opinie

Studenten van nu hebben het niet zwaarder dan studenten vroeger

Dat psychische klachten bij jongeren toenemen, klopt niet, schrijven de Tilburgse onderzoekers Peter van der Velden, Marcel Das en Ruud Muffels. „De psychische gezondheid van studenten is opmerkelijk stabiel.”

Foto iStock

Regelmatig verschijnen alarmerende berichten over psychische problemen bij studenten. Er is dan vaak sprake van een toename van psychische of gezondheidsproblemen. In Trouw lieten de Vereniging Hogescholen en universiteitskoepel VSNU recent weten het beeld te herkennen dat de druk op studenten toeneemt. „Je ziet dat er steeds meer aandacht voor komt. Het is belangrijk om erover te praten, psychische problemen worden versterkt door te zwijgen”, aldus een VSNU-woordvoerder.

Dat ook onder studenten ernstige psychische problemen voorkomen, staat niet ter discussie. Maar zijn de huidige studenten er slechter aan toe dan vijf of tien jaar geleden? Hebben ze bijvoorbeeld meer psychische klachten, zijn ze vaker vermoeid, slikken ze meer medicijnen tegen angst en depressie en melden ze vaker dat hun gezondheid slechter is dan een jaar geleden? Wij hebben gegevens van het longitudinale LISS-panel van CentERdata geanalyseerd. Dit panel is gebaseerd op een omvangrijke (7.500 mensen) door het CBS getrokken aselecte steekproef uit de gehele Nederlandse bevolking. Voor onze analyse hebben we drie groepen jongeren uit het panel geselecteerd (tezamen circa 1100 jongeren), namelijk jongeren die eind 2007, 2012 of 2017 19 tot 24 jaar oud zijn, ongeacht of ze op dat moment studeren of niet. Berichtgeving lijkt immers vaak te suggereren dat studenten meer klachten hebben dan niet-studenten in dezelfde leeftijdsgroep.

Zijn de huidige studenten er slechter aan toe dan vijf of tien jaar geleden?

We hebben een beperkt aantal gezondheidskenmerken vergeleken, variërend van psychische klachten tot het gebruik van medicijnen tegen angst of depressie (minstens eenmaal per week). De resultaten van onze statistische analyses laten een geheel ander beeld zien dan de berichten in de media. De jongeren die in 2007, 2012 of in 2017 19 tot 24 jaar oud zijn, wijken onderling niet af in psychische klachten (circa 30 procent); in zich regelmatig vermoeid voelen (circa 35 procent); in zich belemmerd voelen in studie of werk (circa 7 procent) of in sociale contacten (circa 5 procent) door gezondheids- of emotionele problemen; in verslechterde gezondheid verkeren ten opzichte van vorig jaar (circa 15 procent); in het gebruik van medicijnen tegen angst en depressieve gevoelens (circa 1,5procent); en in het contact met een psychiater, psycholoog of psychotherapeut in het afgelopen jaar (één of meerdere malen: circa 11 procent). De meeste studenten verkeren net als tien jaar geleden in goede gezondheid (circa 90 procent). Studenten zijn wat deze gezondheidskenmerken betreft niet slechter af dan niet-studenten. Studenten op universitair of hbo-niveau hebben niet meer gezondheidsproblemen dan respondenten op mbo- of een ander opleidingsniveau. Er zijn geen aanwijzingen dat respondenten die studeren en van wie universiteit of hbo het hoogste opleidingsniveau is, meer of minder gezondheidsproblemen hebben dan bijvoorbeeld jongeren die niet studeren en een ander opleidingsniveau hebben. In al deze analyses zijn de effecten van jaar, student-zijn en hoogst genoten opleiding gelijktijdig geanalyseerd, en is rekening gehouden met geslacht.

Kortom: de psychische gezondheid van studenten is opmerkelijk stabiel. Het beeld in de media dat problemen toenemen klopt niet. De gesignaleerde psychische en gezondheidsproblemen van studenten verdienen uiteraard serieuze aandacht. Maar laten we ook niet-studenten niet vergeten. De cijfers tonen dat zij in gelijke mate met psychische en gezondheidsproblemen kampen.

Dr. Peter van der Velden is GZ-psycholoog, Marcel Das is hoogleraar Econometrie en Dataverzameling, Ruud Muffels is hoogleraar Labour Market and Social Security; allen verbonden aan NETHLAB van Tilburg University