Titelhouder Real op koers voor derde finale op rij

Champions League

Real Madrid won met 2-1 van Bayern München. De Spaanse titelhouder sloeg toe vanuit het niets en op de goede momenten.

Real Madrid viert het winnen doelpunt van Marco Asensio. Foto Andreas Geburt/AP

Real Madrid heeft de heenwedstrijd van de halve finale in de Champions League woensdagavond met 2-1 gewonnen van Bayern München. Zo ligt de titelhouder op koers voor de derde finale op rij, de vierde in vijf jaar. Bayern, dat nog op voorsprong kwam, verloor in de wedstrijd in de Allianz Arena twee spelers in de eerste helft met blessures.

Het beeld in die openingsfase was dat van Arjen Robben op de grasmat, met die diepchagrijnige blik in zijn ogen die zo vaak te zien was als hij weer eens in de steek werd gelaten door pees of spier. Zijn halve finale, de twaalfde keer al dat hij bij de laatste vier clubs van Europa hoorde, werd gekortwiekt tot een handvol minuten na een luttel duelletje dat hem, vermoedelijk, een hamstringblessure opleverde en, mogelijk, ook de return in Madrid volgende week kost.

Uitpuilende ziekenboeg

De Bundesliga-kampioen verloor vlak na de openingsgoal van rechtsback Joshua Kimmich, een verrassend schot vanaf rechts waar Keylor Navas zich op verkeek, ook nog de reusachtige verdediger Jérôme Boateng, die zich bij een kansloze dribbel over de as van het veld blesseerde. Veelgeziene figuur op het veld was clubarts Hans Müller-Wohlfahrt, wiens ziekenboeg reeds uitpuilde

Real trok de stand nog voor rust gelijk, met dank aan een gevaarloze bal vanaf de zijkant strafschopgebied rond de zestienmeterlijn. Cristiano Ronaldo dreigde met een omhaal, Javi Martínez stond daardoor even op het verkeerde been en achter hem stond Marcelo die ineens diagonaal uithaalde: 1-1. Het was een vreemd slot aan een helft waarin Bayern, dwars door de malheur, zichzelf veel rianter op voorsprong had kunnen zetten. Het maakt de thuisnederlaag des te pijnlijker.

De confrontatie had niet veel van de grandeur van de beide clubs die het strijdperk betraden. Twee grootmachten, geleid door notabele coaches. Jupp Heynckes (72), teruggekeerd van zijn pensioen toen Bayern zich dit siezoen weer tot hem wendde. En bij Real de veel jongere Zinedine Zidane. Eén van hen kan toetreden tot het mini-regiment coaches dat drie keer de Champions League dan wel de Europa Cup I won: Bob Paisley (Liverpool) en Carlo Ancelotti (Milan, Real). Zidane’s carrière als coach is al zowat af, zoals hij de belangrijkste clubprijs ter wereld in achttien maanden trainerschap al twee keer hoog kon houden. Een derde Champions League-titel in successie komt dichterbij, al komt alle lof die de Fransman toegezwaaid wordt eerst Cristiano Ronaldo toe, die met zijn geldingsdrang in zijn dertigerjaren de beeldbepalende figuur is van alle recente Real-successen.

Ronaldo werd gestut

Maar in de Allianz Arena zwegen zijn voeten, op een fraaie, door scheidsrechter Björn Kuipers terecht afgekeurde prachtgoal na. Ronaldo’s onvruchtbare eerste helft werd voortgezet met een verdwaald schot dat over de zijlijn vloog vlak na rust. De ster werd gestut door een ploeg vol dienstbaren – geen Karim Benzema of Gareth Bale in de basiself maakte van de aanval een one-man-show maar Ronaldo had het niet.

De kansen, de grote kansen, bleven voor Bayern. Maar Real kreeg wat het wilde: uitgoals. Een mislukte breedtepass van Bayern-back Rafinha bracht Real-invaller Marco Asensio na een snelle omschakeling voor het doel. Het stiftje van de halve Nederlander was genoeg om keeper Sven Ulreich te verslaan.

    • Bart Hinke