Recensie

Fries Museum geeft ons het genie van M.C. Escher terug

Beeldende kunst Prachtige expositie in Leeuwarden laat zien hoe M.C. Escher inspiratie vond in Italiaanse steden en natuur. Daardoor kun je eindelijk met een frisse blik weer zien hoe geniaal zijn overbekende litho’s zijn.

Houtsnede van Italiaans landschap, door M.C. Escher uit 1930: ‘Morano, Calabria’ © the M.C. Escher Company B.V. www.mcescher.com

Middelpunt van de tentoonstelling Escher op reis in het Fries Museum is een met zorg nagebouwde werkkamer van de kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972), met elementen uit zijn studio’s in Italië en Zwitserland, maar ook in Baarn, waar hij vanaf 1941 woonde. Enkele originele eigendommen liggen achter glas, zoals het beroemde lepeltje, waarmee de in Leeuwarden geboren graficus het papier over zijn beïnkte houtsneden wreef.

De rest is zorgvuldig in tweedehandswinkeltjes bijeen gezocht: de klassiek-Hollandse eenvoudige meubelen, een koperen hagedis, een schaakspelletje, een ingelijste wajangpop, een bijzondere asbak, een kleine rekenliniaal, en natuurlijk een dodecaëder, zo’n regelmatig veelvlak dat perfect past bij de grafische meester van de optische illusie en de perfect in elkaar passende patronen.

Zelfs de boeken in de kast (waaronder Tolkiens complete In de Ban van de Ring) waren ooit ook bij M.C. Escher thuis te vinden. Het is de weerspiegeling van een samengestelde werkelijkheid die ooit echt bestond, maar nooit helemaal. Wie wil kan vanachter het bureau een selfie maken in een weerspiegelende bol, precies zoals in Eschers beroemde litho uit 1935.

Hand met spiegelende bol (1935)

De kalme huiselijke sfeer van de werkkamer is een tegenwicht voor de bewegelijke rest van de tentoonstelling. De meeste zalen zijn gewijd is aan de vele reizen in Eschers vooroorlogse periode, die de aanloop vormde naar het latere wereldberoemde ‘mathematische’ werk.

Jarenlang woonde Escher in Italië en Zwitserland. Hij maakte er schitterende houtsneden van landschappen en steden. Alles is zo verbluffend mooi uitgelicht dat je aanvankelijk denkt dat Eschers originele werken van achteren verlicht zijn, zo knalt het wit uit de litho’s en houtsneden.

Ook de foto’s van zijn ontelbare wandelingen tonen een andere kant van Escher, die we uit zijn beroemdere werk toch vooral kennen als een man achter zijn bureau. Een (half verduisterde) zaal is geheel gewijd aan de grafische neerslag van zijn nachtelijke tochten door Rome.

Lees de reportage in het voetspoor van M.C. Escher naar de steile trappen van Scanno en de hoge hellingen in Castrovalva: Eschers trappen begonnen in Italië

De graficus vond Rome bij daglicht saai, maar ’s avonds, uitgelicht met schijnwerpers, was de stad voor hem onweerstaanbaar. Een zaklantaarn die aan een knoop van zijn jas hing, stelde hem in staat te schetsen in het donker. Hij tekent een geheimzinnige wereld van halfduistere zuilengangen en onverwacht oplichtende gebouwen. Mensen spelen in Eschers werk nauwelijks een rol. Het gaat om ruimte en vormen.

De kracht van de tentoonstelling in het Fries Museum is dat ze door de nadruk op het landschappelijke werk een andere, in de wereld rond kijkende Escher laat zien. Hier is een man in de weer met wind in zijn haar en vuil aan zijn schoenen. Volgens de catalogus barstte hij soms zelfs in zingen uit tegen de bloemen die hij tekende, en hij kent „geen groter genot dan zwervende door dalen en over heuvels, van dorp tot dorp, de ongekunstelde natuur op mij in te laten werken”.

Er is overigens geen echte breuklijn. Ook in Eschers ‘reis-werken’ vallen al de strakke vlakvullingen op, de scherpe contrasten tussen licht en donker en vaak ook de serene rust van de afgebeelde wereld. Maar zijn veel beroemdere latere werken werden door Escher zelf al wel ‘beeldgedachten’ genoemd. Ze weerspiegelen duidelijk een innerlijke, meer abstracte wereld.

Escher op Reis toont de weg van de kunstenaar naar die verpletterend scherpe eenvoud en mathematische perfectie. Dat latere werk, vol metamorfosen, onmogelijke gebouwen en perfecte vlakvullingen, heeft tegenwoordig waarschijnlijk ook zo’n aardse aanloop nodig. Want de geniale litho’s en houtsneden zijn bijna clichés geworden door overmatige blootstelling op reproducties en koffiemokken. Ook in de winkel van het Fries Museum is een dienblad te koop met de complete Metamorfose II erop. En een wekker met Eschers vlakvullende engelen en demonen op de wijzerplaat.

M.C. Escher: Waterval (1961)

Beeld The M.C. Escher Company B.V.

De door Pierre Bokma voorgelezen brief- en dagboekfragmenten van Escher in de audiotour (een aanrader!) zetten de menselijkheid van de reislustige kunstenaar verder in perspectief. Zelfs de lust die hij voelde bij het naaktmodeltekenen in zijn opleiding komt aan de orde. Want „zo’n meisjes lichaam is ontroerend mooi. [...] Maar, voor den drommel, waarom zou ik dan ook niet eens me mogen uitleven. Ik ben namelijk van plan, om morgenavond, als Annie komt poseren, haar voor het eerst sinds anderhalf jaar, eens flink te zoenen en te knuffelen. Daar heb ik toch zo’n vervloekte zin in.”

Zaaloverzicht van Escher-tentoonstelling in Fries Museum

Foto Ruben van Vliet

Eschers innerlijke wereld met beroemde litho’s en houtsneden als Belvedère, Klimmen en dalen, Cirkellimiet III en Andere wereld betreedt de bezoeker pas in de laatste zaal. En het wonder gebeurt. Na al die geconcentreerd getekende steden en de soms bijna hallucinerend heldere Italiaanse landschappen is dit etherische werk ineens weer helemaal fris, en even mooi als het eigenlijk altijd al was. Zelfs de afwisselende projectie van de beroemde lange Metamorfose II op een van de muren is adembenemend.

Het Fries Museum heeft Escher weer met beide benen op de grond gezet. Het allerlaatste nummer van de reis is – haast terloops – de eenvoudige rouwkaart van de kunstenaar, die overleed op 27 maart 1972. De cirkel is rond.