Hooikoorts kost ons drie miljard euro per jaar

Pollenallergie

Hooikoorts is uitgegroeid tot een volksziekte. Toch gaan maar weinig mensen ermee naar de huisarts. Het gaat wel over, denken ze. Terwijl er goede medicijnen zijn.

Stuifmeel dat vrijkomt uit berkenkatjes die heen en weer worden geschud. Foto iStock

Een waterige loopneus, rode en prikkende ogen en een dichtgeknepen keel. Naar schatting twintig procent van de Nederlanders heeft last van hooikoorts. Nu, vroeg in het seizoen zijn het vooral pollen (stuifmeel) van bloeiende bomen dat allergische reacties oproept, maar graspollen komen ook al langzaam aan op. „Met het uitzonderlijk mooie weer van half april is er een flinke piek in berkenstuifmeel geweest”, zegt Letty de Weger van het pollentelstation van het LUMC in Leiden. „Daar moeten veel mensen last van gehad hebben, want stuifmeel van berk is behoorlijk allergeen.”

Iedere week telt De Weger onder de microscoop het aantal en soort pollen in de lucht. Op het dak van het LUMC staat daarvoor een soort stofzuigertje dat elke dag de lucht bemonstert. Op 19 april telde De Weger maar liefst 735 berkenpollen, ruim zeven keer zoveel als de gemiddelde maximale dagwaarde voor berk. Ook het pollenmeetstation van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond registreerde de overvloedige berkenbloei met wel 1.089 berkenpollen op 18 april.

Per jaar kunnen de stuifmeelpieken enorm in intensiteit verschillen, zegt De Weger. „Hoeveel stuifmeel er vrij komt is afhankelijk van hoeveel katjes de bomen hebben aangemaakt, maar ook van de hoeveelheid regen en wind. Bij mooi weer komt veel stuifmeel vrij en blijft het lang in de lucht aanwezig. Dat was de pech met de berkenbloei dit jaar.”

Inmiddels is het weer omgeslagen en heeft de regen veel van het stuifmeel al weggespoeld. Een tijdelijk ongemak, probleem opgelost zou je zeggen.

Maar hooikoorts is een serieus volksgezondheidsprobleem, zegt KNO-arts Wytske Fokkens van het AMC in Amsterdam. „De meeste hooikoortspatiënten zijn allergisch voor zowel boompollen als graspollen. Dat betekent dat deze mensen van maart tot augustus last hebben.”

Hooikoorts wordt vaak niet serieus genomen, ook niet door patiënten zelf. Vergis je niet, al dat allergische gesnotter heeft wel een flinke impact op het dagelijks functioneren, zegt Fokkens. „Hooikoorts voelt als de derde dag na een flinke griep. Je hoofd zit vol, je hebt weinig energie en het is lastig om je te concentreren. Je bent kortom niet op je best. Maar de meeste mensen die hier last van hebben gaan wel gewoon naar hun werk.”

Fokkens wijst op een Zweedse studie waarin onderzoekers op basis van enquêtes en epidemiologische gegevens hebben uitgerekend wat de jaarlijkse maatschappelijke kosten zijn van hooikoorts (Primary Care Respiratory Medicine, 4 februari 2016). Deze zogeheten TOTALL-studie kwam uit op een kostenpost van 1,3 miljard euro voor de hele bevolking van 9,5 miljoen Zweden. Dat enorme bedrag bestaat voor nog geen kwart uit medische kosten (medicijnen en doktersbezoek). Het meeste ‘verlies’ (70 procent) zit in suboptimaal functioneren op het werk. Fokkens: „Als je dat omrekent naar de Nederlandse situatie kom je uit op een bedrag van drie miljard euro per jaar.” En cynisch laat ze erop volgen: „Dat is dus wel een hele dure hobby waar we met z’n allen niets aan doen.”

Veel bewuster

Slechts een op de tien mensen met hooikoorts gaat naar de huisarts. Het gaat wel weer over, denken ze al gauw. Toch is er heel veel aan te doen, zegt Fokkens. „Er zijn uitstekende medicijnen beschikbaar, maar die kun je alleen op recept krijgen. Veel mensen gaan naar de drogist voor middeltjes, maar die helpen niet zo goed.”

In Europees verband maakt Fokkens zich er sterk voor dat mensen met hooikoortsklachten zich veel bewuster worden van hun klachten. Met verschillende apps (zie inzet) kunnen patiënten hun klachten meten en in een dagboek bijhouden. Met die informatie kunnen ze naar hun huisarts gaan om adequate medicijnen te krijgen. Een goede behandeling kan mogelijk ook erger voorkomen, zegt Fokkens. „Mensen met hooikoorts hebben een drie keer hogere kans om astma te ontwikkelen. Er zijn aanwijzingen dat medicijnen tegen hooikoortsklachten ook helpen astma te voorkomen, maar er is nog meer onderzoek nodig om dat te bevestigen.”

In het algemeen hangt hooikoorts samen met andere allergieën. Hooikoorts is vaak de allergie die het makkelijkst wordt opgeroepen, omdat stuifmeel zo overvloedig in de lucht zweeft en de korreltjes zo fijn zijn dat ze makkelijk kunnen worden ingeademd en op de slijmvliezen terechtkomen. Daar komen ze in aanraking met afweercellen die overgevoelig zijn geworden voor de moleculen aan het oppervlak van de korrels. Zodra zij die herkennen ontstaat een acute ontstekingsreactie die de neus doet lopen, de ogen doet tranen en de longblaasjes in de longen vernauwt.

Soms worden kinderen al allergisch, maar de meeste hooikoortsklachten ontstaan pas na de puberteit. Boven de vijftig worden de klachten vaak wat minder.

Midden vorige eeuw was hooikoorts nog een zeldzaamheid, zegt Fokkens. „Maar daarna is het aantal mensen dat er last van heeft per decennium verdubbeld. Nu heeft twintig tot dertig procent van de bevolking er last van. Gelukkig lijkt de toename te zijn afgevlakt.”

Waardoor het hooikoortsprobleem in de loop der jaren zulke epidemische vormen heeft aangenomen, is niet goed bekend. Fokkens denkt dat het een samenspel van leefstijlinvloeden is. Zo is al in verschillende epidemiologische onderzoeken vastgesteld dat kinderen die opgroeien op een boerderij, later in hun leven minder last van allergieën hebben. De theorie daarachter is dat endotoxinen, afkomstig van bacteriën die leven rond het vee in de stallen, het afweersysteem in het gareel houden. „We denken dat het eraan ligt dat we tegenwoordig veel te schoon opgroeien en daarnaast te veel antibiotica gebruiken”, zegt Fokkens. „Ons lichaam maakt zo te weinig infecties door, met als gevolg dat het immuunsysteem zich niet normaal kan ontwikkelen, en dus ook gaat reageren op ongevaarlijke prikkels. Dit is de zogeheten hygiënehypothese.”

Luchtverontreiniging

Ook voeding en luchtvervuiling kunnen een invloed hebben. „Dicht bij grote wegen wonen relatief veel mensen met allergene klachten. Het lijkt erop dat roetdeeltjes uit dieselmotoren zich aan het allergeen binden en dat die combinatie veel beter in het slijmvlies doordringt en de afweer prikkelt.” Letty de Weger bevestigt dat: „In de stad kun je een interactie krijgen tussen pollen en luchtverontreiniging. Op het platteland zijn de pollen dus minder potent. Dat blijkt althans uit studies in Italië, maar niet zeker is of dat ook voor Nederland geldt.”

Er doemt mogelijk nog meer onheil op voor hooikoortspatiënten. Gedreven door klimaatverandering rukt de oorspronkelijk uit Amerika afkomstige Ambrosia-plant op. Deze plant produceert zeer allergeen stuifmeel. Volgens De Weger is het in Nederland nog niet een heel groot probleem, maar er zijn wel gebieden waar de plant zich lijkt te vestigen. „Af en toe komen er grote wolken Ambrosiastuifmeel onze kant opgewaaid vanuit Oost-europa, waar de plant op grote schaal bloeit.” Het risico moet niet onderschat worden, benadrukt Fokkens. „Het stuifmeel van Ambrosia is niet alleen zeer allergeen, maar de plant bloeit ook nog eens in de nazomer. Dat betekent dat het hooikoortsseizoen niet zal eindigen in augustus, maar doorgaat tot begin oktober.”

    • Sander Voormolen