De opkomst van de ‘bromosexual’ vriendschap

Vriendschappen In de serie Hehobro’s staat de ‘bromosexual’ vriendschap tussen een hetero en een homo centraal. „Homo’s in series zijn vaak een komische sidekick.”

Pepijn Schoneveld (links) en Kevin Hassing in Hehobro’s. Foto Hehobro's

Twee beste vrienden zitten in de kroeg. Zegt de een tegen de ander: „Ik droomde vannacht dat ik seks had met een vrouw. Het was superlekker. Dat is toch ráár?” Hiermee trapte de eerste aflevering van Hehobro’s af, de succesvolle VPRO-webserie over beste vrienden Kevin (homo) en Pepijn (hetero), waarvan het tweede seizoen begin dit jaar verscheen. De serie past binnen een trend: na de gay best friend-relatie (tussen een heterovrouw en homoman) en de bromance (innige platonische vriendschap tussen twee mannen) staat nu de band tussen homo- en heteromannen centraal in een rits nieuwe films en series.

Neem de serie Please like me (2013-2016) over een onhandige Australische twintiger of de film 4th Man out (2016) over een hyperstereotiepe mannenvriendengroep, van wie één uit de kast komt (beide op Neflix te zien). Ook in de recente Amerikaaanse series Shahs of Sunset en Scream queens (niet in Nederland) staat de band centraal. Net als in de Britse podcast A gay and a non gay, te beluisteren op Spotify.

Waar komt die populariteit vandaan?

Acteurs Pepijn Schoneveld en Kevin Hassing (beiden 33) leerden elkaar tien jaar geleden kennen op de Toneelschool in Amsterdam en werden beste vrienden. In hun gesprekken kwam alles aan bod, dus ook hun seksualiteit.

Schoneveld: „Dan hadden we een gesprek waarin ik probeerde uit te leggen hoe een vagina werkt. Dat vonden we een grappig gegeven.” Het idee voor een webserie gebaseerd op hun eigen leven was geboren, en ze pitchten hun idee bij de VPRO. Eind 2016 verscheen het eerste seizoen.

De aflevering van Hehobro’s over de vagina.

De afleveringen, die per stuk tienduizenden keren zijn bekeken, bestaan uit sketches van een paar minuten waarin Schoneveld en Hassing elkaar bijpraten over het leven en de liefde. Aan de ene kant vergroten ze stereotypes uit door ze te benadrukken: Wie is het ‘mannetje’ in de relatie? Sturen hetero’s elkaar ook zoveel naaktfoto’s? Schoneveld: „Ik geloof dat je juist door de verschillen te benadrukken tot elkaar kunt komen.”

Aan de andere kant ontkrachten ze clichés door de stereotypes om te draaien. Zo vindt Schoneveld in een aflevering dat homo’s geobsedeerd zijn door lichaam en uiterlijk, om vervolgens zelf te twijfelen of hij wel een calorierijke hamburger moet bestellen. Hassing: „Pepijn is veel ‘gayer’, veel vrouwelijker neergezet, om te laten zien dat er niet zoveel verschil is.”

Is dit nu bijzonder?

Twee vrienden met tegenovergestelde seksuele voorkeuren, is dat bijzonder? Voor tv- en filmmakers wel. Nederlandse producties over dit thema zijn ondanks de internationale trend op één hand te tellen (tv-serie All Stars, in de jaren negentig, en film Simon, uit 2004). Er zijn ook nauwelijks homoseksuele hoofdpersonages in Nederlandse films en tv-producties.

Als het om vriendschappelijke relaties gaat, was de homo vooral te zien als ‘gay best friend’ (van een heterovrouw), zoals in de series Will & Grace en Sex and the City. Die droegen bij aan de acceptatie en emancipatie van homo’s, maar reduceerden het personage ook tot een clowneske bijrol. Iemand met wie vrouwen vooral kunnen lachen, roddelen en winkelen.

In Nederlandse series en films zijn homopersonages bijna altijd gedegradeerd tot komische sidekick

Jamille van Wijngaarden, regisseur van Hehobro’s

Dat heeft effect op hoe homo’s in het ‘echt’ worden benaderd. Niet voor niets verscheen op Buzzfeed een lijstje met „twintig dingen die homomannen tegen hun heteroseksuele vrouwenvrienden willen zeggen”. Nummer 4: „Ik ben niet je huisdier.”

Frustratie over de gebrekkige representatie en diversiteit lijkt een van de redenen van de toename van het aantal ‘bromosexual’-producties. Als maker kom je in een nieuwe serie minder makkelijk weg met een niet-diverse cast; kijkers die zich niet vertegenwoordigd voelen zijn mondiger geworden. Zo was er veel kritiek op de vriendschapsserie bij uitstek, Friends, toen bekend werd dat Netflix die ging aanbieden. De productie uit de jaren 90, met alleen maar witte heteropersonages, bleek hopeloos verouderd en bovendien veel homofobe grappen te bevatten.

Jamille van Wijngaarden, regisseur van Hehobro’s, denkt dat zijn serie nodig is voor Nederland. Ook „in Nederlandse series en films zijn homopersonages bijna altijd gedegradeerd tot komische sidekick, of gaat het over een problematische coming-out. Laat staan dat je lesbiennes ziet.”

De series over vriendschappen tussen mannelijke homo’s en hetero’s bestaan in twee varianten: die waarin de verschillen worden benadrukt en uitvergroot, en die waarin het zo normaal is dat ze niet eens meer aan bod komen. In Netflix-film 4th Man Out kiezen ze expliciet voor het eerste, de verhaallijn draait om de (achterhaalde) vraag of je als homo en hetero wel vrienden kunt zijn. „Waar moeten we vanaf nu in godsnaam over praten?” vraagt de hetero zich hulpeloos af, als zijn beste vriend uit de kast is gekomen.

Hoewel in het tweede seizoen van Hehobro’s ook hedonistische gayfeestjes en mannendatingapps aan bod komen, zoomt het minder in op wat de vrienden anders maakt en gaat het meer over ‘algemene’ onderwerpen, zoals een paniekaanval in de Hema of het overleven van liefdesverdriet. Hassing: „Als beste vrienden passen wij bij elkaar. We kunnen het goed met elkaar vinden, en we kunnen goed met elkaar praten, lachen en dingen bedenken. Dat is uiteindelijk onze vriendschap, en die staat los van onze geaardheid.”