Palestijnse herders kunnen geen kant op

Jordaanvallei Israëlische kolonisten en het leger scheppen steeds meer problemen voor Palestijnse herders. Daardoor komt hun traditionele levenswijze in het gedrang.

Een Palestijnse herder en zijn kudde, met op de achtergrond de Israëlische nederzetting Migdal Oz Foto Hazem Bader/AFP

‘Hu! Hu! Hu! Rrrraaaa...Ra!” Ayman Racheida (25) maakt keelgeluiden naar een paar geiten in de verte, die van de kudde dreigen af te dwalen. Het uitzicht op de omliggende bergen is adembenemend. Vogels fluiten, kamille komt tussen de rotsen tevoorschijn en sprinkhanen springen. In dit idyllische landschap zou je haast vergeten dat Racheida grotere zorgen heeft dan een stel afgedwaalde geiten.

Het traditionele bestaan van Ayman Racheida en de andere herders is steeds lastiger vol te houden. Volgens recente rapporten van mensenrechtenorganisaties probeert Israël hen op allerlei manieren van hun weidegronden in de Jordaanvallei te verdrijven.

Het leven van de herders draait al generaties lang om geiten en schapen. De vrouwen staan om vier uur ’s ochtends op om brood te bakken en de geiten te melken. Vervolgens maken ze karnemelk, yoghurt en boter van de melk, die aan klanten in het nabijgelegen Jericho worden verkocht. Als Ayman en de andere herders ’s avonds terugkomen, is er een nieuwe melkronde.

De jonge Ayman Racheida mijdt de weg die tussen de bergen door slingert. Daarboven groeit meer gras, maar er rijden ook Israëlische militairen. Hoewel er zelden militaire trainingen plaatsvinden, hebben die de ruime omgeving van de weg tot verboden gebied verklaard voor Palestijnse herders. De laatste keer dat Racheida zich in de buurt van de weg waagde met zijn kudde, een maand of drie geleden, kreeg hij een laatste waarschuwing in de vorm van een pak rammel.

Sindsdien durft hij zich er niet meer te vertonen, tot ongenoegen van zijn vader Mohammed ‘Abu Ismael’ Racheida, die vindt dat zijn opvolger dapperder zou moeten zijn, zodat de dieren tenminste te eten krijgen. Maar Ayman is bang om weer geslagen te worden, en vooral ook om zijn vergunning kwijt te raken om in een Israëlische nederzetting te mogen werken. Dat overkwam zijn tweelingbroer Ashraf na een confrontatie met een bewoner van een naburige nederzetting die, vertelt Ashraf, op hem en zijn kudde was ingereden. Het kostte hem ruim drie jaar en 2.000 euro aan advocatenkosten om de vergunning en daarmee zijn baan terug te krijgen.

Bedoeïenenstam

De bedoeïenenstam waartoe ze behoren, werd volgens hun vader in 1948 vanuit het zuiden richting Jericho gedreven en in 1978 door de Israëlische autoriteiten gevestigd in het dorpje Ain el-Diouq. Jarenlang konden ze zich relatief vrij bewegen in de omliggende bergen. Abu Ismael wijst om zich heen. „Vroeger stonden hier onze tenten”, zegt hij. Om in de bergen te kunnen overnachten, plaatsten ze watertanks voor de dieren. Sinds 2016 mag dat niet meer. „Als we ze toch neerzetten, schiet het leger ze lek.” Omdat de geiten nu elke avond naar het dorp terug moeten om te drinken, komen ze niet ver meer in hun zoektocht naar gras.

Zo’n 60 procent van de Jordaanvallei is permanent tot militaire zone of beschermd natuurgebied met toegangsbeperkingen verklaard. Bovendien hebben herders steeds vaker last van al dan niet aangekondigde militaire trainingen die hun bewegingsvrijheid beperken, blijkt uit een begin maart gepubliceerd rapport van mensenrechtenorganisatie B’tselem.

Terwijl aan de ene kant het graasgebied wordt ingeperkt door de militairen, dringt aan de andere kant de illegale nederzetting Mevo’ot Jericho de herders steeds verder terug. „Het begon in 1999 met één tent”, herinneren de herders zich. „De bewoner was vriendelijk tegen ons, en wij tegen hem. Toen bracht hij zijn vrienden mee en kwamen er meer families, vervolgens gingen ze dadelpalmen planten. En nu jagen ze ons weg.” Zodra herders hun schapen en geiten ook maar iets buiten hun dorp laten grazen, krijgen ze naar eigen zeggen te maken met kolonistengeweld. Aymans nichtje had wekenlang last van haar arm nadat ze in elkaar was geslagen door een kolonist, zijn moeder Jazia denkt met angst terug aan de honden die op haar werden losgelaten.

Palmplantage

Maandenlang zijn de dorpelingen dan ook niet in de buurt van de nederzetting geweest, maar sinds een paar dagen proberen ze met behulp van een groep Israëlische vredesactivisten de weidegrond weer op te eisen. Op een zondagochtend trekken de kuddes naar het veldje tussen hun dorp en de palmplantage van de kolonisten. De geiten hebben de eerste sprietjes nog niet achter de kiezen of een ‘vrijwillige beveiliger’ van de nederzetting stuurt zijn jeep op hoge snelheid op de dieren af, luid toeterend. De geiten zijn meteen van slag. Een jonge activiste gaat voor de auto staan om hem tegen te houden, een tweede filmt het gebeuren. Het tafereel herhaalt zich tot leger en grenspolitie erbij komen.

Hoewel Mevo’ot Jericho illegaal is volgens internationaal én Israëlisch recht, stelt Jacob Azu, de plaatselijke commandant met wie de kolonist door het autoraam praat, dat de nederzetting „officieel” is en dat het land „van Israël” is. Israëliërs beschouwen de hele Jordaanvallei als Israël, zegt activist Yaniv Jurkevitch, die de nom de guerre Junam gebruikt. „Ook voor mij was de Jordaanvallei het toonbeeld van het Israëlische credo: een land zonder volk voor een volk zonder land. Tot ik bij de vredesbeweging betrokken raakte en me realiseerde wat hier gebeurt, wat we andere mensen aandoen.”

De kolonisten hebben een andere versie van de situatie. Volgens jeepbestuurder Oren Ford zijn het juist de vredesactivisten die problemen maken. „Zonder hen is er vrede tussen ons en de Arabieren.” Maar Abu Ismael zegt: „Zonder vredesactivisten om ons te beschermen, durven we hier niet eens te komen.”

Annexatie

De Israëlische minister van Huisvesting heeft aangekondigd het aantal nederzettingen in de Jordaanvallei dit jaar flink uit te willen breiden. Israël beschouwt de strook land, die direct aan Jordanië grenst, als „veiligheidsgarantie”. Ook proberen rechtse partijen nu een wet door het Israëlische parlement te krijgen waarmee voor bewoners van nederzettingen hetzelfde rechtssysteem gaat gelden als voor Israël – volgens critici weer een nieuwe stap in de feitelijke annexatie van het gebied.

„Het leger wil niet dat we daar komen, de kolonisten willen niet dat we hier komen”, zegt Abu Ismael. „We kunnen nergens meer heen.” Door alle beperkingen leveren de geiten en schapen nauwelijks meer op dan ze kosten. De dieren moeten standaard worden bijgevoerd. Abu Ismael rekent voor dat ze per twee weken zo’n 500 euro aan voer nodig hebben. Toch is stoppen met geiten hoeden geen optie. „De geiten zijn alles. Bedoeïenen zonder geiten, dat kan toch niet?”

Voor Ayman Racheida is de charme wel van het herdersbestaan af. „Geiten hoeden zou vrijheid moeten zijn”, zegt hij. „Hier betekent het het tegenovergestelde.” Als hij de vrije keuze zou hebben? Dan werd hij boekhouder in plaats van herder, en kocht hij een jeep, net als de kolonisten en het Israëlische leger.