EU voert strijd tegen nepnieuws op

gedragscode

Nepnieuws is een bedreiging voor de democratie, vinden veel Europeanen. Brussel komt nu met tegenmaatregelen.

Foto Lex van Lieshout

Brussel voert de strijd tegen nepnieuws en misleidende informatie flink op. Bij de presentatie van de plannen daarvoor wees de Europese Commissie donderdag op Eurobarometer-onderzoek waaruit blijkt dat 83 procent van de Europeanen nepnieuws als bedreiging van de democratie beschouwt. Dat in hetzelfde onderzoek staat dat slechts 21 procent een rol voor de EU ziet weggelegd bij de bestrijding ervan, bleef onvermeld.

Het dagelijks bestuur van de EU kondigde onder meer een ‘vrijblijvende’ gedragscode voor de media aan die bij nader inzien niet zo vrijblijvend is. Wat stelt de Commissie precies voor en hoe haalbaar zijn de plannen?

Vrijwillige gedragscode media

Deze code richt zich volgens het voorstel van donderdag op ‘sociale media en online platformen’. Zij worden geacht: de toegang tot ‘betrouwbare informatie’ te verbeteren, pogingen op te voeren om nepaccounts te sluiten, transparantie te bevorderen van de herkomst van betaalde politieke inhoud, de inkomstenbronnen voor verspreiders van desinformatie te beperken, gericht adverteren door politieke organisaties te bemoeilijken, mogelijkheden te vergroten om desinformatie te rapporteren, diverse nieuwsbronnen aan te bieden en factcheckers of wetenschappers toegang te geven tot data om de verspreiding van desinformatie te bestuderen.

In een reactie wil een woordvoerder van Facebook niet bekendmaken of het bedrijf de gedragscode zal respecteren. Wel zou Facebook al veel hebben gedaan in de strijd tegen desinformatie. „We hebben zwaar geïnvesteerd in het bestrijden van onjuist nieuws door de economische prikkels voor de verspreiding ervan te ontregelen, door nieuwe producten te ontwikkelen en samen te werken met factcheckers van buiten”, aldus een reactie via sms. In Nederland werkt Facebook inderdaad al samen met factcheckers van Nu.nl en de Universiteit Leiden.

Hoogleraar informatierecht Nico van Eijk (Universiteit van Amsterdam) is kritisch over de Brusselse plannen. Het „sluipende gevaar” is volgens hem dat de EU gaat bepalen wat wel en niet mag. „Deze code is nauwelijks vrijblijvend te noemen, want er wordt gedreigd met bindende wetgeving”, zegt Van Eijk.

Hij vraagt zich tegelijk af of de Commissie zichzelf niet overschreeuwt. Van Eijk: „Als maatregelen raken aan fundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, dan is het zeer de vraag of de EU zich daarmee moet gaan bemoeien met bindende regels.”

Van Eijk wijst erop dat nog onduidelijk is hoe groot de gevolgen van desinformatie zijn en dat het Eurobarometer-onderzoek ook uitwijst dat burgers veel vertrouwen in nieuws via radio, tv en gedrukte media hebben en weinig in online nieuws. Bovendien vinden ze bovendien dat journalisten de aangewezen partij zijn om achter nepnieuws aan te gaan.

Europees factcheckersnetwerk

De Commissie stelt ook een netwerk van factcheckers voor dat op „operationele steun” uit Brussel kan rekenen. Details zijn niet bekend, behalve dat de checkers moeten voldoen aan bestaande internationale standaarden. Docent journalistiek Alexander Pleijter van de Universiteit Leiden geeft leiding aan een factcheckteam dat samen met Nu.nl voor Facebook werkt. Hij is nog niet benaderd door de Commissie, maar wil best met ze in gesprek. „Door geldgebrek zijn onze mogelijkheden beperkt. Mocht de EU financiële steun beschikbaar stellen en ons verder geheel vrijlaten bij het controleren en trekken van conclusies dan kan dat de factchecking in Nederland versterken”, zegt hij.

Verder wil de Commissie investeren in technologie om online desinformatie op te sporen. Bovendien merkt ‘Brussel’ op dat staatssteun voor traditionele media soms is toegestaan.