Ministerie hield informatie over moskeeën achter voor gemeenten

Buitenlandse financiering moskeeën Sociale Zaken deelde de informatie pas toen het ministerie lucht kreeg van onderzoek door NRC en Nieuwsuur.

De Marokkaanse Al Houda-moskee in Geleen. Buitenlandse Zaken wist dat het moskeebestuur geld had gevraagd aan Saoedi-Arabië, maar vertelde dit niet aan de gemeente. Foto Chris Keulen

Het ministerie van Sociale Zaken en Integratie heeft vorig jaar informatie over moskeefinanciering achtergehouden voor gemeenten, met name gegevens over geld uit Saoedi-Arabië. Dat blijkt uit onderzoek van NRC en Nieuwsuur.

Koeweit en Saoedi-Arabië hadden de namen van moskeeën die financiering hadden aangevraagd vertrouwelijk gedeeld met Nederland. Sociale Zaken zou de informatie op de lijsten vertrouwelijk doorgeven aan de gemeenten waar de moskeeën zijn gevestigd, zo werd de Tweede Kamer sinds de zomer van 2016 beloofd.

Aan de hand hiervan moesten gemeenten de betrokken moskeeën bevragen over hun financiering en in de gaten houden of met het buitenlandse geld ook ongewenste beïnvloeding meekomt.

Pas informatie door onderzoek NRC en Nieuwsuur

Nu blijkt dat driekwart van de gemeenten die voorkomen op die lijsten niet waren geïnformeerd door het ministerie van Sociale Zaken. Dat deed het ministerie pas toen het op 14 november 2017 lucht kreeg van het onderzoek van NRC en Nieuwsuur. Het ministerie zegt in reactie daarop dat ze de Koeweit-lijsten wel al gefaseerd aan de gemeenten had verstrekt.

NRC en Nieuwsuur onderzochten afgelopen jaar een aantal gemeenten die op de financieringslijsten voorkomen en ontdekten dat geen enkele daarvan op de hoogte was van de informatie op de lijsten. Zo wist Dordrecht niets over de 88.888 dollar die de Al Fath-moskee van Saoedi-Arabië ontving.

De burgemeester van Geleen, waar een moskee is gevestigd die op zowel de Saoedische als de Koeweitse lijst voorkomt, wist dit ook niet. Den Haag werd niet verteld dat de As Soennah-moskee op de lijst uit Saoedi-Arabië staat. Ook de gemeenten Zeist en Eindhoven, waar moskeeën staan die voorkomen op de lijst met financieringsaanvragen in Koeweit, wisten dit niet.

Het ministerie van Sociale Zaken en Integratie laat via een woordvoerder weten dat gemeenten wel zijn geïnformeerd. Het onderzoekt nog hoe het kan dat er toch gemeenten waren die van niets wisten. De woordvoerder erkent dat de Saoedische informatie pas verstrekt werd na het onderzoek van Nieuwsuur en NRC “om te voorkomen dat gemeenten via de media worden geïnformeerd”. De Kamer zou niet onjuist zijn geïnformeerd.

Wat er kan gebeuren als gemeenten niet op tijd worden geïnformeerd, werd duidelijk in het Limburgse Geleen. De plaatselijke moskee had in 2013 geld aangevraagd in Saoedi-Arabië om een nieuw gebouw te kunnen kopen. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken was hiervan op de hoogte, maar deelde de informatie niet met de gemeente Geleen.

Oude sociale werkplaats in Geleen

De gemeente wist dus van niets en schoot het moskeebestuur te hulp toen dat een nieuw onderkomen zocht. De gemeente verkocht haar oude sociale werkplaats, gelegen op een enorm complex, voor 200.000 euro onder de getaxeerde waarde aan het bestuur van de moskee.

Inmiddels is de financiering onderwerp geworden van een witwasonderzoek en voelen bezoekers zich bedreigd omdat de moskee een radicale koers is gaan varen. In een reactie erkent de gemeente Geleen dat ze via het Wsw-bedrijf betrokken was bij de verkoop van het moskeeterrein. “Met de kennis van nu zou dit ongetwijfeld geleid hebben tot een andere afweging”, aldus de gemeente.

Correctie: Dit bericht is aangepast nadat het ministerie van Sociale Zaken met een aanvullende reactie kwam. In een eerdere versie stond dat het kabinet in een Kamerbrief had geschreven dat zowel de lijsten uit Koeweit als Saoedi-Arabie waren verstrekt aan gemeenten, maar in de brief werd alleen gesproken over de lijsten uit Koeweit.