Patrick van Katwijk/ANP

Voor de koning is gewoon zijn nog niet zo eenvoudig

Een jaar met Willem-Alexander

Willem-Alexander wil als koning mensen dichtbij laten komen. Maar altijd zijn er camera’s. Dan verkrampt hij en moet Máxima hem coachen. Een jaar in het spoor van de koning.

De eerste pannenkoek van Willem-Alexander mislukt. De koning staat in de keuken van verzorgingstehuis ’t Hofland in Pijnacker. Daar wonen nu jongeren en vluchtelingen, maar op deze zaterdag in maart zijn de oud-bewoners ook weer even terug. Vijftien bejaarde vrouwen, allemaal in een rolstoel. Ze krijgen een lunch, Willem-Alexander en Máxima komen helpen. Het is de nationale vrijwilligersdag ‘NLdoet’.

Máxima maakt een schaal met broodjes klaar. Het eerste mes dat ze gebruikt is te bot. Het tweede te scherp, ze snijdt in haar vinger. Kan gebeuren. Zoals eerste pannenkoeken ook wel vaker mislukken.

Maar zo simpel blijkt het voor de koning niet te liggen.

Als het niet goed gaat, had hij van tevoren gezegd tegen de vrijwilligster met wie hij samen zou gaan bakken, ligt het aan alles, maar niet aan mij. Dat was een grapje, pas daarna bleek dat de inductiekookplaat nog lang niet heet was toen Willem-Alexander het beslag in de koekenpan goot.

En daar ligt het nog, stil en ongebakken, als de eerste cameramensen en fotografen in de keuken komen kijken. Hebben jullie geduld, vraagt Willem-Alexander. Hij weet, net als zijn naaste medewerkers: dit ziet er saai uit. Hij praat met de vrouw naast hem over de kookplaat die niet warm genoeg is en begint over het Groningse gas waar we met z’n allen van af willen. Maar voor de pannenkoeken is het niet handig, zonder gas. Hij steekt zijn spatel in de pan, het beslag is nog steeds nat. Houston, we have a problem, zegt hij. En begint weer over de kookplaat. Een minuut later: opnieuw. En nog eens als het vrijwilligerswerk gedaan is, de pannenkoeken op zijn en journalisten bij de deur een paar vragen mogen stellen.

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima nemen deel aan NLdoet en bereiden een maaltijd voor ouderen in verzorgingstehuis ’t Hofland.
Patrick van Katwijk/ANP

Willem-Alexander is nu vijf jaar koning en ik wilde zien: hoe gaat het hem af? Een jaar lang was ik bij werkbezoeken en andere optredens, ik ging mee op staatsbezoek naar Italië en Portugal.

Ik praatte ook met mensen die Willem-Alexander kennen, sommigen van dichtbij en al heel lang. Ze deden mee op voorwaarde dat hun naam niet in de krant zou komen. En ik vroeg hoogleraar sociale psychologie Tom Postmes uit Groningen om mee te kijken naar filmmateriaal van werk- en staatsbezoeken.

In de keuken in Pijnacker denk ik na een minuut of vijf dat ik snap waarom Willem-Alexander zich zo druk maakte over de trage kookplaat: hij kan heel goed pannenkoeken bakken. Op het aanrecht ligt het hoopje deeg van de eerste poging, nu draait hij de ene na de andere pannenkoek om in de lucht en vangt die weer op – bijna elke keer recht in de pan.

Een perfectionist, zoals zijn moeder bekendstaat? In het hele jaar is er geen ander moment waarop ik dat denk te zien. Ik zie wel dat Willem-Alexander graag discussies ‘wint’ en wil tonen wat hij kan of weet. Mensen die hem lang kennen, zeggen: competitief word je vanzelf als je, zoals hij, opgroeit in een gezin met twee jongere, maar wel erg slimme broers.

Bij een bezoek aan de Reddingsbrigade in Wassenaar, op een zaterdag in september, zegt hij een paar keer dat hij zelf twee jaar lifeguard is geweest. Hij bekijkt de banden van een trailer die reddingsboten naar zee brengt: kom je daar echt het strand mee op? En is een tweetaktmotor sterk genoeg voor de branding? Dat hij naar een viertaktmotor staat te kijken, gelooft hij niet meteen.

Oranje strikje

In de eetzaal in Pijnacker maakt hij van de lunch een grappig bedoeld wedstrijdje: als een bejaarde vrouw een broodje wil pakken van Máxima’s schaal, schuift hij snel een pannenkoek op haar bord. Die wilde u veel liever, toch?

Voor de oud-bewoners van ’t Hofland is het bezoek een verrassing. Eén van hen gelooft na een uur nog steeds niet dat ze het echt zijn, de koning en de koningin. Een andere vrouw laat haar rolstoel meteen naast Willem-Alexander aan tafel zetten, trekt hem naar zich toe en zoent hem op zijn wang. Hij krijgt het warm. Wil ze koffie? En heeft ze hier vroeger ook gewoond? „Nee”, zegt ze, „ik woonde in ’t Hofland.” Dat is hier, zegt Willem-Alexander.

Als hij daarna een oranje strikje van iemand krijgt, doet hij dat om zijn nek en zegt tegen de vrouw tegenover hem: ik ben versierd, mevrouw. Het ziet er raar uit, zijn medewerkers zijn opgelucht als hij het weer af doet.

Voor de zoen zijn de camera’s net te laat. Beelden van de eerste pannenkoek halen de nieuwssites en de televisie niet, de geslaagde van daarna wél. En ook de strik.

NLdoet in verzorgingstehuis ‘t Hofland in Pijnacker.
Patrick van Katwijk/ANP

„Zo’n bezoek is theater”, zegt later een goede bekende van Willem-Alexander. „Wat je in die keuken zag, was een acteur die er de pest in heeft omdat het toneel niet op orde is. De rekwisieten moeten op hun plek staan.”

Theater? Dan wel met een acteur die al zijn leven lang optreedt, maar nooit gewend is geraakt aan schijnwerpers. Als Máxima op staats- of werkbezoek fotografen ziet, kan ze hen met een snelle beweging blij maken: iets aanwijzen of pakken, een laatje opentrekken, iemand heel even aanraken en glimlachen. Mooi beeld. Willem-Alexander ziet camera’s bijna altijd eerder dan Máxima – en verkrampt.

Op een donderdag in september zit de koning aan tafel in een flat in Apeldoorn. Er wonen 85 ex-daklozen, psychiatrische patiënten en verslaafden. In de moestuin naast de flat heeft Willem-Alexander met bewoners gepraat, nu is er een gesprek met mensen van de verslavingszorg, van de stichting die de flat beheert en ook met wijkagenten, buurtbewoners, de wethouder.

Zo’n bezoek is theater

De eerste minuten zijn er televisiecamera’s en fotografen bij, zoals vaker bij zulke gesprekken. Willem-Alexander vraagt wat het doel is van de begeleiding: afkicken? Nee, zegt de vrouw van de verslavingszorg. „Dat hebben ze al zo vaak geprobeerd.” De koning knikt, het gaat dus om acceptatie van hun probleem? Hij krijgt koffie. Langzaam en voorzichtig brengt hij het kopje naar zijn mond, hij tuit al ver van tevoren zijn lippen. En neemt een slokje.

Bang om te knoeien? Als de camera’s weg zijn, gaat het anders. Willem-Alexander pakt zijn kopje snel, drinkt rustig.

Willem-Alexander gebruikt tijdens Koninginnedag het elastiek van de bloemen om propjes naar de fotografen te schieten. Zijn moeder zal later ingrijpen. Ruud Hoff/ANP

Dat hij als kind verslaggevers al vervelend vond, is bekend. „Alle Nederlandse pers, oprotten”, riep hij op zijn elfde. Dat hij weet hoe moeilijk je van een vervelend imago afkomt – Prins Pils – en dus geen fouten wil maken? Logisch. Maar je zou denken dat je op een dag met die spanning leert leven. Of jezelf een houding aanleert waardoor bijna niemand nog ziet hoe je je echt voelt.

„Het klinkt zwaar”, zegt iemand die Willem-Alexander zag opgroeien, „maar hij zou er met iemand over moeten kunnen praten. Of op z’n minst lessen nemen bij een dramaturg. Maar als vorst kun je niemand vertrouwen.” Er zijn ook mensen die Willem-Alexander goed kennen en hem slim, vriendelijk en betrokken noemen, als mens en als koning, en die over zijn moeizame optredens grappen maken. Over vijfentwintig jaar, zegt een van hen, gaat het vast een stuk beter.

Tafelrede

Wat uit lijkt te maken: of de camera’s dichtbij staan (meer spanning) of juist niet (minder spanning). Of hij erbij moet praten (ongemakkelijk) of alleen poseren (minder ongemakkelijk). En ook of hij op de foto gaat met mensen die zelf helemaal niet gewend zijn aan media-aandacht: de flatbewoners in Apeldoorn, gehandicapten in een buurtwinkel in Everdingen, woonwagenbewoners in Zeist. Dan probeert hij hen gerust te stellen met grappen – over de fotografen die altijd méér foto’s willen of over de flitsen, net bliksem. Of hij wijst: kijk, die fotograaf is belangrijk, die is van het Oranjefonds.

Een vrolijk optreden is zijn tafelrede voor 150 mensen in het Paleis op de Dam op 28 april 2017, een dag nadat hij vijftig is geworden. Er zijn maar een paar camera’s, op flinke afstand. De gasten zijn op dezelfde dag jarig als hij, ze hebben een leeftijd die je door vijf kunt delen en ze zijn uit een loting gekomen bij de notaris.

Willem-Alexander noemt hen ‘geachte jarigen’, hij legt uit dat ze in de Burgerzaal zitten, de ‘hal van het volk’. Een betere plek was er volgens hem niet te bedenken. Zijn verhaal gaat over de oudste gast van deze avond, een vrouw van 100 uit Brunssum, over een boer van 90 die er ook is en die zijn overleden vrouw nog elke dag mist. Over een tweeling uit Kampen, net dertig geworden, „zoals ikzelf”. Hij brengt een toost uit „op onszelf, dat hebben we wel verdiend”, en zet luid in bij het zingen van „lang zullen wij leven”.

Honderden mensen gaan op de foto met koningin Maxima en Willem-Alexander na afloop van een feestelijk diner met 150 Nederlanders van vijftig jaar die werden uitgenodigd ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van de koning, 28 april 2017.Remko de Waal/ANP

Het kan ook helemaal anders: dat je als koning op twee meter afstand staat van een grote groep journalisten met camera’s en die mogen allemaal een vraag stellen. Met zeker één minister in de buurt, soms twee. Alles wat je zegt, moeten de ministers politiek voor hun rekening kunnen nemen. Dat staat sinds 1848 in de Grondwet.

Zo zijn de gesprekken met de pers op de laatste dag van buitenlandse bezoeken. Journalisten en de Rijksvoorlichtingsdienst weten: op geen ander moment is de kans op fouten of gedoe zo groot. In 2001 begon Willem-Alexander bij zo’n ontmoeting in New York over een ingezonden brief in een Argentijnse krant. Die zou aantonen dat Máxima’s vader als minister van Landbouw geen kwalijke rol had gespeeld in het regime van dictator Jorge Videla. Daarna bleek dat de brief van Videla zelf was. Máxima zei later dat Willem-Alexander „een beetje dom” was geweest.

Dat is lang geleden. Iets anders ‘doms’ heeft hij sinds zijn huwelijk met Máxima in het openbaar niet meer gezegd.

En toch: in de tuin van Palácio de Seteais in Sintra, op de laatste dag van het staatsbezoek aan Portugal, ziet Willem-Alexander er nerveus uit. Een dag eerder hebben de journalisten hun vraag, niet meer dan één, moeten inleveren. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de antwoorden voorbereid, samen met de adviseurs van Willem-Alexander en met Willem-Alexander zelf. Die kent ze daarna uit zijn hoofd. Als je als journalist je vraag ter plekke een beetje verandert, krijg je toch het antwoord op de ingeleverde vraag.

Een tv-verslaggever wil weten wat de koning thuis aan zijn dochters zal vertellen over Portugal. Willem-Alexander is, zegt hij, veel meer geïnteresseerd in het verhaal van zijn kinderen. „Twee hebben proefwerkweek gehad, de ander een gewone schoolweek met allerlei activiteiten. Ik denk dat het belangrijker is om uit te vinden…” Máxima onderbreekt hem en zegt: „Om naar ze te luisteren.” De koning gaat door, glimlachend: „Om naar hen te luisteren en te kijken wat zij meegemaakt hebben.”

Petra de Koning, Jutta Chorus en Kees Versteegh bespreken in Haagse Zaken hoe Willem-Alexander zich gedroeg, met én zonder camera’s in de buurt.

Een soort van angst

Sociaal psycholoog Tom Postmes zegt dat hij op filmfragmenten „een soort van angst” ziet bij Willem-Alexander. Maar wat daarachter zit? „Het zijn filmpjes, ik ben er niet zelf bij en ken de setting niet, ik weet niet wie er in zijn buurt zijn en waar zijn ogen naartoe gaan.”

Postmes komt wel met een hypothese, door scènes uit de korte persconferentie aan het eind van de vrijwilligersdag in Pijnacker. Die gaan zo:

Een verslaggever: „Majesteit, hoe lang heeft u geoefend op het pannenkoeken bakken?”

„Het was mijn eerste keer met een inductieplaat, moet ik toegeven”, zegt de koning. „Voordat die warm was, dat duurde even. Maar daarna ging het weer als vanouds. Toen ging het lekker, prima.”

De verslaggever: „Wat is uw favoriete pannenkoek?

De koning: „De eigen, lekkerste.” Hij lacht, Máxima ook. Dan gaat hij verder: „Maar goed, het is heel mooi om hier aanwezig te zijn geweest voor NLdoet.” Er volgt een boodschap over de vrijwilligersdag, georganiseerd door het Oranjefonds, die overduidelijk van tevoren is bedacht – maar door Willem-Alexander niet heel soepel wordt gebracht. Hij gebaart met zijn handen en zegt: „Ja, zo’n dag, of twee dagen NLdoet, bijna vierhonderdduizend Nederlanders in het hele koninkrijk die actief zijn voor vrijwilligerswerk, voor activiteiten…”

Dan komt Máxima ertussendoor. Ze heeft hem bijna de hele tijd geconcentreerd aangekeken en verbetert hem nu: „Voor anderen.” Willem-Alexander: „Voor anderen bezig zijn. Tien en een half duizend projecten in het hele koninkrijk. Anderhalf miljoen uur extra vrijwilligerswerk boven op het vele dat Nederland al doet.”

Majesteit, hoe lang heeft u geoefend op het pannenkoeken bakken?

Na haar interruptie kijkt Máxima naar iemand in het publiek en glimlacht. „Alsof het zo afgesproken was”, zegt Postmes. „Je zag haar denken ‘Nee, Alexander, je moet het zo zeggen’ en ze heeft hem geholpen.” Postmes vindt het een tekenend moment: „Zien we hier Máxima als steun en toeverlaat of is ze als coach aan het werk? In huize Oranje is er zo te zien veel aandacht voor dit soort prestatiemomenten.” En als er angst is, dan daarvoor: het mag niet misgaan. „Willem-Alexander heeft er moeite mee en wordt over de hobbel heen geholpen. Ik zie daar bij hem geen irritatie over. Het is teamwork.”

Helemaal aan het eind van het staatsbezoek aan Italië en Vaticaanstad, juni vorig jaar, staat Willem-Alexander naast Máxima in een bloedhete tent in de tuin van de Nederlandse ambassadeur in Rome. Nederlanders die in Italië wonen kunnen daar hun koning ontmoeten. En als Willem-Alexander al van tevoren een tekst heeft bedacht, dan is daar deze keer niets van te merken. Hij begint met: „Wie had ooit gedacht dat Italië zo’n efficiënt land was…” De Nederlanders onder het tentdoek beginnen meteen hard te lachen. Dan zegt hij: „Het is de eerste keer dat ik, dat wij samen één ontvangst hebben voor de Nederlandse gemeenschap bij twéé staatsbezoeken en het is waarschijnlijk ook de laatste keer. En dat alles tegelijk in een sauna. Nou, zo efficiënt kun je het nooit meer krijgen.”

Waarom lukt het bij zo’n zelfde bijeenkomst in Portugal, aan het eind van dat staatsbezoek, dan weer niet? Daar zegt Willem-Alexander vijf keer dat het zo bijzonder was in Portugal. Voor de Nederlanders die naar de Cidadela de Cascais zijn gekomen valt er niets te lachen.

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima beginnen het staatsbezoek aan Portugal met een rit in een tram, 10 oktober 2017.Remko de Waal/ANP

Erg leuk lijkt de koning het ook niet te vinden in Portugal. Hij kijkt bijna de hele tijd ernstig, bij het staatsbanket leest hij zelfs de laatste woorden van zijn speech – een toost op de Portugese president en de „warme vriendschap” van Nederland met Portugal – voor van papier.

Iemand uit Willem-Alexanders omgeving noemt de Portugese president later „een showbink” die veel aandacht had gehad voor Máxima. Hij had ook nog Lilianne Ploumen, die mee was als minister voor Buitenlandse Handel, vaak aangeraakt. „De koning had dat allemaal goed in de gaten.”

De Portugezen hadden ervan opgekeken dat Willem-Alexander naar twee achterstandswijken in Lissabon wilde gaan. Daar dronk hij koffie met buurtbewoners. Een kapper praatte aan een stuk door over zijn winkel en de wijk. Af en toe legde Willem-Alexander een hand op zijn arm: nu even van de tolk horen wat je hebt gezegd.

Bij het staatsbezoek aan Italië, in het voorjaar, was er een duidelijk thema geweest, politiek van belang: migratie. Willem-Alexander en Máxima waren ook nog vanuit Rome naar Sicilië gevlogen om met vluchtelingen te praten – en met de politie, het Openbaar Ministerie, de burgemeester van Palermo.

In Portugal is zo’n onderwerp er niet. In die week speelt de belangrijkste politieke gebeurtenis zich juist af in Nederland: het kabinet-Rutte III presenteert het regeerakkoord. In de planning van de kabinetsformatie was er niet over nagedacht dat de koning op reis was.

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima poseren voor een fotomoment aan de Taag in Lissabon. Het koningspaar brengt een driedaags staatsbezoek aan Portugal.Remko de Waal/ANP

Lintjes knippen

Als Willem-Alexander dat vervelend heeft gevonden, zal hij daar niets over zeggen – sinds 2012 heeft de koning geen bemoeienis meer met kabinetsformaties. Waarom zou de Tweede Kamer het belangrijk moeten vinden dat hij in het land is?

Het is wel zo: de koning, die de ministers beëdigt en ontslaat, heeft nog steeds het recht om hen te waarschuwen als hij vindt dat er iets niet goed gaat. Dan moet je weten hoe het ervoor staat met een kabinet. Dat recht op informatie heeft hij ook.

In zijn ontmoeting met journalisten in Portugal zegt Willem-Alexander dat hij steeds is bijgepraat over de formatie. Voor de zekerheid nog: „U kunt ervan uitgaan dat ik echt op de hoogte ben.”

Jaren geleden, op een avond met gasten op de Eikenhorst, kwamen de drie dochters van Willem-Alexander en Máxima iedereen een hand geven voordat ze gingen slapen. Kleine meisjes nog, Willem-Alexander was nog geen koning. „Wat doen ze dat goed”, zei iemand. „Willem-Alexander lachte”, zegt een van de gasten nu, „en hij zei: ‘Veel meer dan dat houdt dit vak ook niet in’.”

In 1993 zei Willem-Alexander in een televisie-interview hoe moeilijk het voor hem was geweest om te accepteren dat hij koning zou worden: wie wil een leven dat al helemaal vastligt? Pas nadat hij had bedacht dat hij zelf de weg naar het koningschap zou kunnen vinden, was hij het anders gaan zien. Maar het moest wel „inhoud” hebben, en waar hij dan vooral aan dacht: „De contacten met de politiek, een zwaartepunt hebben rond kabinetsformaties. En op dat soort momenten goed kunnen handelen en weten waar het over gaat.”

Veel meer dan dat houdt dit vak ook niet in

Precies wat zijn moeder kwijtraakte als koningin en hijzelf dus nooit zou meemaken.

Het is alsof Willem-Alexander dat op zijn vijfentwintigste al zag aankomen. In het interview noemde hij het koningschap een functie „die nooit zwaarder qua inhoud” zou worden en alleen kon worden „uitgehold”. „Meer franje, minder inhoud. En dat zou ik jammer vinden.”

Twintig jaar later, net voor de abdicatie van Beatrix en zijn eigen troonsbestijging, ziet hij het anders. „Zonder rol in de formatie kun je nog steeds een inhoudelijk koningschap hebben”, zegt hij dan – opnieuw in een televisieinterview. Zelfs het „sarcastisch genoemde” lintjes knippen kan inhoudelijk zijn: „Als jij maar goed bepaalt welke lintjes je knipt.” Daarmee laat je volgens hem zien wat je als koning belangrijk vindt.

Er zit, kun je denken, ook niets anders op. „Maar vergeet niet”, zegt schrijver Geert Mak, die het koningshuis kent en pas nog op de verjaardag van Beatrix was, „dat Nederland een republiek is waar de monarchie overheen is gelegd. De Oranjes hebben dat begrepen. Het republikeinse karakter van Nederland dwingt hen voortdurend tot flexibliteit en relativering.”

In het tv-interview voor zijn inhuldiging zegt Willem-Alexander wat hij als zijn belangrijkste taak ziet: mensen bij elkaar brengen, aanmoedigen, vertegenwoordigen.

Het afgelopen jaar zie ik hem prijzen uitreiken voor natuurprojecten, innovatieve bedrijven bezoeken, reddingswerkers feliciteren, een plakkaat onthullen bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Hij gaat langs bij de politie, een woonwagenkamp, bezoekt projecten voor ouderen en gehandicapten. Veteranen en gedupeerden van de Groningse gaswinning krijgen aandacht, maar ook de Stichting Topvrouwen en de Jordaan, waar hij rondloopt met aan zijn arm de doodzieke burgemeester Eberhard van der Laan.

Koning Willem-Alexander in gesprek met medewerkers van de Reddingsbrigade tijdens de viering van het honderdjarig jubileum.Remko de Waal/ANP

De koning-koopman, zoals Willem-Alexander na zijn aantreden werd genoemd, zie ik zelden. Er zijn bedrijven mee naar Italië en Portugal, hij staat erbij als overeenkomsten worden getekend en is bij gesprekken over de positie van vrouwen in Nederlandse en Italiaanse topondernemingen. In 2017 ontvangt hij zeven keer een buitenlandse gast, hij gaat op werkbezoek naar Duitsland. Dat is het wel.

Dat de koning nauwelijks nog een politieke rol heeft, zeggen mensen om Willem-Alexander heen, heeft ook voordelen. Hij loopt niet het risico dat hij wordt verdacht van politiek spel, zoals Beatrix nog wel overkwam. Over haar gaat het verhaal dat ze in de kabinetsformatie van 2010 probeerde te voorkomen dat de PVV zou meedoen aan een regering.

Daar komt bij, zegt iemand met wie Willem-Alexander vaak praat, dat de Haagse politiek bij veel mensen aan gezag lijkt te verliezen. Dan kan het juist helemaal geen kwaad – voor het gezag van de koning zelf – om daar wat verder vanaf te staan. „Het is nu vooral belangrijk dat hij goed oog heeft voor de democratie in de maatschappij zelf: vinden mensen dat ze gehoord worden? Welke problemen hebben ze, hoe gaan ze met elkaar om?” Dat is wat ik hem zie doen: begrip tonen voor mensen, soms voorzichtig doorvragen over hun leven.

Over Beatrix werd gezegd dat ze ‘PPR-achtig links’ was. Mensen die Willem-Alexander kennen, schatten hem in als een ‘linkse VVD’er’, met een optimistische kijk op de wereld. „Op werkbezoeken krijgt hij ook alleen maar de dingen te zien die goed gaan”, zegt iemand die Willem-Alexander en Beatrix al een tijd kent. „Negatieve dingen vindt hij moeilijk. Claus was veel meer een tobber dan hij en Beatrix is filosofischer.”

Woonwagenkamp

Op een woensdagochtend, eind november, zit Willem-Alexander in de buurtclub van woonwagenkamp Beukbergen in Zeist: jaren geleden had het kamp een slechte reputatie, nu niet meer. Het is uitgebreid en opgeknapt.

Er hangen slingers met plastic vlaggetjes van Sinterklaas. Die komt ’s middags. De tafels staan in een groot vierkant, waardoor de koning, de burgemeester en de leden van de bewonerscommissie ver van elkaar af zitten, precies zoals de hofhouding van Willem-Alexander het níet wil. De bedoeling is: een kleine tafel, kopjes koffie erop, klaar.

Koning Willem-Alexander tijdens een werkbezoek aan woonwagencentrum Beukbergen. Koen van Weel/ANP

Het gesprek gaat moeizaam. Als een van de mannen aan tafel zegt dat het zo’n eer is om de koning op bezoek te hebben, zegt Willem-Alexander: ik ben hier omdat júllie zo’n goed voorbeeld zijn, we kunnen elkaar niet op de schouders blijven slaan.

„Ik vind het toch een eer”, zegt een andere bewoner.

Willem-Alexander wil weten hoe het was om op een dag niet meer te mogen rondtrekken, waarom het zo belangrijk is om op wielen te wonen. En: hoe wordt op school aangekeken tegen de kinderen van het kamp?

Nu zou het zomaar over een echt probleem kunnen gaan. Maar niemand lijkt te begrijpen wat hij bedoelt. „Gewoon”, zegt de voorzitter van de bewonerscommissie. Dat is positief, vindt de koning.

Na het gesprek bezoekt hij de oudste woonwagen op Beukbergen, van Annie Gerrits (83). Ze zit op een beige leren bank naast haar zoon en schoondochter, de koning tegenover hen in een leunstoel.

Annie Gerrits zucht en zegt: „Mijn droom is uitgekomen. Ik wilde jou zo graag een keer in het echt zien. Je hebt mijn hart gestolen bij de doop van je broertje in Utrecht.”

Koning Willem-Alexander tijdens een werkbezoek aan woonwagencentrum Beukbergen.Koen van Weel/ANP

De koning kijkt ongemakkelijk en komt met de steeds terugkerende grap over zijn leeftijd: dat was nog maar tien jaar geleden, toch? Annie Gerrits reageert er niet op, ze blijft naar Willem-Alexander kijken en glunderen. Hij vraagt aan haar schoondochter hoe het was om van buiten het kamp te komen, als ‘import’. „Er is vast over gepraat”, zegt de vrouw. „Omdat ik met een jongen van het kamp was.” Haar man: „Ik ben haar meteen thuis gaan ophalen. Ik dacht: dan zien haar ouders hoe ik ben.”

Willem-Alexander knikt. Ik moet, zegt hij, zelf ook vaak laten zien dat ik normaal ben.

Tegen een verslaggever van RTV Utrecht zegt een bewoonster van Beukbergen later dat ze het bezoek van de koning als „erkenning” ziet. „Dat we er mogen zijn of zo.”

Beatrix, zegt iemand die de vroegere koningin én Willem-Alexander meemaakt op werkbezoeken, is er nooit op uit geweest om ‘gewoon’ gevonden te worden. „Zij creëert juist afstand, hij laat mensen dichterbij komen.” Iemand anders die Beatrix en ook Willem-Alexander goed kent, zegt dat Beatrix snel een mening over iets heeft, Willem-Alexander komt vooral met vragen. En als het even kan: met grappen. Soms alsof hij nog student is en lid van het corps. Dan wil hij, zegt iemand, op een receptie ‘Spa Goud’ als hij zin heeft in bier. „Hij kan je ook voor schut zetten”, zegt weer iemand anders, die hem van jongs af aan kent.

Het afgelopen jaar zie ik zoiets één keer, als hij met de koning van Jordanië op bezoek is bij werkgeversorganisatie VNO-NCW in de Haagse Malietoren. Voorzitter Hans de Boer wil met het rondetafelgesprek beginnen, kijkt naar de microfoon en zegt: „Does the microphones work?” Willem-Alexander, die recht tegenover hem zit en iets opschrijft, kijkt op en lacht. Heel kort. En deze keer heel duidelijk níet bemoedigend.

De haakclub

Op woensdagmiddag 21 februari, rond half twee, staan op de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea drie Nederlandse schaatsers klaar voor de finale ploegenachtervolging: Ireen Wüst, Marrit Leenstra, Antoinette de Jong. Net op dat moment komt Willem-Alexander aan bij de groentekas van de stichting Vitaal Dorp, aan de Lekdijk in Everdingen. Het eerste wat hij vraagt aan het groepje mensen dat hem opwacht, met de burgemeester: heeft u hier televisie?

Er is geen televisie. De tafel die klaarstaat is wel helemaal goed: niet al te groot, met koffiekopjes en schaaltjes met koek. Er wordt veel gelachen, het gesprek is ook ernstig. In Everdingen verdween het bankfiliaal, de winkels gingen dicht, de school kreeg steeds minder leerlingen. Hoe houd je een dorp dan nog levend? De stichting is groente en fruit gaan kweken, met hulp van vrijwilligers en gehandicapten, en heeft nu een eigen supermarkt. Daar kun je ook koffie drinken en boeken lenen, er is ruimte voor de haakclub.

Koning Willem Alexander brengt een werkbezoek aan Vitaal Dorp in Everdingen, deelnemer aan het Samen Ouder-programma van het Oranje Fonds.Robin Utrecht/ANP

Als het gesprek klaar is en de koning op weg zal gaan naar de supermarkt, komt een van zijn adviseurs naar hem toe en fluistert iets. Willem-Alexander maakt een stompende beweging naar beneden, teleurgesteld. Zilver, geen goud in Pyeongchang.

Sociaal psycholoog Tom Postmes ziet op een video van het EO-televisieprogramma Blauw Bloed hoe de koning op die woensdagmiddag de supermarkt binnenkomt. Hij loopt, samen met mensen van de stichting, de burgemeester en gehandicapten die in de winkel werken, naar de hoek van de haakclub. Daar zit een groepje vrouwen, allemaal van een jaar of zeventig, te breien. Eén haakt.

„Zo dames”, zegt hij met glimlach. „Gender imbalance?”

Gender imbalance. „Zo’n opmerking”, zegt Tom Postmes, „komt uit een denkwereld en een sociale context die niet past bij de mensen die hij voor zich heeft. Het komt balorig over, het heeft ook iets rebels.”

Willem-Alexander, is te zien op de video, corrigeert zichzelf meteen. Hij zegt: „Er zijn geen heren bij vandaag?”

„Nee”, zeggen de vrouwen. Eén houdt een breiwerk omhoog en zegt: „Daarom wilden we aan u vragen om mee te doen.”

Iedereen lacht. Als Willem-Alexander aan een antwoord wil beginnen, steekt een gehandicapte werknemer naast hem zijn arm uit en houdt die voor de buik van Willem-Alexander, hij wil de koning een hand geven. Die kijkt opzij en schudt de hand van de man.

Er zijn geen heren bij vandaag?

Willem-Alexander zegt dat hij twee linkerhanden heeft, met breien wordt het niks. Dan: „Waar heeft u het zoal over als u hier zit te…” Hij kijkt eens rond. „Niemand zit te haken. Iedereen zit gewoon te…” Hij aarzelt.

„Breien”, roept een vrouw. „Breien”, zegt Willem-Alexander.

„Dat ziet u toch wel?” zegt een andere vrouw. „Dat dit breien is?”

„Breien, jajajaja… jaja”, zegt Willem-Alexander. Hij lacht en zoekt naar een antwoord. Hij was voorbereid op de haakclub. Daar was het al een paar keer over gegaan. Als hij dat nu zou zeggen, klinkt het als kritiek op de mensen die het bezoek hebben georganiseerd. Hij zegt: „Er is niks mis met mijn ogen, hoor.” En lacht weer.

„Je moet er toch een beetje verstand van hebben”, zegt de vrouw die vond dat hij het meteen had moeten zien.

De koning: „Dat klopt ook wel.”

„Je ziet hem van de ene op de andere reddingsactie overgaan”, zegt Tom Postmes bij die beelden, „Eerst is het ‘Oeps, wat zeg ik nu?’ Dan: ‘Oeps, hoe moet ik hierop reageren? Daarna: ‘Hee, ze haken niet, ze breien.’ Ondertussen schudt hij wel meteen de hand van de man naast hem en dat doet hij lief en zorgzaam. Je ziet hem zijn best doen, hij is hard aan het werk. Hij balt zijn vuisten zo dat zijn knokkels wit worden.”

Als ze aan het eind van het bezoek met z’n allen op de foto gaan, de koning in het midden, roept de gehandicapte werknemer die hem een hand gaf: „Wie ben jij eigenlijk?” Iedereen lacht. Willem-Alexander zegt: je hebt gelijk, de volgende keer zal ik ook een naambordje op doen, net als jullie.

Koning Filip

Iemand die sinds een jaar of tien met Willem-Alexander omgaat en al wat langer met Beatrix, maakte ook een keer kennis met de koning van België, Filip. Die noemt hij „schuw en stijf”, ook als er geen fotografen of televisieploegen in de buurt zijn. De kans is misschien wel heel klein dat de Belgische koning nog over die schuwheid heenkomt.

Wat voor koning zou Willem-Alexander kunnen zijn over vijfentwintig jaar? Stel dat hij meer zou oefenen, naar andere adviezen zou luisteren. En desnoods: in therapie zou gaan. Misschien zou hij altijd de koning zijn die ik zag bij het diner met 150 jarigen in Amsterdam, of in de tent in Italië. Ontspannen, niet bang, grappig.

De bekende van de koning die ook Filip van België meemaakte, noemt Willem-Alexander „een aardige man, losjes en gezellig”. „Ik dacht meteen: wat word jíj onderschat.”

Dat hoor ik ook in andere gesprekken voor dit verhaal. Als mensen daarover beginnen, zit in hun volgende zin meestal Prins Pils – nog uit de tijd dat hij in Leiden geschiedenis studeerde. „Prins Pils is een beetje dommig”, zegt de bekende van de koning die ook Filip van België meemaakte. „En dat is Willem-Alexander absoluut niet. Hij zit niet in de wereld van de boeken, zoals zijn ouders. Ik denk ook niet dat hij de opiniepagina’s van kranten goed bijhoudt. Maar hij weet veel, hij is aards en denkt na over zijn eigen rol. Je kunt ook op een andere manier een goede koning zijn.”

Wie zouden het zijn: de mensen die Willem-Alexander onderschatten? In elk geval níet Annie Gerrits van het woonwagenkamp, de vrouwen van de breiclub of de bejaarden in ’t Hofland. Misschien wel zijn eigen generatiegenoten, net zo hoogopgeleid als hijzelf. Maar misschien zijn dat juist ook de mensen die niet zitten te wachten op een koning. Voor wie doe je het dan?

Prins Pils is een beetje dommig

Op een middag in het voorjaar ga ik langs bij een van de grootste oranjefans van Nederland, Oscar Meijer (56). Hij is receptionist bij de beroepsvereniging van fysiotherapeuten. In zijn woonkamer hangt een lamp in de vorm van een kroon, op tafel liggen muntkaarten met een speciale penning voor het vijfjarige koningschap van Willem-Alexander, in de hoek een buste van Juliana, gemaakt door de vroegere beeldhouwdocent van Beatrix, Katinka van Rood.

Als ik vraag of hij vindt dat Willem-Alexander wordt onderschat, begint ook hij meteen en uit zichzelf over Prins Pils. „Zo heb ík hem nooit genoemd. Ik heb hem ook nooit een domme jongen gevonden.”

Voor Beatrix nam Oscar Meijer dropjes mee op Koninginnedag, ze praatte altijd even met hem. Op Koningsdag in Tilburg, vorig jaar, had hij voor Willem-Alexanders vijftigste verjaardag een kussen laten maken met buttons erop: van de koning en zijn gezin. Maar wat Meijer in al die jaren nog nooit was overkomen: de koning schudde handen aan de overkant van de straat, de koninklijke stoet trok verder en daar stond hij met zijn kussen.

Bij het streekbezoek van Willem-Alexander aan het Eemland, in september, wachtte Oscar Meijer hem op bij de Koppelpoort in Amersfoort. „Hij kwam met uitgestoken handen op me af. Ik zei: op Koningsdag heb ik u gemist en hij zei: ja, dat ging niet goed hè?” Op dat streekbezoek reisde Meijer de koning achterna naar Bunschoten. Langs de weg stond een jongetje met een tekening. Máxima zag hem niet, zegt Meijer. De koning wel, hij nam de tekening aan en praatte met het jongetje. „Hij ziet alles, net als Beatrix.”

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima brengen een streekbezoek aan het Eemland in de provincie Utrecht.Robin van Lonkhuijsen/ANP

Van andere oranjefans hoort Oscar Meijer alleen „positieve geluiden” over Willem-Alexander. Zelf heeft hij „diep respect” voor het werk van de koning. „Ik denk wel”, zegt hij ook, „dat ik van de Oranjevrienden het meest kritisch over hem ben.”

Om dat uit te leggen begint hij over het comité dat Willem-Alexanders inhuldiging organiseerde, met ook theaterproducent Joop van den Ende erin. En over Máxima die naar de musical is geweest over het leven van André Hazes. „Dat is toch heel wat anders”, vindt Meijer, „dan de high culture waar Beatrix zo van houdt.”

Meijer ziet, zegt hij, dat Willem-Alexander ‘gewoon’ wil zijn. „Dat kun je zijn sterke kant noemen, hij maakt daardoor contact met mensen die anders misschien niet onder de indruk zouden zijn van een koning. Het is ook zijn zwakte. Bij al die aandacht van hem voor sport en populaire cultuur denk ik: maak je koningschap toch breder. Een koning die staat voor de hogere cultuur kan mensen daarin meenemen en laten groeien.”

Meijers punt: voor Sven Kramer of Ireen Wüst juichen de mensen toch wel. „Daar hebben we de koning niet bij nodig.”

Vorig jaar, in de zomer, was Willem-Alexander bij een speciale voorstelling van het Nationale Ballet voor choreograaf Hans van Manen. Maar daarvan denkt Oscar Meijer: „Dat was vast een moetje. Van zijn moeder.”

Moeder kijkt mee

Van de ongeveer tachtig werkbezoeken, uitreikingen, openingen of andere bijeenkomsten die Willem-Alexander in 2017 in Nederland had, waren er vijf die je cultureel kunt noemen – als je de concerten voor Koningsdag en Bevrijdingsdag niet meerekent, die zijn er elk jaar. Beatrix had in datzelfde jaar bijna dertig optredens waarvan er zeven te maken hadden met kunst, muziek, dans. Maar in 2017 deed de koning nóg minder aan de sport. Hij opende het vernieuwde Thialf Stadion, was bij het EK Voetbal voor vrouwen en ontving het Nederlandse vrouwenvoetbalteam.

Het is wel zo: zijn moeder kijkt mee. Beatrix zit er nog steeds bij als Willem-Alexander en Máxima op maandagochtend hun werk voorbespreken met hun adviseurs, in de Puttikamer van Paleis Noordeinde. Beatrix is ook nog lid van de Paleiscommissie: wetenschappers, denkers en kunstenaars die samen met de koning bedenken welke lezingen en tentoonstellingen er moeten komen in het Paleis op de Dam. Ook na haar aftreden had ze in de vergaderingen „het hoogste woord”, volgens iemand die erbij was.

Een bekende van de koninklijke familie zegt: „Zo’n bijzonder getalenteerde moeder, zo erudiet, perfectionistisch en alles overschaduwend. Kruip maar eens uit de schaduw van zo’n oude boom.”

Hij ziet alles, net als Beatrix

En wat is dan vijf jaar? In de politiek: een eeuwigheid. Als koning, is het idee op Paleis Noordeinde, ben je nog maar net begonnen.

Streekbezoeken gaan nu minder over bezienswaardigheden en meer over wat er speelt in een regio: windmolens in Drenthe, werkloosheid in de Veenkoloniën, bevolkingskrimp. Wat hij als kroonprins heeft bedacht en nog steeds doet, in 2017 twee keer, is de ‘uitblinkerslunch’: voor wie is opgevallen door een bijzondere prestatie. Nieuw zijn de ‘thuisgevoel-bijeenkomsten’. Met de boodschap dat iedereen erbij hoort in Nederland probeert Willem-Alexander zoveel mogelijk onder ‘gewone mensen’ te zijn. Zo kwam hij in de Amsterdamse Bijlmer, de Jordaan, de Rotterdamse wijk Hillesluis, De Bennekel in Eindhoven, hij was ook op de Haagse Markt. Het bezoek aan de woonwagenbewoners in Zeist hoorde er ook bij.

Belangstellenden maken selfies met Koning Willem-Alexander op het terrein van Natuurtalent tijdens een werkbezoek aan Talentfabriek010. Marco de Swart/ANP

In zijn eerste Kersttoespraak bleef Willem-Alexander nog zitten, net als zijn moeder. Daarna ging hij staan. Maar verder?

Mensen bij elkaar brengen, vertegenwoordigen, aanmoedigen – die taakopvatting van Willem-Alexander had Beatrix zelf als koningin al een paar keer laten opschrijven in het ‘Jaaroverzicht van het Koninklijk Huis’. Net als Beatrix besteedt Willem-Alexander elk jaar speciale aandacht aan een beroepsgroep. Nu is dat de politie, vorig jaar de thuiszorg, eerder waren het ook al eens de kleine ondernemers, werknemers uit de land- en tuinbouw, het toerisme. Ze mogen op de nieuwjaarsreceptie komen en staan daar tussen politici en bestuurders, de speech van de koning gaat ook over hen.

Journalisten worden niet uitgenodigd voor de recepties. Die beroepsgroep krijgt van Willem-Alexander wel veel meer aandacht dan van Beatrix. Zij wilde alleen voor een camera iets zeggen als het van tevoren werd opgenomen. Willem-Alexander beloofde Nederland een eenentwintigste eeuws koningschap en hoe moeilijk hij het ook lijkt te vinden, van hem krijgen de kijkers ook livebeelden waarin hij iets zegt.

Al is dat bijna altijd strak geregisseerd. En soms met een duidelijk doel vooraf geregeld.

Het is eerst Privé, daarna De Telegraaf die meldt dat Amalia (14), de oudste dochter van Willem-Alexander en Máxima, haar middelbare school zal afmaken in China. Aan het hof zitten ze ermee. Het klopt niet. Maar de school van de prinses is privé en op zulk nieuws reageert de Rijksvoorlichtingsdienst niet. Als de dienst het nu toch ontkent en bij het volgende privé-nieuwtje weer zwijgt, welke conclusies worden dan getrokken over dat volgende nieuwtje? Dat dat wél waar is?

Even afwachten helpt niet. Veel media nemen het bericht over, er zijn al reacties, commentaren: wat moet Amalia in een land waar mensenrechten worden geschonden? Het wordt steeds meer wáár.

Op vrijdagmiddag 16 februari is de koning in Den Bosch voor het 700-jarige bestaan van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, een klein oecumenisch genootschap dat de christelijke saamhorigheid wil bevorderen. Aan het eind van de middag opent Willem-Alexander een tentoonstelling over de Broederschap, daarna loopt hij over de binnenplaats van het Noordbrabants Museum naar zijn auto. Het is al bijna donker.

Halverwege de rode loper staat een camera van de NOS. Die omroep was gebeld door de Rijksvoorlichtingsdienst: er zou toch een verslaggever komen voor de bijeenkomst in Den Bosch? Als die een vraag wilde stellen over Amalia en China, dan zou de koning dat nieuws ontkennen.

Koning Willem-Alexander en koningin Maxima met hun dochters, de prinsessen Amalia, Alexia en Ariane.Patrick van Katwijk/ANP

En zo gebeurt het. De koning zegt dat hij erover had gehoord op de terugweg van de Olympische Winterspelen, bij een overstap in Parijs. Hij had meteen Amalia gebeld: had zij zelf iets geregeld? Nee. „Dus ik verwijs het weer terug naar de dikke duim die het creatief… waar het uitgezogen is. Het is een totaal onzinverhaal.”

De verslaggeefster doet niet alsof de vraag over Amalia haar eigen idee is geweest, ze vraagt nu: „Waarom vindt u het zo belangrijk om dat te zeggen?”

De koning, niet op zijn gemak, wel steeds glimlachend: „Het lijkt me toch wel goed omdat heel veel mensen het heel serieus namen. We kunnen niet altijd alles maar blijven ontkennen. Maar op een gegeven moment is het toch heel goed dat een verhaal zo groot wordt, om even te zeggen… Het is even terug naar die dikke duim. Daar moet het gewoon weer in. Dan is het afgesloten daarmee.”

Later blijkt dat dat ook zo is. De Telegraaf meldt dat Amalia ‘toch niet’ naar China gaat. Daarmee is het klaar.

In Den Bosch zegt de koning die vrijdagmiddag nog tegen de NOS dat Amalia heel hard had moeten lachen om het verhaal. Dan loopt hij met grote passen naar zijn auto. De mensen die altijd in de buurt zijn bij zo’n bezoek – de burgemeester, de commissaris van de koning – komen achter hem aan en zien hem bijna in de auto verdwijnen, zonder afscheid. De koning bedenkt zich net op tijd en draait zich om.