Recensie

Zwitserse veiligheid vlucht voor camera van Salvatore Vitale

Tentoonstelling Zwitsers hebben per huishouden enorm veel wapens. Hun verlangen naar veiligheid is extreem. Salvatore Vitale probeert het in foto’s vast te leggen. Maar het onderwerp houdt zich graag verborgen achter deuren en onder bergen.

Nufenenpas, 2017. Typerend Zwitsers landschap, tegelijk het dak van enkele militaire bunkers. Foto Salvatore Vitale

Bekend zijn het bankgeheim en de kluizen vol goudstaven en kunst. Minder bekend, maar zeker daarmee verbonden, is dat Zwitserland een goed beveiligd en zwaar bewapend land is. Dat geldt niet alleen voor kluizen en banken. Onder menig kussen ligt een pistool. Alleen Amerikanen en Jemenieten bezitten meer wapens per huishouden dan de Zwitsers.

De fotograaf Salvatore Vitale, geboren op Sicilië maar al dertien jaar Zwitser onder de Zwitsers, raakte gefascineerd door die zucht naar veiligheid. Enkele jaren terug begon hij het langlopende project How to secure a country. In foto’s probeert hij de strenge beveiliging van het land zichtbaar te maken.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Want goede beveiligingssystemen zijn niet opzichtig, bij bewaken hoort geheimzinnigheid. Natuurlijk, veiligheidscamera’s zijn zichtbaar, net als de betonnen blokken die sinds 11 september 2001 de centra van steden ontsieren, overal ter wereld. Kogels kun je in beeld brengen, net als de holsters van beveiligers. Maar hoe breng je de bunkers in beeld die in Zwitserland vaak onder en in bergen liggen en van waaruit het land in de gaten wordt gehouden?

“Eye Unlock”, Zürich, 2017. Een werknemer van ‘Open Systems AG’ opent een deur met hulp van oogherkenning.

Komt Vitale in zo’n bunker, na lang soebatten met de politie, douane, beveiligingsbedrijven of verzekeringsmaatschappijen, dan kan hij slechts een neutraal ogende ruimte fotograferen die ook in IJmuiden had kunnen staan; de berg buiten is niet te zien. Fotografeert hij daarentegen die berg, dan is de bunker weer verdwenen.

Vitale zocht naar de raakvlakken van ogenschijnlijk schoon en ongerept landschap met de harde realiteit van een door wantrouwen gevoede veiligheidsmanie. Het levert onder meer foto’s op van een weg die onopvallend maar onmiskenbaar doodloopt tegen een bergwand: deur van een bunker. En een foto van een kale veiligheidsman die een deur slechts kan openen met zijn ogen. Ook deze foto is diep onder de grond genomen.

Heidi-imago

In de expositie in Krakau, die onderdeel is van de dit jaar door de Nederlandse curator Iris Sikking samengestelde Krakow Photomonth Festival, heeft Vitale een volgende stap gezet. Zijn visualisering van veiligheid, en daarmee de concretisering van iets abstracts en dus onzichtbaars, richt zich dit keer op cybersecurity, het beveiligen en bewaken van digitale data.

Attinghausen, 2017. Gecamoufleerde ingang van Deltalis, een datacenter in het hart van Zwitserland gebouwd in een voormalige militaire bunker. Foto Salvatore Vitale

Niet toevallig heeft Zwitserland zich internationaal ontwikkeld tot een walhalla voor bedrijven die zich daarop toeleggen. Die bedrijven zijn gevestigd in de bunkers die voorheen het leger toebehoorden, onder het landschap dat Zwitserland zijn onschuldige Heidi-imago verschaft. In een installatie met geluid, bewegende beelden en sensoren verwart Vitale bezoekers over oorzaak en gevolg. Vitale: „Als metafoor voor wat er in de zogenaamd virtuele wereld van de digitale informatie gebeurt.”

Vitale gebruikt het woord „zogenaamd”. Dat is passend, omdat hij er ook in deze expositie in slaagt iets ongrijpbaars als veiligheid of virtualiteit terug te brengen – of juist weet op te waarderen – tot concrete objecten. Want of het nu de eentjes en nulletjes zijn waarin digitale diensten onze informatie versturen, of het goud van de staven die de rijken der aarde in Zwitserland laten opslaan: voor beide heb je deuren nodig, onbreekbaar, hard en vaak zwart. Zie de foto’s van Vitale.

Correctie (1 mei 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de voornaam van de fotograaf Salvatore Vitale foutief geschreven als Salvator.

Correctie (2 mei 2018): In een eerder versie van dit artikel werd Iris Sikking conservator genoemd. Ze is curator.

    • Pieter van Os