Recensie

Nelsons stelt twee ijzeren-repertoirewerken in nieuw licht

Klassiek Andris Nelsons trad onlangs aan als chef van het Gewandhausorchester Leipzig. In het Concertgebouw klonk het orkest behoorlijk goed, maar het overtuigde vooral dankzij Nelsons’ visie op bekende werken van Mozart en Tsjaikovski.

Dirigent Andris Nelsons in 2014 Foto Marco Borggreve

Een paar jaar geleden zoemde de naam van Andris Nelsons rond als mogelijke opvolger van zijn mentor, Mariss Jansons, toentertijd chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Die post ging naar Daniele Gatti en Nelsons werd benoemd bij het Gewandhausorchester Leipzig, waar hij Riccardo Chailly (ex-Amsterdam) opvolgt. In februari trad Nelsons aan en deze maand viert hij zijn inauguratie met een Europese tournee, die woensdagavond Amsterdam aandeed.

Het eeuwenoude Gewandhausorchester is een eredivisie-instituut dat soms aanschurkt tegen de top. Nelsons neemt in Leipzig meteen een Bruckner-cyclus op, waaruit de Vierde symfonie onlangs een zeer vitale indruk maakte. Toch viel het orkest live een tikje tegen. In het Concertgebouw, dat Nelsons dankzij vele gastdirecties goed kent, vielen kleine oneffenheden in timing en intonatie op en was de klank soms vlak. Bovendien ontbrak het aan écht pianissimo, de lakmoesproef voor ieder groot orkest.

Dat het uiteindelijk toch een bijzonder concert werd lag aan de visie van Nelsons, die twee ijzeren-repertoirewerken in nieuw licht wist te stellen. In het Andante van Mozarts Veertigste symfonie bevreemdde hij aanvankelijk met enorme contrasten, traagheid en een overdadig gestileerde frasering. Maar gaandeweg ontwikkelde die verbrokkelde, hortende benadering een eigen logica: a-classicistisch, nadrukkelijk geïnterpreteerd, verre van ‘authentiek’ maar wel spannend en bezield.

In de Zesde symfonie ‘Pathétique’ van Tsjaikovski deed Nelsons iets vergelijkbaars. Het werk klonk minder vloeiend en naturel dan de opname die hij in 2010 als chef met het Birmingham-orkest uitbracht. Soms ademde het werk zelfs een schetterende Sjostakovitsj-sfeer. In het Scherzo gingen de scherpe een-tweetjes tussen instrumenten steeds meer knetteren en de fanfare van trombones en tuba in de finale was schitterend kwetsbaar.

Speciaal voor Nelsons’ inauguratie componeerde de Oostenrijker Thomas Larcher een nieuw werk, Chiasma. Typisch Larcher: een eclectisch-coherente orkestfantasie met glanzende zeepbelletjes van klank. Het beheerst bruisende middendeel gaf een fonkelend effect doordat steeds een ander element op de voorgrond trad.