Meer risico op kindermishandeling in grote steden

Ranglijst

De Raad voor de Kinderbescherming heeft de risico’s op kindermishandeling per gemeente in kaart gebracht.

Grote steden als Rotterdam en Amsterdam en kleinere gemeenten waaronder Vlaardingen, Kerkrade, Vlissingen en Hoogezand-Sappemeer moeten extra gespitst zijn op het tegengaan van kindermishandeling. Dat blijkt uit onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad nam tweeduizend recente onderzoeken onder de loep die ze verrichtte in gezinnen na een melding van kindermishandeling, en bracht zo een set ‘risicofactoren’ in kaart.

Bij de meldingen ging het in veel gevallen om eenoudergezinnen, huishoudens met een laag inkomen, tienermoeders, gezinnen van niet-westerse komaf, kinderen met een leerachterstand op school, vaak wonend in een huis van weinig waarde.

Op basis van CBS-cijfers over de concentratie van die risicofactoren onder alle gemeenten heeft de Raad een ranglijst samengesteld: Rotterdam heeft de hoogste risico-score, gevolgd door Amsterdam, Den Haag, Heerlen en Groningen. Ook Schiedam, Delft, Hoogezand-Sappemeer, Vlagtwedde en Capelle aan den IJssel scoren hoog. De gemeenten Tubbergen, Rozendaal en Bloemendaal hebben de laagste risico-score.

„Het is van belang de leefsituatie van gezinnen te betrekken bij de aanpak van kindermishandeling”, zegt woordvoerder van de Raad voor Kinderbescherming Richard Bakker. „Armoede, scheiding of tienerzwangerschap kunnen leiden tot stress. Dat vergroot de kans op opvoedproblemen en daarmee op mishandeling.”

Of in gemeenten met een hoge risico-score inderdaad sprake is van meer kindermishandeling, is niet bekend. Cijfers over mishandeling per gemeente ontbreken. Sterker, kindermishandeling is in algemene zin al notoir moeilijk te peilen: het probleem speelt zich af achter de voordeur, en zowel daders als slachtoffers doen er veelal het zwijgen toe. Universiteit Leiden schat het getal op 118.000 mishandelde kinderen per jaar, maar onderzoeken die wijzen op een veelvoud komen ook voor.

De ranglijst is, zo zegt woordvoerder Bakker, vooral bedoeld als „aanleiding” om samen met gemeenten „na te denken” over maatregelen om risicofactoren aan te pakken.

Overleg met de gemeente Delft, nummer dertien op de ranglijst, heeft het beleid al beïnvloed. Leerlingen van basisschool De Horizon in de zwakke, multiculturele wijk Buitenhof (werkloosheid: 14 procent) krijgen extra taallessen, op langere schooldagen. Wethouder jeugd en onderwijs in Delft Aletta Hekker (D66): „Maak je leerlingen zo jong mogelijk weerbaar, en stel hen via taalonderwijs in staat om hun problemen beter te uiten, dan hoop je dat de kans op mishandeling afneemt. Want kindermishandeling staat nooit op zich.”

Delft is tot dusver een uitzondering: van „grote samenwerking” tussen gemeenten en de Raad voor de Kinderbescherming is „nog geen sprake”, meldt de Raad.

    • Ingmar Vriesema