Het Saint-Tropez van Kroatië heeft heerlijke wijnen (en veel schapen)

Eilanden Het Kroatische eilandje Hvar viert 150 jaar toerisme. De Venetianen haalden er vroeger al hun lavendel, nu geldt het als het Saint-Tropez van Kroatië.

De Kroatische eilanden Hvar (‘de Dunne’), met z’n havenstadje, links, en Brac (‘de Dikke’), met z’n 14.000 schapen. Foto’s Shutterstock, Getty Images

‘De eerste Kroatische wijn die op de kaart van een driesterrenrestaurant stond, kwam van onze wijngaard.” De eigenaar van wijnhuis Vina Caric op Hvar wijst trots op een ingelijst krantenknipsel. Inderdaad. Vina Caric heeft aan een driesterrenrestaurant geleverd: De Librije in Zwolle.

Desondanks zijn Kroatische wijnen vrij onbekend, ook al kunnen ze zich beslist meten met die van bijvoorbeeld Italië of Spanje. Zeker de wijnen van Hvar, waar al meer dan twee millennia wijn wordt geproduceerd. Vooral van de Plavac Mali-druif worden wijnen gemaakt die tot de beste van het land behoren.

De wijngaarden van Hvar worden vanaf dit voorjaar beter bereikbaar. Er komen rechtstreekse vluchten van Rotterdam naar buureiland Brac en KLM , vliegt vanaf Amsterdam op Split, de tweede stad van Kroatië. Brac, Hvar en Split liggen in Centraal-Dalmatië. Brac is het grootste eiland van de regio en heet in de volksmond ‘de Dikke’, vanwege de veel bollere vorm dan het langwerpige buureiland Hvar, dat als bijnaam ‘de Dunne’ heeft. Ze hebben de meeste zonuren van de eilanden in de Adriatische Zee en ze zijn allebei makkelijk per veerboot vanuit Split te bereiken.

Lavendel

Hvar heeft wat te vieren dit jaar: 150 jaar geleden kwam het toerisme naar het eiland op gang. Weerrapporten van een lokale meteoroloog wekten de interesse van de aristocratie van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, waar Dalmatië destijds deel van uitmaakte. Hvar werd ‘het Madeira van Dalmatië’ genoemd, vanwege de zuivere lucht en het aangename klimaat. In 1868 werd de Heilverein von Lesina opgericht, ter bevordering van het toerisme naar Lesina (de Italiaanse naam van Hvar). Kranten in Wenen schreven erover, het eerste hotel opende zijn deuren en niet lang daarna arriveerden kuurtoeristen per stoomboot vanuit Triëst.

Tegenwoordig staat het eiland bekend als ‘het Saint-Tropez van Kroatië’, vanwege de horden bekende Kroaten en buitenlandse beroemdheden die er ’s zomers komen. Clint Eastwood, Catherine Zeta-Jones, Michael Douglas, John Malkovich, Jody Foster, Sean Connery, Pierce Brosnan, Daniel Craig, Andre Agassi, George Clooney en Bernie Ecclestone zijn namen die voorbijkomen als je inwoners vraagt wie er allemaal over hun kades hebben geflaneerd.

Hvar-stad is stijlvol; fastfoodrestaurants en schreeuwerige reclameborden ontbreken geheel. Er staan 16de-eeuwse Venetiaanse gebouwen, er loopt een brede promenade langs de haven en op de kades zijn terrasjes.

Het landschap van Hvar is typisch mediterraan: maquis of doornige struikvegetatie, naaldboombossen, rotsen en heide domineren het beeld. In het voorjaar en de zomer ruikt het naar wilde kruiden als rozemarijn, tijm, basilicum, salie en marjolein. „Dat is een erfenis van de vroegere Venetiaanse overheersers. Zij plantten kruiden aan als alternatief voor de specerijenhandel met het Verre Oosten”, vertelt gids Sinisa Mikulcic. „De productie van rozemarijnolie was in de 19de eeuw een belangrijke economische activiteit. Niet lang daarna kwam daar lavendel bij, waaruit eveneens sinds de Venetianen olie wordt gewonnen. In de jaren 30 van de 20ste eeuw kwam zelfs meer dan 10 procent van alle lavendelolie van Hvar.”

De lavendelvelden groeiden in de tweede helft van de 20ste eeuw uit tot toeristische attractie. In juni en juli lag er altijd een prachtige paarse deken over het landschap, maar grote natuurbranden in 2003 en 2007 hebben grote gaten in de deken gebrand. Mikulcic: „Onlangs is er een programma opgezet om de lavendelkweek opnieuw tot bloei te brengen en worden er weer nieuwe veldjes aangeplant.”

Mooie beelden van het eiland Hvar.

Dat gebeurt voornamelijk op de zuidelijke helft van het eiland. Aan de noordkust lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De vlakte tussen de plaatsen Stari Grad, Jelsa en Vrboska is opgenomen op de Unesco-lijst van werelderfgoed. De vlakte wordt namelijk al sinds de oude Grieken als landbouwgebied gebruikt, en nog steeds is het 24 eeuwen oude verkavelingspatroon gehandhaafd, inclusief stenen muurtjes en de restanten van een aantal Romeinse villa’s. Van oudsher staan er voornamelijk olijfbomen en wijngaarden tussen de muurtjes – ook de Grieken en Romeinen wisten de wijnen van Hvar dus al op waarde te schatten.

Lange puntneus

Vanaf de kades van Stari Grad, ooit begonnen als Griekse kolonie, is de zuidkust van het ruige, ongerepte buureiland Brac goed te zien. Vanaf de noordkust gaat de bodem geleidelijk omhoog, om bij de zuidkust ruim boven de 500 meter te komen. Daarna storten de hellingen zich steil naar beneden naar de zeestraat tussen Brac en Hvar. Onder de stranden langs de zuidkust is het befaamde strand van Zlatni Rat (Gouden Kaap), de landtong die als een lange puntneus in zee steekt. De punt ligt ‘kwispelend’ in het water, want de vorm verandert voortdurend onder invloed van zeestromingen.

Het stadje Bol, net ten oosten van Zlatni Rat, is een van de oudste plaatsen op het eiland en heeft een haventje met cafés, een Venetiaanse loggia en gotische en renaissancistische zomerresidenties van lichte steen erlangs. Steen is belangrijk op Brac. Het eiland heeft sinds de Romeinse tijd een opmerkelijk exportproduct: kalksteen, gebroken wit en van perfecte kwaliteit. Steen van Brac is onder meer gebruikt bij de bouw van het Witte Huis in Washington, de Rijksdag in Berlijn, de parlementsgebouwen in Wenen en Edinburgh en het hoogaltaar van de kathedraal van Liverpool.

Geiten en schapen

Brac is behalve door zijn steengroeven ook door zijn geschiedenis een buitenbeentje onder de Kroatische eilanden. In tegenstelling tot de meeste andere grote eilanden heeft het geen historisch belangrijke plaatsen. De geschiedenis is er een beetje aan voorbijgetrokken; zo waren er nooit belangrijke veldslagen . De eilandbewoners stonden alleen bekend als goede geitenfokkers. Sinds Illyrische stammen zich er in de bronstijd vestigden, waren de geiten van Brac befaamd, aldus Plinius de Oudere in de eerste eeuw na Chr. Tegenwoordig zijn de geiten grotendeels vervangen door schapen. Er lopen er nu circa 14.000 rond, vrijwel evenveel als het aantal inwoners.

Er groeien heel veel olijfbomen en zijn er wijngaarden aangelegd, waarvoor onnoemelijk veel stenen zijn versjouwd. „Ze doen hun best op Brac”, zegt Sinisa Mikulcic. „Maar ja, de wijnen van Hvar blijven toch beter.”

    • Guido Derksen