‘Gevestigde partijen kijken kat uit de boom’

Collegevorming gemeenten Door onervaren partijen en informateurs verloopt de collegevorming traag.

In het Friese Tytsjerksteradiel heeft de gemeenteraad donderdagavond een spoeddebat gevoerd op aandringen van de oppositie (GroenLinks (3 zetels), PvdA (3), VVD (3) en D66 (1). Aanleiding was hun onvrede over de manier waarop het college wordt gevormd door CDA (6 zetels) Fryske Nasjonale Partij (FNP, 5 zetels) en de Christenunie (2 zetels). Die zou niet „transparant” zijn. De oppositiepartijen dachten nog deel te kunnen nemen aan het college, maar dat bleek al te zijn „dichtgetimmerd”, aldus GroenLinks-raadslid Brigitta Scheepsma donderdagavond. Foto’s Kees van de Veen

Het is niks voor Brummen om zo langzaam te zijn. Normaal gesproken zou er nu al zo’n beetje een college zijn, maar in de Gelderse gemeente zijn ze opnieuw gaan praten – nadat de partij LokaalBelang de regie over zowel de onderhandelingen als haar lijsttrekker verloor. Je ziet dat de versnippering nu ook Brummen heeft bereikt, zegt Gert-Jan van Dijk, communicatieadviseur bij de gemeente. „We hebben hier meestal voortvarende coalitieonderhandelingen. Vroeger hadden we maar twee partijen nodig om tot een meerderheid te komen.’’

De collegevorming verloopt een stuk stroever dan vier jaar geleden: een vijfde van de gemeenten heeft na vijf weken een college, vier jaar geleden was dit al meer dan de helft. Dit was te verwachten op basis van de verkiezingsuitslagen: meer partijen, en een hoop partijen met weinig ervaring.

Dit is precies wat Brummen nu parten speelt, zegt Gert-Jan van Dijk. LokaalBelang, pas vier jaar oud, werd met vier zetels de grootste partij en kreeg daarmee de leiding bij de formatie. Maar de beoogde coalitiepartners (VVD, CDA en PvdA) merkten dat er onrust bestond binnen de lokale partij, vertelt Van Dijk. Pas toen de lijsttrekker opstapte, konden de onderhandelingen doorgaan. Ditmaal onder leiding van de VVD.

Huiverig

Gevestigde partijen zijn in eerste instantie vaak huiverig om met een nieuwe partij in zee te gaan, zegt Julien van Ostaaijen, bestuurskundige aan Tilburg University. „Uit onderzoek blijkt dat nieuwe partijen niet meteen in het college komen, omdat gevestigde partijen de kat uit de boom kijken.” Dat maakt de formatie dit keer wel lastig, want in meerdere gemeenten werd zo’n nieuwe partij de grootste.

In Nieuwegein liepen de onderhandelingen averij op doordat Lokale Belangen eruit stapte. Die haalde twee zetels en kon daarmee het ‘motorblok’ van VVD, GroenLinks, CDA en PvdA aan een meerderheid helpen. Maar toen bleek dat de partij geen wethouder mocht leveren, was het gedaan met de goede sfeer. VVD-lijsttrekker Mark Snoeren: „Het is een nieuwe partij, dus we hadden gezegd: zorg eerst dat je je partij goed op poten zet.’’ Na de breuk leek Nieuwegein af te koersen op een minderheidscollege, maar omwille van de stabiliteit komt Lokale Belangen nu toch in het college – mét wethouder.

Ook in Hilversum speelt een nieuwe partij de hoofdrol. Hart voor Hilversum (HvH) bestaat sinds 2014 en werd dit jaar de grootste partij, met een leidende rol in de formatie tot gevolg. Een coalitie met GroenLinks, CDA en VVD was in de maak, maar na weken onderhandelen wil de VVD ook ineens D66 erbij. „De VVD heeft het de afgelopen bestuursperiode fijn gehad met D66”, zegt griffier Paul van Ruitenbeek. Een keus voor stabiliteit dus. Probleem: D66 en HvH „verschillen behoorlijk in stijl van besturen”.

Of het lukt is nog niet duidelijk. Tussendoor vertrok een HvH-raadslid: voormalig bokser Erik Ouwerkerk, onverwacht in de raad beland met 264 voorkeursstemmen, stapte op. Volgens zijn fractieleider bleek het raadswerk te ingewikkeld voor hem.

‘Gemeenten spelen Den Haagje’

Toch is de toename van nieuwe partijen niet de enige oorzaak van de lange formaties. Politicoloog Peter van der Heiden van de Radboud Universiteit ziet een andere boosdoener: het toegenomen gebruik van informateurs. „Gemeenten gaan steeds meer Den Haagje spelen. Door een informateur aan te stellen, willen ze laten zien hoe belangrijk ze zijn.” Maar informateurs maken formaties langzamer. „Ze moeten zich inwerken in de lokale omstandigheden en hebben minder belang bij een snel resultaat.’’

Onzin, juist een onafhankelijke formateur kan de boel versnellen, vindt CDA’er Hans Démoed. Hij is informateur in zowel Lisse en Aalsmeer en daarmee, toegegeven, niet geheel neutraal. Hij ziet een andere oorzaak van de slome formaties: de wens in veel gemeenten om vóór de collegevorming met alle partijen tot een overeenstemming te komen over basale thema’s of ‘kernwaarden’, bijvoorbeeld in raadsbrede akkoorden.

In Aalsmeer hebben de partijen bijvoorbeeld ‘een open bestuursstijl’ en ‘de menselijke maat’ benoemd als kernwaarden. Het zoeken van zo’n raadsbrede overeenstemming kost even tijd, maar wie vertrouwen zaait, zal stabiliteit oogsten, is de gedachte.

Paradoxaal genoeg leidt dus niet alleen versnippering, maar juist ook een behoefte aan overeenstemming tot vertraagde formaties. Die twee kunnen natuurlijk ook samengaan: juist in een versnipperde raad is het belangrijk te weten dat de neuzen dezelfde kant op staan.