Zijn de glorieuze tijden in de eurozone alweer voorbij?

Hoogconjunctuur Net nu de ECB voorzichtig nadenkt over een hogere rente, lijkt de economische groei te gaan vertragen. De risico’s zijn sowieso groot.

Foto Stefan Wermuth/Bloomberg

In deze oververhitte tijden, waarin je amper een loodgieter kunt vinden en waarin de huizenprijzen door elk denkbaar plafond lijken te breken, is het nog niet echt voorstelbaar. En toch: er zijn wat tekenen dat de economische hausse over zijn hoogtepunt heen is.

Voorzichtige tekenen, dat wel. Vertrouwenscijfers duiden erop dat de economische groei in de eurozone kan gaan afzwakken. De PMI, een gezaghebbende index gebaseerd op een enquête onder inkoopmanagers in de industrie, is voor het eurogebied gedaald van 60,6 punten in december naar 56 in april. Alles boven de 50 wijst op economische groei, maar de daling van de PMI suggereert wel een groeivertraging.

De Nederlandse PMI staat nog hoog (61,5) maar hoe lang nog is de vraag. In Duitsland, economische partner nummer één, verslechtert het sentiment. De Duitse ZEW-index, een saldo van positieve en negatieve verwachtingen van financieel analisten, kelderde deze maand van 5,1 naar minus 8,2. Het is de laagste stand sinds eind 2012. Het ZEW, een onderzoeksinstituut in Mannheim, spreekt van een „mogelijk keerpunt in de conjunctuur”.

Dit soort enquêtes onder managers en analisten kunnen nogal grillig zijn en vormen zeker geen ‘harde’ economische data. De echte cijfers, over de groei van het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal, komen pas begin mei. Er zijn wel al wat maandcijfers over industriële productie. Die daalde licht in januari en februari, in de eurozone en ook in Nederland.

Lees ook: De economische groei is, na veel geploeter, nu ook in de eurozone begonnen.

Zijn we voorbij de piek? Het economische bureau van ING noemt het „onwaarschijnlijk” dat de „glorieuze” groeicijfers van 2017 zullen worden herhaald in 2018. 2017 was het jaar van de euroboom, waarin prognoses én cijfers voor het eurogebied keer op keer naar boven werden bijgesteld. Uiteindelijk noteerde de eurozone een jaargroei van 2,3 procent, evenveel als de VS. Dat is overigens een gemiddelde. Nederland groeide met 3,1 procent, Italië met slechts de helft daarvan.

ABN Amro vindt het te vroeg om te zeggen dat de piek is bereikt. De bank wijst op eenmalige invloeden in het begin van dit jaar, zoals zwaar winterweer en de griepepidemie. ABN gaat uit van een groeiversnelling in het tweede kwartaal en verdere groei boven de langdurige trend voor de eurozone (1,25 à 1,5 procent).

Een recessie lijkt dus nog heel ver weg. Maar de vraag hoe lang en hoe krachtig de economische opleving nog zal zijn, dringt zich wel op. Het is een vraag die van levensbelang is voor de Europese Centrale Bank (ECB), waarvan het bestuur deze donderdag vergadert in Frankfurt.

Met haar lage rentebeleid heeft de ECB de voorbije jaren een zet gegeven aan de economie. De leenkosten voor bedrijven, banken en burgers zijn spectaculair gedaald. Denk aan de ultralage hypotheekrente, deels een uitvloeisel van het drukken van de kapitaalmarktrente door de ECB. Sinds maart 2015 heeft de centrale bank 1.945 miljard euro aan staatsleningen opgekocht. De rente op Nederlandse staatsschuld is negatief, tot een looptijd van 5,5 jaar.

Nu hangt voor het eerst in jaren weer het woord ‘renteverhoging’ in de lucht. Veel financieel analisten verwachten dat de grootschalige opkoop door de ECB van staats- en bedrijfsschuld (nu nog maandelijks 30 miljard euro) door de ECB eind dit jaar of begin volgend jaar afloopt. Medio 2019 kan de ECB dan de depositorente voor banken (nu: minus 0,4 procent) weer verhogen.

Risico Italië

Maar zo’n renteverhoging zal moeilijk te verkopen zijn als het economische plaatje er tegen die tijd minder fraai uitziet. Bijvoorbeeld als er écht een handelsoorlog uitbreekt. De eurozone is relatief afhankelijk van de export en daardoor extra kwetsbaar in zo’n scenario. Of als er een nieuwe crisis ontstaat in de eurozone zelf. Denk aan Italië, waar het bbp al sinds het jaar 2000 amper is gestegen, waar de staatsschuld 131 procent van het bbp bedraagt en waar populisten de verkiezingen hebben gewonnen.

Die risico’s maken de timing van een renteverhoging er voor de ECB niet makkelijker op. Het Nederlandse ECB-bestuurslid Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, riep zijn collega’s in Frankfurt onlangs op „niet langer te wachten” met normalisering van het monetaire beleid. Want er komt onvermijdelijk weer een keer een recessie – en dan kan de ECB maar beter de ruimte hebben om te reageren. Tegelijkertijd kan een te snelle renteverhoging ongelukken veroorzaken. Het wordt de komende tijd veel wikken en wegen, daar in de ECB-toren in Frankfurt.

    • Mark Beunderman