Regionaal streekvervoer mag staken

Openbaar vervoer De rechter heeft geoordeeld dat het streekvervoer mag staken. De vakbonden willen maandag en dinsdag het regionale bus- en treinvervoer platleggen.

Pamflet van de FNV ter gelegenheid van de staking van het streekvervoer op 30 april en 1 mei. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De werknemers van regionale bus- en treinvervoerders mogen volgende week maandag en dinsdag staken. Dat heeft de rechtbank Midden-Nederland donderdag geoordeeld in een kort geding dat door de vervoersmaatschappijen was aangespannen.

De vakbonden FNV en CNV Vakmensen willen maandag en dinsdag al het streekvervoer platleggen. Het gaat om alle treinen die niet van de Nederlandse Spoorwegen zijn, en om bijna alle bussen – behalve in Den Haag (HTM) en Amsterdam (GVB). In Rotterdam blijft het stadsvervoer rijden, maar de regionale buslijnen van de RET niet.

De bonden vinden dat werkgevers te weinig doen aan de hoge werkdruk van chauffeurs en machinisten. Ze willen daar afspraken over maken in de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) voor het openbaar vervoer. Met de staking willen de bonden de werkgevers onder druk zetten.

Tweede keer

Werkgevers wilden de staking via de rechter tegenhouden. Volgens hen waren de onderhandelingen nog volop gaande en zou een staking in de meivakantie ontwrichtend zijn. De vakbonden verdedigden dat de overlast juist in de schoolvakantie beperkt zou zijn, omdat er dan minder scholieren en studenten reizen. De rechter vond het recht om te staken uiteindelijk het zwaarste wegen.

Het zal de tweede staking zijn in het al maanden slepende onderhandelingstraject. Op 4 januari, in de kerstvakantie, lag het streekvervoer ook al grotendeels plat.

Na die staking gingen de cao-onderhandelaars van vakbonden en werkgevers half januari opnieuw aan tafel. Ze kwamen tot een conceptakkoord, waarin ze onder andere schreven dat buschauffeurs elke tweeënhalf uur een ‘plaspauze’ mogen nemen, als de dienstregeling dat toelaat. Ook werden er afspraken gemaakt over minder krappe rijtijden in het rooster.

Maar de achterban van de FNV wees dat conceptakkoord begin vorige maand af. Het was hen te vaag, zegt FNV-onderhandelaar Paula Verhoef. „Bij de plaspauze stond bijvoorbeeld dat die elke tweeënhalf uur mogelijk moet zijn, mits de dienstregeling dat toelaat. De leden zeggen dat daar gewoon moet staan: elke tweeënhalf uur. Punt.”

Concreter

Ook wilden de FNV-leden concretere afspraken over de ‘keertijden’. Chauffeurs willen meer tijd in hun rooster om passagiers te laten uitstappen, de bus te keren en nieuwe passagiers binnen te laten. „Daar moeten drie minuten voor staan”, zegt Verhoef. „Maar dat is nu niet gedefinieerd. Soms moet je op hetzelfde moment dat je aankomt, weer vertrekken. Dan ziet een chauffeur meteen op zijn dashboard dat hij achterloopt – dat verhoogt natuurlijk ook de werkdruk.”

Vorige week maandag kwamen de bonden met nieuwe eisen. Hun belangrijkste punt: de gemaakte afspraken over werkdruk moesten concreter worden. Ze stelden een ultimatum: werkgevers moesten in een week reageren, anders volgt een tweedaagse staking.

De regionale vervoersmaatschappijen waren best bereid om te praten, zegt voorzitter Fred Kagie van de Vereniging Werkgevers Openbaar Vervoer (VWOV). Hij wilde alleen wat meer tijd krijgen om de vakbondseisen te bestuderen. „Zelf hebben de bonden na het afwijzen van ons onderhandelingsresultaat tweeënhalve maand nagedacht”, zegt Kagie. „En nu geven ze ons maar een week.” Kagie benadrukt dat hij moet overleggen met de vijf bij hem aangesloten vervoersbedrijven: Arriva, Connexxion, EBS, Keolis en Qbuzz. Ook had hij meer tijd willen hebben om oplossingen door te rekenen, zegt hij. „Als je in het rooster van alle chauffeurs bijvoorbeeld één minuut werk verandert in vrije tijd, moet je al extra mensen inzetten. Dat kost dan sectorbreed zo’n 6 miljoen euro.”