Vertrouwen in ‘recidivist Rutte’ slinkt

Kamerdebat dividendmemo’s

Oppositie met uitzondering van SGP achter motie van afkeuring, meerderheid Tweede Kamer steunt premier.

Premier Mark Rutte en minister van Economische Zaken Eric Wiebes (links) woensdag tijdens het debat over de dividendbelasting. Foto Martijn Beekman / ANP.

Hoe vaak kun je zeggen dat je fout zat – en daarna weer vrolijk verdergaan? Voor de derde keer in ruim een jaar tijd ging het woensdag in de Tweede Kamer tot na middernacht over de geloofwaardigheid van premier Rutte, in een beladen debat over de ‘dividendmemo’s’. Net als bij de datsjaleugen van Halbe Zijlstra en het ‘bonnetje’ van Veiligheid en Justitie wist Rutte vrijwel niemand in de oppositie te overtuigen dat hij de waarheid sprak. En toch wandelde hij gewoon weer als premier de zaal uit.

Lees ook: Rutte zocht woensdag tijdens het slepende debat zijn toevlucht in een woordenspel over de dividendbelasting. Er werd gesproken over wat een ‘memo’ en wat ‘ter tafel liggen’ eigenlijk is.

Op de SGP na steunde de volledige oppositie woensdagavond laat een motie van afkeuring tegen Rutte – het op een na sterkste middel van het parlement om een bewindspersoon op te vingers te tikken. Zelfs Lodewijk Asscher (PvdA), die in het vorige kabinet jarenlang nauw met Rutte samenwerkte, zei dat de premier zijn fractie niet had overtuigd „dat hij geloofwaardig kan functioneren”. De motie haalde het niet doordat Ruttes coalitiegenoten tegenstemden.

Premier wil eerst ‘reflecteren’

Rutte zelf wilde na afloop weinig zeggen. Hij zou deze donderdag vertellen „hoe de motie bij mij is aangekomen”, eerst wil hij „reflecteren”. Bij die reflectie zal hij zich moeten afvragen hoe vaak hij evidente onwaarheden nog kan goedpraten met een beroep op een vol hoofd („het was niet top of mind”) of beperkte herinneringen – terwijl iedereen in Den Haag weet dat Rutte over een excellent geheugen beschikt.

Ruttes geluk in het debat was dat zijn coalitiepartners net zo schuldig zijn aan het „rommeltje” (dixit VVD’er Klaas Dijkhoff) dat ontstaan is over het besluit om de dividendbelasting te schrappen. Ook zij zeiden bij een debat in november met grote stelligheid „geen herinnering” te hebben aan documenten over het afschaffen van de dividendbelasting – die er nu toch blijken te zijn, met dank aan twee onderzoekers en het dagblad Trouw. Rutte hard aanvallen op zijn aanpak van de kwestie, betekende automatisch toegeven dat zij zelf ook fout zaten – en daar voelden de drie fractieleiders weinig voor.

Dus verscholen Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) zich, net als Rutte, achter een semantisch onderscheid tussen ambtelijke memo’s (niet gezien) en een ‘partijstuk’ van VVD’er Eric Wiebes (wel gezien, maar dat telde niet). Hun enige mea culpa was dat ze dit onderscheid niet al eerder hadden gemaakt – en daardoor voor „mist” en „verwarring” hadden gezorgd.

Na het debat over het aftreden van minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken, VVD), in februari, had Rutte nog krediet bij een groot deel van de Tweede Kamer – ook al rezen er toen ook serieuze vragen over zijn eerlijkheid. Deze keer was de voltallige oppositie, op de SGP na, klaar met de premier. Volgens Lilian Marijnissen (SP) was het vertrouwen in de „recidivist Rutte” compleet weg.

Deuk in verhouding met oppositie

Dat is ingewikkeld voor een kabinet dat stoelt op slechts één zetel meerderheid in het parlement – en binnen een jaar wellicht zijn meerderheid in de Eerste Kamer kwijt is. Binnen de coalitie zullen ze zich ook realiseren dat ze zich niet nóg zo’n debat kunnen permitteren. Een half jaar na het aantreden heeft Rutte III nog geen enkele grote maatregel genomen, maar is er wel voortdurend discussie over de geloofwaardigheid van de kopstukken. Dat is niet bepaald goed voor de onderlinge verhoudingen in een tijd van moeilijke gesprekken over de Voorjaarsnota. Wat dat betreft was de opstelling van Sybrand Buma (CDA) in het debat een omineus teken: hij weigerde in te gaan op vragen over zijn geheugen. De onderliggende boodschap aan Rutte was duidelijk: ik ga deze puinhoop niet verdedigen, dat doe je maar lekker zelf.

Op de korte termijn heeft Rutte de slag gewonnen. De oppositie kon hem niet vastnagelen op een echte leugen, de stemming in het parlement heeft hij overleefd. Maar is de schade op de lange duur niet veel groter? Om uit de problemen te blijven, moest de coalitie zijn toevlucht zoeken tot een woordenspel waar niemand buiten Den Haag iets van begrijpt. Zo blijft rond Rutte III een zweem hangen van onwaarheden en gedraai.

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Philip de Witt Wijnen