‘Betrek je kinderen in het inkopen en klaarmaken van eten’

Lezersreacties We vroegen lezers van NRC naar hun (op)voedkwesties en hoe ze die proberen op te lossen.

Illustratie XF&M

Alles met mate, eten met gezond verstand. Als iets ouders houvast geeft, is dat het. Althans, dat geldt voor de 377 ouders die de NRC-enquête invulden met als hoofdvraag: waarmee worstelt u in de (op)voeding? Vierhonderd ouders – driekwart moeders, bijna allemaal hoogopgeleid – die zich, zo kun je uit hun antwoorden afleiden, niet gek laten maken door hypes en mythes, of de nukken van hun kinderen. En toch is bij 70 procent van hen eten dagelijks een kwestie.

Op nummer 1: moeilijke eters. Kinderen die met lange tanden aan tafel zitten, alles weigeren wat groen is, gemopper en geknoei aan tafel. Verplicht je bord leegeten lijkt niet meer van deze tijd – het lijken vooral grootouders die hier soms nog streng in zijn. Wel: eten wat de pot schaft en van alles een hapje proeven. Hoewel een moeder zich verbaasde over het advies van het consultatiebureau dat ene hapje desnoods met dwang te voeren. Ze dwingt haar dochter niet: „Het is een strijd die je niet kunt winnen”, zegt Marleen Kuijpers (44) uit Breda.

Een nieuw boek gidst ouders door de ‘voedingsjungle’. Met antwoorden op vragen als: Wanneer eet het kind met de pot mee?

Verwarring is er in milde mate over de vraag of melk/boter/natuurlijke suikers/flesvoeding nu wel of niet slecht zijn en naar wie je nu eigenlijk moet luisteren. Eén moeder vond „de borstvoedingsmaffia” verschrikkelijk, een andere hekelt juist het advies van haar ouders om met borstvoeding te stoppen. Voedingscentrum en consultatiebureau spreken elkaar nogal eens tegen. Meerdere ouders vinden dat het Voedingscentrum de lat wel erg hoog legt met de aanbevelingen voor groente, fruit en brood(beleg). De strategie die Estera Knaap-Giurgi (44) uit Hemmen met sommige anderen volgt: „Ik lees geen adviezen.” Ze koopt geen frisdrank, snoep en chips, en heeft zelden „gedoe” of „zorgen” over het eetgedrag van haar dochter van 9.

Minder grip

Rien Schalkwijk (45) uit Rosmalen betrekt zijn kinderen (6 en 8) bij het inkopen en klaarmaken van het eten. „We spreken aan tafel over wat lekker is en wat beter kan. De mening van de kids wordt serieus genomen zonder dat zij bepalend zijn. Problemen met voeding gaan vrijwel nooit over voeding maar over de wijze waarop ouders met hun kinderen omgaan.”

Maar toch… hoe ouder de kinderen, hoe minder grip op wat ze eten. Bij jonge kinderen blijft de invloed van buitenaf grotendeels beperkt tot kindermarketing en grootouders die kinderen met zoetigheid overladen, hoewel weinig ouders hierover de strijd aangaan.

Tot een jaar of twaalf gaat het nog – en de meeste ouders uit dit onderzoek vinden dat school en kinderdagverblijf het best goed doen, afgezien van terugkerende klachten over de vaak nog te zoete traktaties. Maar zodra ze naar de middelbare school gaan, spelen andere kwesties dan geen groente willen en zoete traktaties. „Ineens bestormen ze massaal de supermarkt om snoep en vettigheden te kopen. Meegenomen brood eten ze niet op en thuis duiken ze meteen de koelkast in”, zegt Els Berenschot (55) uit Rotterdam, met vier kinderen, de jongste 16 jaar. Andere ouders noemen: chipszakken en colaflessen onder het bed en in de bureaula, fastfood in de pauze, kantines waar een broodje kroket goedkoper is dan iets gezonds, uit school tosties bingen waardoor ze aan tafel geen trek meer hebben. „Met ieder kind zijn er weer andere kwesties”, zegt Fatima Sarti (41) uit Woerden. De oudste (20) eet te vaak buiten de deur, de middelste (17) eet te eenzijdig, slaat ontbijt en lunch over maar eet wel stiekem chips en chocola, de jongste (12) eet te veel zoet. „Je lijf is geen vuilnisbak, klinkt het vaak bij ons.”