit jaar naar het Limburgse heuvelland. Bij Vijlen gaan Bekking en de andere bryologen enkele ‘kilometerhokken’ inventariseren. Slapen in een pension en van half tien tot half zes het veld in.

De leden verspreiden zich over het weiland. Bekking: „In het gras in de bebouwde kom heb je vooral huis-, tuin en keukenmossen, maar hier is zo veel variëteit.” In een holle weg blijven ze staan om de mossen op de steile kanten te inspecteren. „Dat is fijn aan Limburg, daar hoeven we niet zo te bukken.” In de mossenwerkgroep zitten voornamelijk gepensioneerden. Ruige terreinen geen probleem, als het nodig is banen ze zich een weg door braamstruiken en springen ze over sloten. „Het houdt ons superfit.”

Speuren is de zinnen verzetten. Je bent echt helemaal los

Margriet Bekking

Het belangrijkste gereedschap is de loep. „In het veld kunnen we bijna alle mossen benoemen.” De soorten waar ze onzeker over zijn nemen ze mee, voor thuis, onder de microscoop.

Bekking werkte als secretaresse. „Ik zat de hele dag binnen.” Dat zou ze nu anders doen. „Speuren is de zinnen verzetten. Je bent echt helemaal los.”

Rond één uur is er een picknick op een lange boomstronk. De rugzakken gaan open voor boterhammen en krentenbollen. Bij hoge uitzondering pauzeren ze ’s middags in een café. „Meestal zijn we ver van de bewoonde wereld.”

Een kopje koffie en door. „We zijn een hooggekwalificeerde werkgroep”, zegt Bekking, „en heel gepassioneerd.” En ze doen belangrijk werk. Zonder de talloze amateurbiologen die onder andere vogels, vlinders en mossen inventariseren, zou de wetenschap zich geen raad weten. Op dit moment zijn er in Nederland zo’n 15.000 mensen die planten en dieren tellen en die gegevens invoeren in een landelijke database. „Wetenschappers aan de universiteit hebben tegenwoordig vooral heel specialistische kennis. Ze zijn minder bezig met het herkennen van alle soorten buiten.”

De leden zijn opgetogen. Van de ongeveer 650 soorten mos die Nederland telt hebben ze er bij Vijlen 145 gevonden.

Bijna elke zaterdag is Bekking in het veld. „Ik heb een man, kinderen, kleinkinderen en veel verplichtingen. Maar meestal gaat de mosexcursie voor. Mijn kleinkinderen zullen wel denken: oma kijkt naar mossen, vreemd. Maar ik wil ze liefde voor de natuur bijbrengen. En kennis. Dan zie je meer.”