Vertraging van de groei is voer voor ECB-duiven als Draghi

ECB-vergadering Klaas Knot had een goed argument om te stoppen met het ECB-opkoopbeleid: de hoge economische groei. Maar nu zwakt die groei af.

Foto Krisztian Bocsi/Bloomberg

Het volgende grote gevecht over het monetaire beleid in de eurozone moet deze zomer gaan plaatsvinden. Maar één van de belangrijkste discussiepunten werd donderdag al duidelijk, na de vergadering van de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. Hoe robuust is de economische groei in de eurozone eigenlijk?

Tot voor kort waren veel financiële analisten het erover eens: omdat de economie het zo goed doet – 2017 was het jaar van de euroboom, met elk kwartaal zo’n 0,7 procent groei – is de tijd van een normaler monetair beleid ook niet meer ver weg. De grootschalige maandelijkse opkoop door de ECB van staats- en bedrijfsleningen (nu nog 30 miljard euro per maand) zou dan voor het einde van dit jaar worden beëindigd. Medio 2019 zou de ECB dan ook weer de rente weer gaan verhogen.

Maar in korte tijd lijkt het beeld te zijn omgeslagen. ECB-president Mario Draghi sprak in een persconferentie van „scherpe dalingen” in economische vertrouwensindicatoren, „in meerdere landen en in meerdere sectoren”. Hij noemde onder meer de PMI, een gezaghebbende index gebaseerd op een enquête onder inkoopmanagers. Voor de industrie in het eurogebied is die gedaald van 60,6 punten in december naar 56 in april. Overigens duidt elk getal boven de 50 nog steeds op groei. Ook andere PMI’s, voor diensten, retail en export zijn gedaald, merkte de Italiaan op.

Het ECB-bestuur rapporteerde een „matiging of verlies van kracht” in de groei „in alle landen”, zei Draghi. Maar hoe deze trend moet worden gezien – als een correctie na onstuimige groei, of juist als „het begin van een belangrijke neergang”, daar is het bestuur nog niet uit. Hoe het bestuur de ontwikkeling „leest” is „heel belangrijk voor de volgende beslissingen”, zei Draghi.

Haviken en duiven

Met die opmerking zet Draghi de toon voor de komende ECB-vergaderingen. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, die snel van het ultraruime monetaire beleid af wil, had met de hoogconjunctuur nog een belangrijk argument in handen. Want hoe hoger de economische groei, hoe groter ook de kans dat de lage inflatie (1,3 procent in maart) weer toetrekt naar de ECB-doelstelling (vlak onder de 2 procent). Knot geldt als één van de ‘haviken’ die een hoger rentepeil voorstaan. Maar nu het economisch weer wat tegen gaan lijkt te zitten hebben ‘duiven’, onder wie Draghi, extra munitie in handen om het monetaire gaspedaal ingedrukt te houden.

Het roept de vraag op of het monetair beleid ooit nog wel ‘normaal’ wordt, zeker omdat de ‘duiven’ in het ECB-bestuur tot dusver een meerderheid vormen. De balans van de ECB is, mede door de opkoop van leningen, sinds de crisis meer dan verdubbeld tot meer dan 4.500 miljard euro.

Vitor Constancio, de vice-president van de ECB die in mei weggaat, kreeg van de pers de vraag hoe het centrale bankieren na de crisis is veranderd. „Ik betwijfel of we terug kunnen gaan naar het eenvoudige leven van eertijds”, zei hij. Die tijd schetste hij zo: centrale banken hadden een kleinere balans. En ze gebruikten ze doorgaans alleen het rente-instrument. Dat lijkt nu allemaal geschiedenis.

Lees ook de column van Maarten Schinkel over het huidige dipje: De euroconjunctuur is toe aan een aspirientje