Opinie

    • Maarten Schinkel

De euroconjunctuur is toe aan een aspirientje

Zit de eurozone in een tijdelijke dip, of is hij al begonnen aan een wat langere neergang? Als de euro-economie een huisarts had, dan zou die adviseren om een aspirientje te nemen, en morgen terug te bellen.

Hapert de conjunctuur een beetje? De laatste weken kruipt er in de eurozone enige twijfel in de juichstemming over de economie. Vooral in Duitsland, goed voor bijna eenderde van de euro-economie. Dinsdag bleek de Ifo-index, die het vertrouwen van ondernemers in de nabije toekomst weergeeft, zwakker dan gedacht. Met een waarde van 102,1 is dit de vijfde achtereenvolgende daling ten opzichte van de piek van 105,2 in november vorig jaar.

Dat voedt de discussie of de eurozone in een tijdelijke dip zit, of begint aan een wat langere neergang. Alle tekenen zijn zeker niet eenduidig. De indicator waar het meest naar gekeken wordt is de zogenoemde index van inkoopmanagers van het Britse informatieconcern Markit. Die vertoont inderdaad een dalende trend. Al bleef die index in april onveranderd, hij staat met een waarde van 55,2 nu wel op zijn laagste niveau van de afgelopen zeventien maanden.

Maar dat zegt niet alles. Een waarde boven de 50 duidt sowieso op expansie van de economie. En zo bezien is 55,2 nog steeds zeer goed. Dat geldt, met elke waarde boven de 100, overigens ook voor de Duitse Ifo.

Vooralsnog gaat het dus vooral om enig momentumverlies. Dat is wellicht terug te vinden in de wisselkoers van de euro. Terwijl vrijwel iedereen op de financiële markten al geruime tijd uitgaat van een gestage daling van de dollar, sterkt de Amerikaanse munt juist aan. De Japanse zakenbank Nomura gaf woensdag als verklaring dat de vaart nog steeds in Amerikaanse economie zit, maar dat de rest van de wereld juist wat tegenvalt. Ook de eurozone. Dat zou de dollar onverwacht sterk maken.

Maar expansie blijft expansie, ook al gaat die misschien een tikje langzamer. De prijs van ruwe olie is hier een aardige indicator. De vraag naar olie is zo groot dat de patstelling tussen Saoedische productiebeperkers en Texaanse schaliepompers tijdelijk doorbroken is. Dat zorgt voor een gestage opwaartse prijsdruk, die met name in het Midden-Oosten zeer welkom is. Met een piek van bijna 75 dollar per vat afgelopen maandag stond Brentolie op zijn hoogste peil sinds eind 2014. Zo bezien valt het allemaal erg mee. Als de euro-economie een huisarts had, dan zou die adviseren om een aspirientje te nemen, en morgen terug te bellen.

De vraag wordt wel hoe dit alles invloed heeft op het beleid van de Europese Centrale Bank. De vergadering van deze donderdag zal niet veel uitmaken. Veel betrokkenen hebben al laten weten dat hij net zo goed had kunnen worden overgeslagen. Pas later moeten knopen worden doorgehakt over het aankoopprogramma van staatsleningen en andere leningen ter waarde van nog steeds 30 miljard euro per maand. De huidige afspraken in het ECB-bestuur daarover lopen tot en met september. Juni is genoemd als ‘crunchvergadering’, waar besluiten moeten vallen over de afbouw. Hoe snel moet het vanaf september naar nul? En, ook belangrijk, moet er een formulering komen die de mogelijkheid open laat de aankopen weer op te voeren? Het noorden van de eurozone, altijd al ongelukkig met de duur en omvang van de aankopen, hoopt vurig van niet.

Vermoedelijk wordt de échte vergadering pas die van juli, wanneer de meest recente prognoses voor groei en inflatie van de ECB zijn gedaan. Dan wordt het grote twistpunt of de lichte verzwakking van de euro-conjunctuur wordt aangegrepen om na september toch nog een slag om de arm te houden. Reden te meer om te hopen dat de huidige conjuncturele zwakte tijdelijk is.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel