Optimistische fotojournalist bij conflicten

Abbas Attar 1944-2018 De in Iran geboren fotograaf Abbas Attar noemde zichzelf de ‘geschiedschrijver van het heden’.

Iran: 11 februari 1980: Tijdens de viering van de eerste verjaardag van de islamitische revolutie is een man flauwgevallen. Foto Abbas / Hollandse Hoogte / Magnum Photos

Wat mensen uit naam van hun geloof doen – het was het grote thema in het oeuvre van Abbas Attar, de in Iran geboren fotograaf die woensdag in zijn woonplaats Parijs op 74-jarige leeftijd overleed.

Abbas, zoals zijn artiestennaam luidde, was een pijler van het Franse fotoagentschap Magnum. „De peetvader voor jongere generaties fotojournalisten”, zegt Thomas Dworzak, de huidige directeur van Magnum.

Als Iraanse immigrant in Algerije was Abbas als jongeling getuige van de Algerijnse oorlog. Die ervaring deed hem besluiten journalist te worden. Als schrijvend journalist die ook foto’s nam; al snel alleen als fotograaf.

Abbas deed met zijn camera verslag, in zwart-wit, van oorlogen en revoluties in onder meer Biafra, Bangladesh, Noord-Ierland en Vietnam. Grote reportages maakte hij over Mexico, Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime en over ‘The Rumble in the Jungle’, de legendarische bokswedstrijd in Kongo tussen George Foreman en Muhammad Ali.

Vaak liet Abbas zien hoe religieuze passie politieke passie voedt. Neem zijn boek Iran, la révolution confisquée (1980), over de Iraanse Revolutie, de opstand onder leiding van ayatollah Khomeini tegen het pro-westerse bewind van de sjah.

Zuid-Afrika, 1978: Kolonel Malan, directeur van de politieschool voor zwarten, met zijn rekruten. Foto Abbas / Hollandse Hoogte / Magnum Photos

Abbas legde bijvoorbeeld vast hoe de aanhangers van de ayatollah een vrouw op straat mishandelden. Als omstanders op zulke momenten tegen hem zeiden dat hij de revolutie in diskrediet bracht, zei Abbas dat het moest, dat hij „het voor de geschiedenis deed”. Na de revolutie ging de fotograaf voor de zekerheid wel in vrijwillige ballingschap. Pas zeventien jaar later bezocht hij Iran weer.

Decennialang werkte Abbas aan ‘Kinderen van Abraham’, een project over de islam, het christendom en het jodendom. Daarvoor maakte hij zowel verstilde foto’s van gebedsdiensten als van bruut geweld uit naam het geloof.

In een gesprek met deze krant zei hij in 2007 dat hij ondanks alle conflicten die hij uit naam van het geloof had meegemaakt, optimistisch was. „Het feit dat de radicale islam zich op terrorisme moet verlaten, is een daad van wanhoop – het begin van het einde.”

Over zijn eigen verhouding tot de godsdienst van zijn land, de islam, zei Abbas: „Ik heb een louter professionele verhouding met God. Ik zeg ‘U’ tegen hem, ik tutoyeer hem niet. We zijn geen maatjes.”