De edelherten rest de kogel

Advies

De Oostvaardersplassen moet ‘gereset’ worden, adviseert een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Pieter van Geel. Het aantal grote grazers moet nog dit jaar terug naar 1.100. Dat is vooral slecht nieuws voor de edelherten.

Het kadaver van een edelhert in de Oostvaardersplassen. Circa drieduizend dieren in het gebied overleefden de winter niet. Foto Olivier Middendorp

Een „schitterend ongelukje”. Zo noemde Pieter van Geel woensdag het ontstaan van de Oostvaardersplassen, een gebied tussen Almere en Lelystad dat vijftig jaar geleden eigenlijk was bestemd voor industrie. Hier kon de natuur decennialang haar eigen gang gaan. „In extreme mate”, zoals Van Geel het formuleert. En dat „werpen wij niet weg”.

Van Geel is voorzitter van een commissie die de provincie Flevoland heeft geadviseerd over het beheer van de Oostvaardersplassen. Een onderwerp waarover elk jaar opnieuw, maar het laatste half jaar in het bijzonder, commotie ontstond. Want kun je als mens de natuur op haar beloop laten, als dat betekent dat duizenden dieren door strenge winters verzwakken en moeten worden afgeschoten? „Deze omvangrijke sterfte kan worden opgevat als een correctie door de natuur, maar daarvoor bestaat in Nederland geen breed maatschappelijk draagvlak”, stelt het advies.

Reeën, hazen, konijnen, veldmuizen en kikkers zijn in aantallen sterk afgenomen of verdwenen uit het gebied. De oevers van sloten en poelen zijn overwegend kaal.

Het „natuurlijke systeem” dat veel ecologen en natuurliefhebbers zo waarderen, is in de Oostvaardersplassen „incompleet”, zegt Van Geel. Het gebied is door de mens ingericht: er zijn sloten gegraven, er zijn wilde dieren in geplaatst, en het terrein is omheind. „De mens grijpt in”, constateert Van Geel.

Alle reden, aldus het advies, om de oorspronkelijke doelstellingen van het natuurgebied te handhaven, maar anderzijds wel de nodige maatregelen te nemen. Een „reset” noemt de commissie dat. Er moeten meer natte gebieden komen in het droge deel, waar de meeste edelherten, heckrunderen en konikpaarden grazen. Ook moeten op deze grazige gebieden meer bosschages worden aangelegd, waar de dieren beschutting kunnen vinden.

‘Geen Beekse Bergen’

Op het overblijvende gebied is vervolgens plaats voor véél minder grote grazers dan nu. Ongeveer de helft. Er leven op dit moment 2.260 dieren, ruim 3.000 minder dan voor de winter, die vele grazers te machtig werd. In de toekomst is er plaats voor maximaal 1.500 grazers, meent Van Geel, namelijk 1,4 per hectare. Die moeten dan zonder bijvoeren de winters kunnen doorkomen. Het zijn aantallen die horen bij een natuurgebied met veel biodiversiteit. Want, zegt Van Geel: „Het moet geen Beekse Bergen worden.”

Na de ‘reset’ zullen er straks ongeveer evenveel grazers rondlopen als in de jaren negentig, toen het landschap nog niet was kaalgevreten door de stormachtig gestegen aantallen grazers, waarvan destijds 5 tot 10 procent tijdens de winters bezweek.

Dieren die leven in een natuurlijke omgeving betekent echter ook dat leven, lijden en sterven nauw met elkaar verbonden zijn. Lijden is een onderdeel van het leven. Dat betekent dat lijden niet altijd te voorkomen is.

Volgens het advies moet om te beginnen het aantal grote grazers zelfs worden gereduceerd tot 1.100: dit om het gras de kans te geven zich te herstellen, bosschages te kunnen aanleggen en andere werkzaamheden te kunnen uitvoeren.

Er moeten dus snel 1.160 dieren verdwijnen, exclusief de natuurlijke geboorten dit jaar. Een pijnlijk punt. Het aantal runderen bedraagt 160 en kan gerust worden gehandhaafd, het aantal paarden moet met 180 worden verminderd, wellicht door hen te vangen en te verplaatsen naar andere natuurgebieden. Maar voor de edelherten, helaas, bestaat er geen andere oplossing dan de kogel. „Net als elders in Nederland gebeurt, zullen ook gezonde dieren moeten worden afgeschoten”, zo staat in het advies.

De Partij voor de Dieren spreekt van „het ergste scenario” waar de commissie mee had kunnen komen. Er wordt van de Oostvaardersplassen een „ordinaire schiettent” gemaakt, stelt Kamerlid Femke Merel Arissen in een verklaring. „Dit heeft helemaal niets met dierenwelzijn te maken, maar dient enkel het plezier van de jagers en de toeristen.”

Het afschot is de prijs die de commissie wil betalen voor het in stand houden van de oorspronkelijke doel van het Europees beschermde Natura 2000-gebied: een vogelparadijs. Dat is „topprioriteit”, aldus het advies. Hadden de grote grazers ooit de functie het landschap niet in een dicht bos te laten veranderen, inmiddels hebben ze het gebied min of meer gemonopoliseerd, ten koste van vogels en kleine zoogdieren.

Voor het afschot moet de juridische haalbaarheid nog worden onderzocht. De Oostvaardersplassen zijn nu uitgerekend geen gebied als bijvoorbeeld de Veluwe, waar jaarlijks vaste aantallen gezonde dieren worden geschoten om een vast maximum te garanderen. Toch zou het in Flevoland ook daarop uit kunnen draaien. Want wat te doen als de grote grazers in aantal toch weer boven de gewenste 1,4 per hectare uitkomen? Dan kun je niet volstaan met alleen ernstig verzwakte dieren een genadeschot geven. Vroeg reactief beheer, heet dat in jargon. „Dan moet je daar niet in de herfst mee beginnen, maar het hele jaar door”, zegt Van Geel.

Betere fiets- en wandelpaden

Er was natuurlijk al eerder geruzie over de Oostvaardersplassen. Twee keer boog een internationale commissie zich over het gewenste beheer, en twee keer leek het laatste woord erover gezegd. Van Geel constateert nu echter dat sommige aanbevelingen niet goed zijn opgevolgd: zo is er onvoldoende beschutting gekomen, daarnaast is het nooit gekomen van uitbreiding van het natuurgebied, bijvoorbeeld door middel van een corridor naar andere natuurgebieden.

Zo’n omvangrijke sterfte van dieren kan worden opgevat als een correctie door de natuur, maar daarvoor bestaat geen breed maatschappelijk draagvlak.

De provincie Flevoland had de commissie gevraagd ook uitspraak te doen over de relatie van het natuurgebied met de toekomstige uitbreiding van vliegveld Lelystad. Die uitspraak kwam er niet. Het is, zegt Van Geel, juist de taak van het vliegveld bij de uitbreiding rekening te houden met de natuur in de Oostvaardersplassen.

Over toerisme en recreatie heeft de commissie wel een mening. Die moeten worden versterkt, door aanleg van betere fiets-en wandelpaden in de randen van het gebied en de bouw van uitkijkvoorzieningen. Alles bij elkaar is vijftien miljoen euro extra nodig. De provincie Flevoland is dankbaar voor het „afgewogen” advies, laat gedeputeerde Harold Hofstra (ChristenUnie) weten. Er komt zo snel mogelijk een besluit, zodat de aanpassingen nog vóór de volgende winter kunnen worden ingevoerd.

Luister ook naar deze aflevering van onze wetenschapspodcast Onbehaarde Apen, over de commotie rond de Oostvaardersplassen.
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.