Ons eten is nog altijd te zout en te zoet

De verlaging van suiker en zout in levensmiddelen heeft nauwelijks invloed op onze inname.

iStock

Het verlagen van zout en suiker in levensmiddelen gaat te langzaam. Alleen met strengere normen voor meer producten kan de consumptie verder omlaag. Voor alle producten moeten dezelfde, aangescherpte, regels gelden.

De kans op succes is groter als staatssecretaris Blokhuis de leiding neemt en een onafhankelijk toezichthouder aanstelt. Dit is af te leiden uit een advies van gezondheidsinstituut RIVM dat deze woensdag naar buiten komt. In 2014 werd afgesproken dat bedrijven hun producten gezonder zouden maken. In december klaagde Blokhuis al dat het hem te langzaam ging. Consumentenorganisaties zeggen dat afspraken over minder suiker en zout niet aan de markt kunnen worden overgelaten.

Het RIVM onderbouwt nu dat het ‘Akkoord Verbetering Productsamenstelling’ weinig effect op de consumptie heeft, zelfs in het gunstigste scenario. Nederlanders krijgen gemiddeld 8,7 gram zout en 114 gram suiker binnen – ruim boven de aanbevelingen (maximaal 6 gram zout en 50 à 60 gram suiker voor volwassenen). Met de huidige afspraken kan de zoutinname met 0,4 gram omlaag en suiker met 2 gram. „De afspraken gelden voor lang niet alle producten en de verlaging is beperkt. Dat levert dus maar een klein beetje reductie op”, zegt Matthijs van den Berg, hoofd Voeding, Preventie en Zorg van het RIVM. Zo zijn er bijvoorbeeld geen afspraken voor suiker in koek en gebak. En in het akkoord staat onder zout in ‘kaas’ alleen Goudse 48+ kaas.

Geleidelijk

Het gezondheidsinstituut constateert vooral dát de resultaten mager zijn. „Waarom het niet gelukt is, moet je aan de industrie vragen,” zegt Van den Berg. Bedrijven als Unilever, Albert Heijn en FrieslandCampina zeggen hierover vaak dat het lang duurt om consumenten aan minder zout en zoet te laten wennen. Verlaging kan alleen geleidelijk, anders laten mensen het gezondere product staan.

Het RIVM onderzocht ook wat het effect is als in meer producten 10 procent extra verlaging wordt gehaald. Dan zouden we 1 gram minder zout en 9 gram minder suiker (36 kcal) consumeren: nog steeds te veel. Voor een substantieel lagere inname is meer nodig: er moet één lijn voor de criteria voor zout, verzadigd vet, suiker, calorieën en vezels. Het huidige ‘vinkje’, de Schijf van Vijf en de normen voor productverbetering vertonen nu „weinig samenhang”. „Maar we moeten ook andere keuzes in ons eetpatroon maken”, zegt Van den Berg, „met strengere normen komen we er niet.”

Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) heeft het advies van het RIVM naar de Tweede Kamer gestuurd, maar kondigt nog geen maatregelen aan. „Het belangrijkste is dat de gezonde keuze voor consumenten makkelijker wordt. De verantwoordelijkheid om marktpartijen geloofwaardige afspraken te laten maken ligt ook op mijn bordje: liefst doen ze dat vrijwillig, maar als dat niet lukt moet er een tandje bij, desnoods met wettelijke maatregelen.” Morgen (donderdag 26 april) gaat Blokhuis weer met producenten om de tafel. “Ik zal ze daarbij indringend in de ogen kijken.”

Productverbetering

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de VU, zit als onafhankelijk adviseur aan tafel bij gesprekken over een nationaal preventie-akkoord, waarin obesitas een thema is. „Dat de reductie van zout en suiker niet vlot, verbaast me niet. Wat staatssecretaris Blokhuis zal doen, weet ik niet, maar we weten wel dat productverbetering alleen geen zoden aan de dijk zet. Het kabinet moet ook denken aan bijvoorbeeld prijsmaatregelen, afspraken over portiegroottes of beschikbaarheid van ongezonde producten op scholen en in openbare gebouwen.” Het is nodig om maatregelen te nemen, maar politiek is het beladen, zegt Seidell. „Zodra de overheid ingrijpt in onze voeding komt er verzet – waar bemoeit de overheid zich mee?”

Seidell benadrukt dat het debat niet alleen over „stofjes” zou moeten gaan. „We praten over een beetje natrium en suiker, maar intussen slikken 4 miljoen Nederlanders bloeddrukverlagers en heeft de helft overgewicht. Iets minder ongezonde producten maken geen gezond voedingspatroon, al haal je er 20 procent uit. Om mensen gezonder te maken moet er een brede aanpak komen.”