De koning heeft steeds minder te vertellen

Koningschap

Koning Willem-Alexander is vijf jaar lid van de regering. Politiek stelt die rol bitter weinig meer voor. Een lustrum in serene rust.

Koning Willem-Alexander tijdens een bezoek aan Saoedi-Arabië na de dood van koning Abdullah in 2015. Foto EPA

Weer is er een stukje van het vorstelijk voetstuk af. Op het beledigen van de Koning staat binnenkort geen bijzondere straf meer. De Tweede Kamer besloot deze maand het artikel over majesteitsschennis (uit 1881) uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Zodra ook de Eerste Kamer met dit voorstel van D66 heeft ingestemd, zal de Koning opnieuw een beetje ‘gewoner’ zijn geworden. Beledigen van het staatshoofd is dan even erg als het beledigen van een ambtenaar. Strafbaar – maar niet éxtra strafbaar, zoals nu.

De enige ‘confrontatie’ tussen Koning en politiek was bij de inhuldiging

Urgent is het probleem dat op het punt staat opgelost te worden zeker niet. Dat werd in het Kamerdebat over het schrappen van het verbod op majesteitsschennis van diverse kanten opgemerkt. Wel illustreerde de discussie weer eens het veranderde denken in de politiek over de rol van de Koning binnen het staatsbestel. De Koning hoort erbij, maar daarmee is dan ook alles gezegd.

Willem-Alexander werd al volledig buiten de kabinetsformatie gehouden, net als zijn moeder bij de vorming van Rutte II. De informateur bracht een enkele keer verslag aan hem uit, maar de regie lag bij de Tweede Kamer, geheel in lijn met het besluit uit 2012. De enige taak van de Koning bestond uit het beëdigen van de ministers.

Aan zijn bijzondere status of privileges wordt verder geknabbeld. In het ‘normaliseringsproces’ dient zich de volgende vraag aan: moet de Koning ook niet gewoon, net als andere Nederlanders, inkomstenbelasting betalen?

Koning schikt zich

De hoofdpersoon zelf, Willem-Alexander, lijkt zich te schikken in de nieuwe verhoudingen en buigt mee. In de eerste vijf jaar van zijn koningschap heerste een haast serene rust. Koninklijke bemoeienis met de politiek leidde steevast tot een rel, maar zulke rellen waren er niet. De Koning is zich bewust van zijn bescheiden politieke plaats en gedraagt zich ernaar.

Lees ook: Tijdens de kabinetsformatie klonk op het Haagse Binnenhof een voorzichtige roep om een ‘koninklijke’ informateur. Als de koning het proces leidt, loopt de formatie „allemaal wat minder hoekig.”

De politiek toont zich tevreden. Joost Sneller, Kamerlid van het tegenover het Koninklijk Huis altijd kritische D66, eind vorig jaar in een debat: „Je hoeft geen monarchist te zijn om met tevredenheid te kijken naar de wijze waarop koning Willem-Alexander en koningin Máxima invulling geven aan hun rol.”

Alleen Kamerlid Martin Bosma (PVV) had nog iets ongewensts ontdekt, bleek in datzelfde debat. Hij nam het Willem-Alexander kwalijk dat deze op bezoek aan Italië mensen had geprezen die vluchtelingen helpen. Het staatshoofd moest „geen speelbal” zijn van „de politiek-correcte waan van de dag”, waarschuwde Bosma. Voor het overige deed de Koning het volgens hem „geweldig”, was het „een verdomd aardige kerel” en kon je ook „geweldig met hem lachen”.

„Je hoeft geen monarchist te zijn om met tevredenheid te kijken naar de wijze waarop koning Willem-Alexander en koningin Máxima invulling geven aan hun rol”

Binnen de lijntjes

De Koning is geruisloos in de nieuwe omstandigheden gegleden, net als zijn moeder. Het nationale tv-interview aan de vooravond van zijn inhuldiging, vijf jaar geleden, was een voorbode. „Uiteindelijk kan je van een monarchie zeggen: het enige constante is dat het altijd in verandering is, altijd mee beweegt met de maatschappij”, zei Willem-Alexander toen. „Langzaam, maar het beweegt wel mee met wat de maatschappij wil. Anders sta je er buiten, dan ben je niet meer relevant.”

Willem-Alexander is keurig binnen de lijntjes gebleven. De drie rechten van de Koning in een parlementaire democratie, zoals de Britse advocaat en essayist Walter Bagehot die in 1867 opschreef in The English Constitution, zijn ook zíjn referentiepunten. Het gaat dan om het recht geïnformeerd te worden, het recht aan te moedigen, en het recht te waarschuwen. Allemaal binnen de ministeriële verantwoordelijkheid. Zoals de Grondwet zegt: de Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.

De Tweede Kamer heeft de afgelopen vijf jaar geen ministers ter verantwoording geroepen wegens politiek gevoelig optreden van Willem-Alexander. Als er al debat was, ging het over de weinig inzichtelijke uitgaven van het Koninklijk Huis. Maar ook hier is inmiddels, tot tevredenheid van de Kamer, verandering in gebracht.

Het meest zichtbare en daarom nog vaak terugkerende ‘politieke beeld’ van Willem-Alexander is dat van het glas bier dat hij in februari 2014 met de Russische president Vladimir Poetin dronk tijdens de Olympische Spelen in Sotsji. Zijn aanwezigheid had louter met de sport te maken, zei premier Rutte ter verdediging.

Zestien weigeraars

Zodoende was de enige ‘confrontatie’ tussen Koning en politiek op de dag van de inhuldiging. Toen weigerden zestien van de 225 Eerste en Tweede Kamerleden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam de eed of belofte tegenover de nieuwe Koning ad te leggen. Willem-Alexander toezeggen „uw onschendbaarheid en de rechten van Uw Koningschap te zullen handhaven” ging hun te ver.

Eén van de weigeraars was Eerste Kamerlid André Postema (PvdA), sinds kort fractievoorzitter. Hij was ook niet bij de inhuldigingsceremonie. Uit principe. „Het leek mij geen goed idee”, zegt hij. „Om iemand op basis van geboorte een positie te geven, gaat er bij mij niet in”. Wat hem betreft, wordt dan ook „een eind gemaakt” aan de monarchie. Waarmee de overtuigde republikein niets wil zeggen over het functioneren van Willem-Alexander en Máxima. „Ik heb de indruk dat ze het goed doen. Ze geven steun aan mensen en leggen bezoeken af.”

Postema is zich ervan bewust dat hij tot een kleine minderheid behoort. „De monarchie kan rekenen op een breed draagvlak. Willem-Alexander en Máxima hebben daar aan bijgedragen”, zegt hij. Zijn principiële bezwaar blijft. De monarchie dus maar snel afschaffen? Postema: „Het heeft geen prioriteit.”

    • Mark Kranenburg