Mark Rutte staat er nu alleen voor

Kamerdebat dividendbelasting

Premier Rutte moet deze woensdag hard vechten om zijn geloofwaardigheid te herstellen, na gedraai over de memo’s rond de dividendbelasting.

Premier Rutte moet zich in een Kamerdebat woensdag verdedigen tegenover een boze oppositie. Voorafgaand aan het debat in zinspeelde PvdA-leider Asscher op een motie van wantrouwen. Foto Jerry Lampen/ANP.

Als de voortekenen niet bedriegen, wacht Mark Rutte deze woensdag het lastigste debat van zijn derde kabinet tot nu toe – en misschien zelfs van zijn hele premierschap. Tegenover een ziedende oppositie moet de premier zich verdedigen over aantoonbaar liegen en draaien over het besluit om de dividendbelasting af te schaffen. En dat niet alleen: ook zijn coalitiepartners zijn op z’n zachtst gezegd sceptisch, en staan niet bepaald klaar om hem de helpende hand toe te steken. Rutte staat er alleen voor.

De documenten die het kabinet dinsdagavond laat prijsgaf, liegen er niet om. In tegenspraak met wat Rutte maandenlang beweerde, werd het besluit om de dividendbelasting af te schaffen tijdens de formatie grondig voorbereid, aan de hand van meerdere ambtelijke en politieke documenten. Ambtenaren uitten in die stukken serieuze twijfels over het gunstige effect van het afschaffen van de dividendbelasting. Zo vreesden ze dat Nederland daardoor een „doorsluisland” voor belastingontwijking zou worden.

De documenten leggen bovendien een leugen bloot van Ruttes partijgenoot Eric Wiebes, destijds demissionair staatssecretaris van Financiën. Vrijdag zei Wiebes, nu minister van Economische Zaken, dat hij niets afwist van het bestaan van dividendmemo’s. Maar nu blijkt dat hij tijdens de formatie een partijpolitieke memo opstelde en sprak met Unilever-topman Paul Polman. De positie van Wiebes is kwetsbaar: de enige ontsnapping lijkt te zijn dat hij die onwaarheid uitsprak tegen journalisten en niet tegen de Tweede Kamer.

Oppositie zinspeelt op motie van wantrouwen

PvdA-leider Lodewijk Asscher zinspeelde woensdagochtend al op een motie van wantrouwen tegen het kabinet of Rutte persoonlijk. Als zelfs de bestuurlijke PvdA hier serieus over nadenkt, is de kans groot dat vrijwel de gehele oppositie vanavond het vertrouwen in Rutte opzegt.

Misschien nog wel verontrustender voor Rutte is het gebrek aan openlijke hulp van zijn coalitiepartners. CDA, D66 en ChristenUnie stonden al nooit te juichen bij de VVD-wens om de dividendbelasting af te schaffen. De ergernis over Ruttes optreden in de kwestie is groot. CDA-leider Buma wilde dinsdag niet op voorhand zijn steun voor de premier uitspreken. Op een vraag van nieuwszender BNR of hij Rutte gelooft sprak Buma eerder als een wantrouwige oppositieleider. „De premier moet echt eerst z’n eigen verhaal kunnen doen. Hij moet de stukken naar de Kamer sturen en dan kan hij in de Kamer een toelichting geven.”

Rutte beweerde dinsdag nog altijd „naar eer en geweten” dat hij zelf nooit stukken heeft gezien over de dividendbelasting. Dat lijkt moeilijk vol te houden nu de documenten gepubliceerd zijn. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Rutte inmiddels wel dat hij „onbedoeld de suggestie heeft gewekt dat er geen memo’s over de dividendbelasting ten behoeve van de formatie zouden zijn”. Ruiterlijke excuses zijn dat nog niet. Maar het is wel de eerste geste van een minister-president die hard moet strijden om zijn geloofwaardigheid te herstellen. In het debat zal meer nodig zijn om de oppositie – en zijn coalitiepartners – milder te stemmen.