Hoe komt een klavertje aan vier bladeren?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: 1 op de 5.076 klavertjes is een lucky one. De genetica erachter is onbekend.

Altijd leuk om te vinden: klavertjes vier. Of ze geluk brengen, valt te betwisten – dat geloof is pas anderhalve eeuw oud. Maar vast staat dat ze zeldzaam zijn. Veel bronnen spreken van 1 op de 10.000, maar volgens het Zwitserse echtpaar Lidia en Uli Sterling is dat nooit officieel onderzocht. Daarom deden ze dat zelf maar. Ze bekeken 5,7 miljoen klavertjes op 35 plekken in zes Europese landen en concludeerden vorig jaar dat 1 op de 5.076 klavertjes een lucky one is. Geluk of niet, hoe komt een klaver eigenlijk aan die vier blaadjes?

Eerst even iets rechtzetten. Een ‘normale’ klaverplant heeft niet drie blaadjes. Hij heeft een tiental bladeren, die elk zijn samengesteld uit drie deelblaadjes – net zoals het handvormige kastanjeblad zeven deelbladen heeft, en het veervormige lijsterbesblad wel dertien.

Veel familieleden van de klaver, zoals tuinboon, wikke en acacia, hebben veel meer dan drie deelblaadjes per blad. Het idee is dat klaver een of meer genen heeft die de vorming van meer dan drie deelblaadjes onderdrukken. En dat die genen bij vooral de witte klaver soms niet goed werken, waardoor per ongeluk vier deelblaadjes ontstaan, en heel soms vijf of zes. Maar feit is dat de biologen nog niet weten hoe het zit. Dat komt doordat het klavergenoom heel complex is. Witte klaver heeft vier kopieën van elk gen, waar de meeste planten en dieren er maar twee hebben, en die kopieën zijn afkomstig van twee vooroudersoorten – want witte klaver is waarschijnlijk ooit ontstaan uit een kruising.

Ook Ronald Koes, hoogleraar ontwikkelingsgenetica aan de Universiteit van Amsterdam, heeft geen pasklaar antwoord. „Er zijn wereldwijd een paar labs die proberen te achterhalen hoe samengestelde en enkelvoudige bladeren tijdens de evolutie uit elkaar zijn ontstaan”, vertelt hij. In de erwtenplant is een gen ontdekt, genaamd Unifoliata, dat de bladvorm mede bepaalt. „Hoe dat gen dat doet, is echter volkomen duister”, zegt hij. Datzelfde gen heeft in andere planten, zoals de veel onderzochte zandraket, geen invloed op de bladvorm. Maar de erwt is familie van de klaver, dus het lijkt Koes waarschijnlijk dat Unifoliata ook bij klavers een rol speelt bij de bladvorming. Voor zover hij weet is dat nooit onderzocht.

Wel is er één Amerikaanse studie, in het tijdschrift Crop Science in 2010, die dieper in de genetica van de klaverbladen duikt. De auteurs keken vooral naar kleur en vlekken, en slechts zijdelings naar bladvorm. „Maar er staat te weinig informatie in om er echt chocola van te maken”, vindt Koes. De auteurs citeren oudere studies die de bladvorm toeschreven aan een mutatie. „Ze hebben in kruisingen geprobeerd te achterhalen waar die mutatie in het genoom zou liggen”, vertelt hij, „en ze komen bij kruisingen die ze in de zomer en in de winter hebben gedaan op verschillende plaatsen uit.”

Wat dat betekent durft Koes niet te zeggen. Zijn er bijvoorbeeld twee verschillende genen bij betrokken, die in combinatie met externe factoren – zoals licht en temperatuur – het aantal deelblaadjes bepalen? Of is er iets anders aan de hand?

Vast staat dát er een genetische factor is, want je kunt klavers op veelbladigheid kweken. De 85-jarige Japanner Shigeo Obara behaalde een Guinness-record door – na 60 jaar kruisen – een klaver te kweken met 56 deelblaadjes aan één bladsteel. Veel geluk bracht het hem niet, want hij overleed binnen een jaar.

Correctie 8-5: De plant op de foto is geen klaver (geslacht Trifolium), maar een klaverzuring (geslacht Oxalis). Oxalis-planten worden soms verkocht als ‘geluksklaver’, maar behoren niet tot de klaverfamilie.

    • Nienke Beintema