Recensie

Red de digitale revolutie

Internet Internet ontwricht niet alleen de economie, maar bedreigt ook de liberale democratie. Het is hoog tijd voor maatregelen.

Niet langer wordt hij de ‘antichrist van Silicon Valley’ genoemd, stelt Andrew Keen, de razende reporter van de digitale wereld, tevreden vast in het voorwoord van How To Fix the Future. Staying Human in the Digital Age. Lange tijd gold de vroegere Britse internetondernemer Keen (1960) met zijn boeken over de donkere kanten van internet als de party pooper op het digitale feest dat twintig jaar geleden zo mooi begon. Maar zeker nu Facebook onder vuur ligt wegens zijn rol in de verspreiding van nepnieuws en het veroveren en verkopen van gegevens van zijn klanten, beginnen ook ‘digerati’ in te zien dat internet de grote, boze wereld niet heeft veranderd in een vredige global village.

Toch is dit voor Keen geen reden om in zijn nieuwe boek zijn gelijk van de daken te schreeuwen. In How to Fix the Future wil hij een volgende stap zetten en gaat hij na hoe de digitale revolutie kan worden gered. Want die heeft, hoe ontaard ook, tenslotte ook veel goeds gebracht.

Dit doet hij op soortgelijke wijze als in The Cult of the Amateur (2007) en The Internet Is Not The Answer (2015): How to Fix the Future bestaat weer grotendeels uit een aaneenschakeling van vaak wat al te lang uitgesponnen reportages uit de digitale wereld, van Silicon Valley via Berlijn en Estland tot Singapore, en interviews met techondernemers, filosofen, artiesten en politici.

Soms kan Keen het niet laten om zijn gelijk nog eens te onderstrepen. Zo laat hij David Lowery, zanger-gitarist van de rockband Camper Van Beethoven én activist voor een betere betaling van musici door streamingdiensten als Spotify, voorrekenen dat een nummer dat op Pandora één miljoen keer wordt afgespeeld, hem slechts 16,89 dollar oplevert. Dat is minder dan Lowery verdient met de verkoop van één T-shirt, voegt Keen eraan toe. Maar de meeste aandacht besteedt hij toch aan nieuwe, min of meer idealistische internetondernemingen, zoals het door rijke internetpioniers gefinancierde Kapor Center in Oakland, een oud, opgeknapt gebouw dat vol sociaal geëngageerde start-ups zit.

Communistisch Manifest

Voor het antwoord op de vraag hoe de uitwassen van de digitale revolutie kunnen worden bestreden, kijkt Keen vooral naar het verleden. Herhaaldelijk vergelijkt hij de digitale revolutie met de industriële. ‘We zijn terug in 1850’, schrijft hij zelfs: net als de industriële revolutie in de 19de eeuw zorgt de digitale revolutie nu niet alleen voor een ontwrichting van de economische verhoudingen, maar ook van de politieke en culturele, kortom: van de hele samenleving. Ook in het begin van de 21ste eeuw verdampt al het vaststaande en wordt al het heilige ontwijd, laat hij een somber geworden techondernemer zeggen in navolging van Karl Marx en Friedrich Engels in het Communistisch Manifest uit 1848.

Keen gaat vooral in op de economische gevolgen van de digitale revolutie. Zoals een elite van ondernemers in de 19de eeuw vermogend werd en het proletariaat onder erbarmelijke omstandigheden moest werken in fabrieken en wonen in sloppen, zo heeft de opmars van de interneteconomie de afgelopen twee decennia gezorgd voor een vergroting van de economische ongelijkheid. Anders dan internetutopisten hadden verwacht, geldt ook in de interneteconomie‘winner takes all’ en zijn Google en Facebook in korte tijd bijna uitgegroeid tot monopolies, stelt hij vast. Een kleine groep internetondernemers, zoals Facebook-oprichter Mark Zuckerberg met een geschat vermogen van 65 miljard dollar, wordt steenrijk, terwijl steeds meer gewone stervelingen voor hun levensonderhoud zijn aangewezen op flexibele en onderbetaalde arbeid. Net als in het 19de-eeuwse Engeland worden de Verenigde Staten een land van two nations, ziet Keen in East Palo Alto, een stadje met een omvangrijke zwarte bevolking en duizenden daklozen midden in Silicon Valley, het rijke walhalla van de digitale wereld.

Maar zoals de uitwassen van de industriële revolutie in de loop van de jaren zijn bestreden met een keur aan sociale wetten en overheidsingrijpen, zo vragen nu ook de nadelige gevolgen van de digitale revolutie om uiteenlopende maatregelen. Als leidraad hiervoor gaat Keen nog verder terug in de geschiedenis en neemt hij Utopia, het legendarische boek van de Engelse humanist Thomas More uit 1516, als bron van inspiratie. Uit deze beschrijving van een ideale samenleving leidt hij een ethiek voor de amorele digitale wereld af: More’s Law, de morele plicht van elke burger om op een humanistische wijze de wereld te verbeteren. Voor een internetondernemer als Zuckerberg betekent dit bijvoorbeeld dat hij zich tegen het verwijt dat Facebook de verspreiding van nepnieuws faciliteert niet moet verweren met de bewering dat zijn onderneming slechts een ‘platform’ biedt. Facebook is een nieuwe publieke ruimte en voor een goed beheer daarvan moet Zuckerberg, net als de eigenaar van een shopping mall, de verantwoordelijkheid nemen, vindt Keen.

De toepassing van More’s Law, die steeds opduikt in How to Fix the Future, leidt tot een keur aan maatregelen om internet te beteugelen. Geheel tegen de geest in van het nog altijd heersende neoliberalisme en de door Ayn Rand geïnspireerde Übermensch-ideologie van Silicon Valley, komen die vaak neer op overheidsingrijpen. Keen blijkt een bewonderaar van de Deense Eurocommissaris voor Mededinging Margrethe Vestager die de strijd is aangegaan met grote Amerikaanse techondernemingen en Google een boete van 2,4 miljard euro heeft opgelegd.

Sommige voorgestelde maatregelen doen denken aan ouderwetse sociale wetgeving. Zo wijdt Keen een hoofdstuk aan de pleitbezorgers van een basisinkomen, onder wie de Nederlandse journalist Rutger Bregman, wiens Gratis geld voor iedereen uit 2013 is uitgegroeid tot een internationale bestseller. Ook de door Keen genoemde tijdelijke weigering van artiesten als Taylor Swift om hun werk te laten verspreiden door Spotify komt bekend voor. Dit is niets anders dan een ouderwetse staking.

Overheidsingrijpen

In een basisinkomen ziet Jamie Bartlett, directeur van denktank Demos, niets. Dit is eenvoudigweg onbetaalbaar, stelt hij vast in The People Vs Tech. How the internet is killing democracy (and how we can save it), een pamflet dat kan worden beschouwd als de politieke pendant van How to Fix the Future ‘In de komende jaren zal óf tech de democratie en de sociale orde zoals we die kennen vernietigen, óf zal de politiek haar gezag uitrollen over de digitale wereld’, is de dreunende eerste zin van zijn betoog. De liberale democratie, zoals veel westerse landen die nu kennen, stamt uit het industriële tijdperk, legt hij vervolgens uit, en is daarom ‘incompatibel’ met de netwerksamenleving van het digitale tijdperk. Maar dit betekent niet dat democratie op de schroothoop van de geschiedenis moet belanden. Want democratie is, zo schrijft Bartlett in navolging van Churchill, nog altijd ‘de slechtst denkbare regeringsvorm – op alle andere na.’ Ook de digitale revolutie heeft nog geen betere regeringsvorm opgeleverd, vindt Bartlett die over zichzelf schrijft dat hij eens een internetoptimist was maar nu een pessimist die door een lichte paniek is bevangen. Er zit maar één ding op, vindt hij: er moeten maatregelen worden genomen tegen de ondermijning van de democratie door de digitale revolutie.

Bartletts analyse van de gevolgen van internet voor de westerse samenlevingen komt grotendeels overeen met die van Keen. Ook Bartlett stelt vast dat de interneteconomie heeft geleid tot een grotere ongelijkheid van inkomens en vooral vermogens en een afkalvende middenklasse. En een zekere gelijkheid en een bloeiende middenklasse zijn noodzakelijke voorwaarden voor een goed werkende democratie, schrijft hij.

Daarnaast heeft internet niet geleid tot een wereldwijde verbroedering maar juist tot fragmentatie, segregatie en de daarbij horende vijandigheid. Op internet vinden alle groepen, van rancuneuze witte mannen tot verongelijkte jihadisten, moeiteloos louter rechtvaardigingen voor hun onbehagen en bestrijden ze elkaar te vuur en te zwaard. Van een rationeel publiek debat, onontbeerlijk in een liberale democratie, is steeds minder sprake. Bartlett spreekt daarom van een ‘retribalisering’ van de westerse samenlevingen, met president Trump als vaandeldrager.

Nepnieuws speelt hierbij een grote rol. Voor zestig procent van de Amerikanen is Facebook nu al de belangrijkste nieuwsbron en juist dit medium – ook Bartlett vindt Facebook meer dan een platform – is uitermate geschikt voor het verspreiden van als nieuws vermomde verkiezingspropaganda. Medewerkers van Facebook en Google hielpen de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump hierbij zelfs actief, zo onthult Bartlett in zijn beschrijving van de wijze waarop Trumps campagneteam op geavanceerde wijze gebruik maakte van sociale media. Medewerkers van Facebook en Google werden overgevlogen naar San Antonio om het daar werkende sociale-mediateam van Trump te helpen bij de efficiënte verspreiding van propaganda.

Bartlett eindigt zijn pamflet met ‘twintig ideeën om de democratie te redden.’ Sommige hiervan vallen in de categorie ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf’. Zo beveelt hij de lezer aan om regelmatig off line te gaan en uit zijn ‘echokamer’ te komen door bijvoorbeeld lid te worden van een Facebookgroep van andersdenkenden. Andere betreffen de digitale (nep)nieuwswereld en zijn een – vermoedelijk vergeefs – moreel appel op de leiding van techbedrijven. Daar is een nieuwe ethiek hard nodig, vindt ook Bartlett: ‘Er moet een duidelijk onderscheid komen tussen ethische en onethische overreding. De aandachtseconomie moet worden vervangen door een economie van menselijke waarde.’ Zijn meest omvattende ideeën raken de hele samenleving en staan, net als die van Keen, haaks op de neoliberale ideologie. De rijkdom die de digitale revolutie heeft opgeleverd moet gelijker worden verdeeld, vindt Bartlett, en het herstel van een stabiele en sterke middenklasse moet worden bevorderd. Maar dat gaat niet vanzelf, zo heeft de Industriële Revolutie bewezen, voegt hij hier aan toe: ‘Het vereist vrijwel zeker meer overheidsingrijpen in de economie.’

Op 24/5 vindt in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam, een door het John Adams Institute georganiseerd openbaar interview met Andrew Keen plaats. Aanvang: 20 uur. www.john-adams.nl
    • Bernard Hulsman