Miljoenenvordering Van den Nieuwenhuyzen mag doorgaan

Het Openbaar Ministerie wil ruim 111 miljoen euro van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen vorderen.

Joep van den Nieuwenhuyzen arriveert bij het Hof in Den Haag. Foto Jerry Lampen/ANP

De rechtbank in Rotterdam moet zich opnieuw buigen over de miljoenenvordering van het Openbaar Ministerie op het vermogen van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen. Dat oordeelde het gerechtshof in Den Haag donderdag in een beroepszaak.

Zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen werd na een lange juridische procedure veroordeeld voor omkoping en valsheid in geschrifte. De affaire, die tussen 2002 en 2004 speelde, is bekend gaan staan als het havenschandaal. Het leverde Van den Nieuwenhuyzen financiële voordelen ter waarde van ruim 111 miljoen euro op, becijferde het Openbaar Ministerie. Het grootste deel van de vordering, ruim 106 miljoen euro, betreft uitbetaalde leningen die, in de woorden van het OM, werden “bemachtigd met de corrupt verkregen garanties”.

Aanvankelijk werd de vordering van dit vermogen afgewezen door de rechtbank. De rechter redeneerde dat het Openbaar Ministerie een nieuwe berekening indiende terwijl de wettelijke termijn daarvoor verlopen was. Het gerechtshof in Den Haag oordeelt nu dat de nieuwe berekening geen nieuwe vordering was. Dat betekent dat de rechtbank in Rotterdam de vordering verder in behandeling moet nemen.

Havenschandaal

Het havenschandaal draaide om deals tussen Willem Scholten, havendirecteur van 1991 tot 2004, en Van den Nieuwenhuyzen, destijds topman bij het defensieconcern RDM. Scholten stond garant voor de betalingsverplichtingen van RDM. In ruil daarvoor kreeg hij gunsten en geld van Van den Nieuwenhuyzen.

Het onderzoek van het OM loopt sinds 2007. In de zomer van 2013 werd Van den Nieuwenhuyzen veroordeeld tot tweeënhalf jaar celstraf voor onder meer omkoping en faillissementsfraude. In hoger beroep werd Van den Nieuwenhuyzen echter op zes van de acht punten vrijgesproken. Hij kreeg van het hof een celstraf van één jaar voorwaardelijk en een boete van 150.000 euro. Het OM en Van den Nieuwenhuyzen gingen beide in beroep.

In april 2017 bevestigde de Hoge Raad de uitspraak van het Hof. Scholten schikte voor cassatie met het OM en kreeg één jaar voorwaardelijk en een boete van 75.000 euro. Scholten overleed in 2017.

    • Rik Wassens