Opinie

    • Jeroen Geurts

Goede wetenschap is niet te vangen in één systeem

Jeroen Geurts gelooft niet dat je alleen maar quarks nodig hebt om te verklaren waarom een kanariepietje geel is. Geen enkel systeem biedt een garantie voor succes. Ook reductionisme niet.

Het vakblad Medisch Contact schreef een keer: ‘Geurts is een verklaard anti-reductionist’. Ik vond het wat sterk, maar op zich wel mooi. Sommige collega’s schrokken er van. ‘Dat deugt natuurlijk niet’, reageerde voormalig voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij Cees Renckens in een blog. ‘Want wetenschap, zeker de medische wetenschap, is weinig anders dan reduceren’. Hij bedoelt dat we fenomenen die zich afspelen op een hoger verklaringsniveau (zoals gedrag of ziekte) terug moeten brengen naar zaken die spelen op een fundamenteler verklaringsniveau (zoals atomen of DNA). Pas dan snap je ‘wat er speelt’. Een voorbeeld: alzheimer is een ziekte waarbij zenuwcellen sterven ten gevolge van eiwitstapeling in de hersenen. Hier is een ziekte teruggebracht naar een chemisch proces.

Reducties kunnen zeker helpen om meer inzicht te verkrijgen in een ziekte. Maar reductionisme als model is geen heilige graal. De voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) zei het laatst heel gevat: ‘reductionisme is de overtuiging dat als je maar alle quarks in kaart brengt, je snapt waarom het kanariepietje geel is’. In werkelijkheid wordt de geelheid van de kanarie op meerdere niveaus en door verschillende factoren verklaard.

Onderzoekers die ziektes proberen te vatten werken op zich succesvol ‘van hoger naar lager’ met hun verklaringsmodellen. Mijn eigen team bijvoorbeeld onderzoekt cognitieve achteruitgang door het meten van zieke netwerken op hersenscans. Die zieke netwerken hebben op hun beurt weer te maken met cellulaire veranderingen. Spannend, want daarmee hebben we allerlei stukjes in beeld gebracht en dat wat met de ziekte samenhangt iets beter begrepen. Iets beter zeg ik, want als we terug ‘naar boven’ redeneren en aan de hand van netwerk- of cellulaire variabelen statistisch proberen te voorspellen wie cognitief afwijkt en wie niet, dan lukt dat vaak maar matig. We hebben uit onze computers nog geen gele kanarie getoverd.

Ik snap Renckens’ onrust overigens wel. We willen graag geloven dat er vaste systemen van handelen zijn die, de student eenmaal stevig in de oren gegoten, een garantie bieden voor succes. Reductionisme is zo’n systeem. Of het goede oude falsificationisme: de overtuiging dat een wetenschapper tot het uiterste moet gaan om zijn eigen hypothesen te ontkrachten. Ik herinner me nog goed mijn colleges wetenschapsdynamica van twintig jaar geleden. Iedereen kan wel ergens bevestiging vinden voor zijn ideeën, betoogde de docent, maar heb je ook de moed om tot in het einde der tijden te zoeken naar de witte raaf?! Ik ben daarna nooit meer iemand tegengekomen die wel eens iets falsificeert. Er blijkt ook van alles mis met dat idee, maar dat is een column op zich.

Werksystemen heilig verklaren past misschien ook wel bij een soort ideaalbeeld van wetenschap. Een beeld waarbij er gewerkt wordt vanuit een heldere onderzoeksvraag, die systematisch en onder allerlei strenge condities met de juiste controles en randomisatie enzovoort wordt geanalyseerd. Met als gevolg een logisch, relevant en statistisch significant antwoord. In real life blijkt het onderzoek een wirwar van papieren en buisjes, glaasjes, half-affe notities, gekrabbelde schemaatjes, chaos, onduidelijke zuren en meters en meters cijfertjes onder verschillende datums opgeslagen.

Wetenschapssocioloog Bruno Latour beschreef vanaf de jaren 70 hoe nieuwe ontdekkingen en wetenschappelijke publicaties voortkomen uit de chaos van een onderzoekslab. Destijds een onbekende nieuweling, was hij een jaar lang te gast in een Amerikaans biochemie-lab en hij observeerde nauwkeurig wat er door onderzoekers werd gezegd, gedaan en geschreven. Er is veel minder systematiek dan we denken. En toch werkt het. We vertrouwen op ons gezond verstand, onze kennis en onze ervaring. Je begint gewoon ergens. Je observeert, tekent uit, stapje voor stapje. Je verzint mogelijke verbanden. Toetst ze. Praat met anderen. Een wetenschappelijk artikel is een voorlopig eindproduct, een soort samenvatting van het hoognodige en meest betrouwbare aan data. Wat niet in het artikel komt ligt ergens in de puinhoop van het lab verscholen. Soms vindt dat later nog zijn weg naar de wetenschappelijke wereld. Soms ook niet.

NWO publiceerde onlangs haar nieuwe strategie. Bij het lezen van die tekst voel je dat de realisering dat goede wetenschap niet te vangen is in één systeem of één werkwijze stevig aan het indalen is. De strategie kwam tot stand door gesprekken met heel veel verschillende wetenschappers en het was volstrekt duidelijk wat zij wilden: meer ruimte. Ruimte om een passende methode bij de juiste vraag te zoeken; ruimte om af en toe gewoon eens wat te proberen; ruimte om samen te werken over meerdere jaren en disciplines heen, op zoek naar begrip van de wereld om ons heen. Kortom: ruimte om te experimenteren. Het is een modern document geworden. Ik ben er blij mee.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.
    • Jeroen Geurts