Opinie

Nederland moet in EU hand op de knip houden

EU-begroting

Nederlands angst om oncoöperatief te lijken bij de nieuwe Europese begroting is ongegrond, betoogt .
Foto mkos83/Shutterstock

De ruzies over de euro, migratiestromen en de vergaande reorganisatieplannen van de Franse president Macron zijn nog niet geluwd of de volgende dient zich alweer aan: de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Om jaarlijkse budget-botsingen te beperken werkt de EU met afspraken die voor zeven jaar gelden; woensdag presenteert de Commissie plannen voor het budget in de periode 2021-2027.

Als er één onderwerp is dat de Europese gemoederen verhit, dan is het geld. Geldstromen maken zichtbaar wie verdient, wie betaalt en wie goed is in onderhandelen. Zo wordt het beeld versterkt van een Unie die, verstrikt in nationale belangen, vooral met zichzelf bezig is.

De Nederlandse inzet is dat het budget niet mag stijgen. Nederland wordt in de Europese media gepresenteerd als aanvoerder van de ‘kleine haviken’ (Oostenrijk, Denemarken, Zweden) die opnieuw de EU niet vooruit zouden willen helpen. Hun wordt verweten aan de zijlijn te staan nu de Britten de Unie verlaten en de constructieve Duitsers wél bereid zijn extra te betalen voor nieuwe taken en om de Europese rust te bewaren. Italië, Frankrijk en de Europese Commissie willen Brexit juist gebruiken om meer ‘ambitie’ in het budget te stoppen.

Als de Commissie haar zin krijgt, stellen de lidstaten zich flexibel op en wordt de begroting (zo’n 160 miljard euro voor het jaar 2018) structureel verhoogd met vijftien procent. Extra geld dient volgens Eurocommissaris Oettinger de Europese solidariteit met landen die zwaar zijn getroffen door de economische crisis en betere grensbewaking.

Onzeker is waar de Commissie precies mee komt. Volgens de Financial Times zou een deel van de regiofondsen gebruikt gaan worden om landen die vluchtelingen opvangen te belonen. De facto een verschuiving van geld van Midden- naar Zuid-Europa. Polen en anderen zullen dit uiteraard zien als een afstraffing. Ook wil de Commissie het wetenschappelijk onderzoek op het niveau van de VS brengen, de Europese defensiesamenwerking intensiveren en helpen de klimaatdoelen te halen. Frankrijk en andere landen met veel boeren willen dat Brussel hun landbouwsectoren blijft helpen. En Brexit heeft in Brussel het idee versterkt dat regio’s die zich achtergesteld voelen eurosceptischer worden en gaan protesteren. Wensenlijstjes zijn dus lang en tegenstellingen groot.

Inzet van de gevechten zijn niet alleen de uitgaven maar ook de inkomsten. Veel landen en de Europese Commissie willen dat de EU zelf belastingen mag innen. Dan kunnen calvinistische dwarsliggers als Nederland hun hand moeilijker op de knip houden.

Den Haag heeft dus al de naam een moeizame Europese partner te zijn en wil graag voorkomen dat Nederland opnieuw oncoöperatief overkomt. Binnen het kabinet zijn de spanningen daarover zichtbaar. De regeringsverklaring stelt dat de EU geen ‘overdrachtsunie’ mag zijn – waarbij Noord-Europa de begroting van andere Europese lidstaten steunt. Maar de Europawoordvoerder van D66, Kees Verhoeven, presenteert Ruttes zuinigheid via Twitter als een loze belofte, voor de bühne.

Obstinaat en onrealistisch

Nederland moet zich niet gek laten maken door de beeldvorming van obstinaat en onrealistisch land.

Ten eerste is de Nederlandse wens om de inrichting van de Europese begroting drastisch te hervormen weinig omstreden. Landbouw en regionaal beleid omvatten nog steeds tweederde van de begroting zonder dat de Europese voordelen daarvan over de hele linie duidelijk zijn. Andere landen hopen stiekem dat Nederland het verzet op dit front zal leiden. Nederland staat verre van geïsoleerd; dat Duitsland zomaar zal bijbetalen is sterk de vraag. Merkels partij is van nature niet vrijgevig, en zeker niet met de adem van de anti-Europese AfD in de nek.

Hitte in onderhandelingen over budget is nodig om de vastgevroren belangen van de lidstaten te ontdooien.

Ten tweede heeft Nederland een sterke reputatie. Het geldt als een van de kundigste Europese landen en kan zijn invloed via allerlei overleggen volop aanwenden. Ten derde is Nederland geen uitzondering. Élk land en elke partij speelt dit spel natuurlijk hard. Polen, Spanje of Frankrijk zullen, zoals altijd, weinig subtiel proberen hun belangen veilig te stellen.

De Commissie speelt nu de kaart van de tijdsdruk: volgend jaar zijn er verkiezingen voor het Europese Parlement, en de huidige economische voorspoed is een ‘window of opportunity’ dat zich ook zomaar kan sluiten. Politieke leiders, is de boodschap, moeten hun toewijding aan de EU maar eens bewijzen – een directe sneer naar zuinige lidstaten als Nederland.

Niet tekenen bij het kruisje

Overigens moet Rutte, net als zijn Europese collega’s, wel hard onderhandelen om Kamerleden en EU-kritische partijen thuis te tonen dat de nationale belangen scherp in de gaten worden gehouden. De strijd is dus ook nodig voor de ‘zichtbaarheid’. Burgers moeten worden meegenomen richting compromissen. Het moet dus duidelijk zijn dat Nederland meestuurt en meebeslist en niet zomaar tekent bij het kruisje.

Zonder hitte gaat ijzer niet smelten. Die hitte in de onderhandelingen is nodig om prioriteiten aan te passen en de vastgevroren belangen van lidstaten te ontdooien. Hard onderhandelen hoort bij de EU. Het is makkelijk om cynisch over het EU-budget te zijn, maar de afgelopen vijftien jaar is al veel verbeterd door de druk op te voeren. Prima dus dat Nederland opnieuw stevige posities opzoekt. Dat is niet EU-kritisch maar maakt deel uit van de Europese verantwoordelijkheid. Jammer dat deze gigantische onderhandelingsoperatie slechts om de zeven jaar plaatsvindt. Het lange-termijnbudget mag dan rust brengen in de Europese arena, aanpassingen van het budget kunnen onrust juist goed gebruiken. Laat het spel beginnen.