Opinie

Probeer het eens een keer met de waarheid, premier Rutte

Bijna zes maanden geleden presenteerde het derde kabinet-Rutte zich met de opdracht aan zichzelf dat vertrouwen verdiend moest worden. Maar het is juist dit vertrouwen dat door het bestuurlijk arrogante optreden van Rutte van de afgelopen week, daarbij gesteund door de vier coalitiepartijen, wederom een forse deuk heeft opgelopen. Het is een trieste constatering maar waar vertrouwen wordt gezocht, is tot nu toe slechts wantrouwen geoogst.

Opnieuw leidde het voornemen van de coalitie om de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders af te schaffen – kosten 1,4 miljard euro per jaar – tot een venijnige confrontatie met de oppositie. En net als de twee eerdere keren ging het woensdag in het jongste debat over de dividendkwestie niet om de inhoud van de maatregel, maar om gebrekkige informatievoorziening van de zijde van het kabinet.

Natuurlijk is er sprake van de nodige oppositionele krokodillentranen. Maar volkomen terecht willen de partijen die vorig jaar niet aan de eindeloze kabinetsformatie deelnamen – samen goed voor 74 van de 150 zetels in de Tweede Kamer – weten waar het idee om de dividendbelasting af te schaffen nu toch vandaan kwam. Het punt stond in geen enkel verkiezingsprogramma genoemd en zodoende heeft ook geen enkele kiezer zich erover kunnen uitspreken. Daar mag dan toch wel enige verantwoording tegenover staan. Maar niets daarvan. Én tijdens het debat over de regeringsverklaring, begin november, én tijdens een apart debat twee weken later weigerde premier Rutte uitsluitsel te geven.

De motivering voor de maatregel ging niet verder dan een algemeen gevoel dat zo’n specifieke lastenverlichting voor buitenlandse aandeelhouders goed zou kunnen zijn voor het vestigingsklimaat. Notities bestonden er niet, beweerde Rutte op herhaalde vragen uit de Kamer. Althans, daar had hij „geen herinnering” aan. Maar er waren dus wel stukken, zoals is gebleken uit een in februari door het ministerie van Financiën afgewezen WOB-verzoek van twee fiscale wetenschappers.

Wat daarna volgde was een portie verbale acrobatiek van de kant van premier Rutte dat het lubberiaans van de onlangs overleden ex-premier vele malen overtrof. Hoofdtafel, zijtafel, in het formatiedossier, buiten het formatiedossier; allemaal mist om te verhullen dat hij niet de waarheid sprak toen hem half november gevraagd werd naar adviezen of memo’s over de dividendafschaffing. „Rommelig en onhandig”, oordeelde zelfs Ruttes’ partijgenoot Klaas Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD, woensdag in het Kamerdebat.

Gesloten optreden van de coalitie voorkwam dat een motie van afkeuring tegen Rutte een meerderheid kreeg. Maar het moet te denken geven dat de geloofwaardigheid van de minister-president zo vaak ter discussie staat. Als de politiek moet gaan over Nederland en politiek er moet zijn voor Nederlanders, zoals Rutte in de regeringsverklaring bij het aantreden van zijn derde kabinet stelde, zou hij er goed aan doen afscheid te nemen van de handigheidjes. In de politiek gaat het immers niet om overleven, maar om overtuigen.

Zo nu en dan wordt in Den Haag het verhaal verteld over de ambtenaar die van zijn nerveuze minister de vraag kreeg wat deze moest antwoorden over een netelige kwestie. „Als u het eens probeert met de waarheid”, antwoordde de man. Wellicht is dit een idee voor premier Rutte.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.