Opinie

Kom uit het laboratorium en werk aan het goede leven

Ingenieurs moeten niet alleen studie doen naar het klimaat, ze hebben ook de plicht om samen met sociologen te zoeken naar uitvoering van hun aanbevelingen, betoogt .

Foto ANP / Piroschka van de Wouw

Een wedstrijd tussen goed nieuws en slechte tijdingen; zo kun je het nieuws over milieu en klimaat typeren. Aan de ene kant de groei van zon- en windenergie, dat we windparken zonder subsidie gaan bouwen op de Noordzee. Aan de andere kant breken we warmterecord na warmterecord, smelt het ijs op Antarctica en tonen berekeningen aan dat beloofde emissiebeperkingen van het Parijse klimaatakkoord niet toereikend zijn om binnen het 2 graden doel te blijven.

Duurzaamheid is een van onze grootste opgaven, maar we benaderen het met de oude gereedschapskist. Onlangs publiceerde een groep onder leiding van de Utrechtse klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren een modelstudie: om het doel van 2 graden opwarming te halen zouden we ons heil kunnen zoeken in ‘levensstijlverandering’. Wie niet van CO2-afvang houdt, kan overwegen zijn biefstuk te laten staan.

De studie laat in een notendop zien waar duurzaamheid om draait. Niet alleen het probleem begrijpen, ook keihard werken aan het doorvoeren van oplossingen. Precies de insteek van ‘Pathways to Sustainability’, het strategische duurzaamheidsonderzoek van de Universiteit Utrecht. Allereerst is er behoefte aan meer samenwerking tussen disciplines. Als een wiskundige modelstudie aangeeft dat ‘levensstijlverandering’ potentie heeft, ontstaat een nieuwe vraag: hoe valt die te realiseren? Onder welke voorwaarden is voorstelbaar dat mensen inderdaad hun diëten veranderen? Een vraag voor sociale wetenschappers als psychologen, sociologen en antropologen.

Samenwerking is ook wenselijk in het domein van CO2-afvang en -gebruik. Onderzoekers denken na over scheikundige manieren om CO2 als grondstof te gebruiken. De industrie heeft interesse. Willen we die techniek tijdig kunnen inzetten dan moeten we nu al nadenken over juridische kaders en bestuurlijke besluiten. Dat veronderstelt een gesprek tussen scheikundigen, juridische en bestuurskundigen.

Samenwerking begint bij het formuleren van de onderzoeksvraag. Welke bestuurlijke strategie levert de meeste innovatie op?

Ten tweede pleit ik voor directere samenwerking met maatschappelijke partners. In universitaire kring gebruiken we het vreselijke woord ‘valorisatie’. Kort door de bocht geformuleerd: kennis ontwikkelen en die te gelde maken. Maar met zo’n lineaire benadering komen we er niet meer. Aan onze universiteit zien we die partners als onderdeel van een leergemeenschap. Samenwerking begint bij het formuleren van de onderzoeksvraag.

Onze industrie leunt zwaarder dan landen om ons heen op petrochemie. Dit veroorzaakt grote CO2-emissies. Hoe komen we tot groene chemie? De delta’s van de wereld zijn knopen van verstedelijking en economische groei. Wat komt er op die laaggelegen gebieden af en hoe kunnen we samen met maatschappelijke groepen de kwetsbaarheid verminderen en alternatieve ontwikkelingsstrategieën vinden? Steden zitten vol buizen, rails, kabels en leidingen. Die worden voortdurend vernieuwd door corporaties, netwerkbeheerders of vervoerbedrijven. Kunnen we verbindingen vinden waardoor die vernieuwing de verduurzaming van steden versnelt? Welke bestuurlijke strategie levert de meeste innovatie op?

Ten derde kan de universiteit helpen die nieuwe duurzame werkelijkheden te verbeelden. We moeten die toekomsten tot leven brengen. Dat geldt evenzeer voor het fundamentele onderzoek: niets is zo overtuigend als de boodschap over smeltend ijs te horen van iemand die zelf al jaren op de poolkap rondloopt.

Soms hoor je mensen zeggen dat de wetenschap ‘neutraal’ zou moeten zijn. Een onbegrijpelijke redenering. Onze maatschappij is reeds doordrenkt van wetenschap en techniek. Niets neutraals aan het werken aan nieuwe toepassingen van robottechnologie. Beter om het debat over de rol van wetenschappelijke kennis in het creëren van de wereld van morgen veel actiever te voeren. In die zin vraagt duurzaamheidsonderzoek een gesprek over niets minder dan het goede leven.

Niets neutraals aan het werken aan nieuwe toepassingen van robottechnologie.

Wetenschappers kunnen vaak ‘om het hoekje’ denken; iets onvoorstelbaars dichterbij brengen. Juist daarom is het goed zelf ook veel meer over de legitimiteit van ons werk na te denken. Wie zoekt naar nieuwe voeding doet dat niet alleen met een machtige producent als Unilever maar ook met een groep als de Youth Food Movement. Als we nadenken over de ruimtelijke toekomst van Nederland na de transitie organiseren we publieksmanifestaties als ‘Places of Hope’ waar we actief wetenschap combineren met beleidsperspectieven. Zo voedt wetenschap het debat en helpt het bij het creëren van breed gedragen oplossingsrichtingen.

Het klimaatprobleem is bij uitstek een thema waarop de wetenschap zijn meerwaarde kan (en zal) bewijzen. Als alle academische disciplines de krachten bundelen en daarbij ook samenwerken met maatschappelijke partners, dan kan de wetenschap ervoor zorgen dat in de toekomst het goede klimaatnieuws in de krantenkolommen de overhand zal hebben.