‘Jij, Fanny, gaf de burger nieuwe moed’

Fanny Blankers-Koen Precies honderd jaar geleden werd Fanny Blankers-Koen geboren. De ‘beste atlete van de twintigste eeuw’ overleed in 2004.

Fanny Blankers-Koen verlaat de baan na haar derde gouden medaille in Londen, op de 200 meter.

Om en nabij de feestelijke intocht van de enige koningin die een vorstelijke status combineerde met matten kloppen en andere huishoudelijke activiteiten, moet ik zijn verwekt. Heel Nederland was uitzinnig van vreugde – het gold niet alleen voor mijn ouders. Andere koningskinderen en/of hoogwaardigheidsbekleders waren nooit zo massaal ingehaald in Amsterdam. Het viervoudig olympisch succes van Fanny Blankers-Koen (FBK) mondde uit in het echte bevrijdingsfeest, drie jaar na de Tweede Wereldoorlog en de aftocht van de Duitse bezetter. Eindelijk vrij, eindelijk feest.

De mensenzee op het Damrak – daken van trams werden beklommen voor een beter uitzicht – was gelokt door het magnetische stemgeluid van Peter Knegjens. „Die kon nog een bos rabarber bloemrijk omschrijven”, aldus tijdgenoot en olympisch sprinter Theo Saat. Radio was het massacommunicatiemiddel. De reporter met zijn bourgondische uiterlijk had tot in de overzeese wingewesten voor rode oortjes gezorgd met zijn live reportages. „Jij, Fanny, gaf de burger nieuwe moed”, zo legde hij de gekte van 1948 in een persoonlijk schrijven uit.

Ze beëindigt haar carrière in 1956 met deze sprong, in Amsterdam.

In 2003 schreef ik Een koningin met mannenbenen, de biografie van ‘de atlete van de (vorige) eeuw’. Volksheldin, ongekend zoals de meeste volkshelden en –heldinnen in het heilige vuur van de actualiteit – daarbij horende uitroeptekens en de absentie van enig relativeringsvermogen – zich eerder niet dan wel laten kennen. De vraagtekens volgen pas veel later, meestal nabij vertrek naar de grote eeuwigheid. Waar kwam in mijn geval die plotseling nauwelijks weg te slikken brok in de keel vandaan, toen ik voor het eerst stond op de plek waar FBK in 1948 winnend, bij één gelegenheid met een verbeten trek op het gelaat, de finish was gepasseerd? Ik was nog net op tijd, Wembley zou datzelfde jaar volledig op de schop gaan. De twee karakteristieke torentjes (Twin Towers), werden een week later door sloophamers genadeloos uit het decor verwijderd.

Eenvoudige Amsterdamse

Zonder het zelf goed te beseffen deed deze eenvoudige Amsterdamse, daar in het regenachtige Londen, in een paar dagen waar normaal decennia voor staan: zij tilde de vrouwensport in haar uppie naar een volwassen niveau, bijna gelijkwaardig aan dat van de heersers van het universum, de mannen. Bijna gelijkwaardig – dat geldt zeventig jaar later nog steeds. Amerikaanse tv-ploegen staken de oceaan over om het fenomeen te verklaren. Vrouw, moeder, met haar dertig jaar oud geacht naar de normen van de tijdgeest en daarbij die wonderbaarlijke veelzijdigheid. „Holy Moses, wat een chassis”, juichte een (mannelijke) journalist uit het land van de superlatieven met betrekking tot het ‘chassis’, uitschuifbare benen. Mannenbenen, geen grammetje vet te bekennen, wel spierkabels.

Met een gunstiger programmering had zij in Londen naast 100, 200, 4x100 en 80 meter (horden) net zo goed ver- en hoogspringen kunnen winnen, disciplines waarop zij nota bene tijdens de oorlogsjaren wereldrecords had verbeterd. Wat ook weleens vergeten wordt, is dat zij door die uitslaande wereldbrand twee Spelen miste en op het toppunt van haar mogelijkheden (Helsinki) tot stilstand kwam door een stel steenpuisten op een voor een dame zeer delicate plek. Eenmaal hersteld versloeg zij later hetzelfde olympische jaar 1952 de gouden winnaressen met gemak. 34 jaar jong, nooit beter in vorm.

Fanny Blankers-Koen wint in Londen (1948) olympisch goud op de 4x100 meter estafette. Foto’s Popperfoto, Getty

Fanny Blankers-Koen beoefende topsport in die jaren als een echte topsporter met de makke van een slome sintelbaan, klompen met naaldhakken als spikes en een hele zooi fladderend textiel om het gespierde lijf. Het was, eerlijk gezegd, ook wel een rare snijboon – zo bleek veel later – die ook van breien, sjoelen en het passeren van voorgangers op het fietspad een strijd op leven en dood maakte. Raar, zoals alle grote kampioenen ‘raar’ zijn. Tenminste, extreem op zichzelf gericht, alleen bezig zijn met het ene (schijnbaar futiele) waarvoor alles moet wijken.

Maar halverwege de vorige eeuw keken de meeste gewone stervelingen alleen maar huizenhoog op tegen deze vrouw die tegen wil en dank als een zendeling de blijde boodschap van serieuze topsport voor vrouwen (je werd er heus niet onvruchtbaar van, kijk maar naar mijn twee kinderen) mocht en moest verbreiden. Vliegtuigtrap op, vliegtuigtrap af, een enkele reis naar het Australische Melbourne nam vijf dagen in beslag. In Hollywood wilden de filmsterren met háár op de foto, niet andersom.

Pionier in allerlei opzichten

Het proces was eenvoudigweg niet meer te stoppen: ‘het geheim van de (vrouwelijke) Christenmens’, lang verborgen achter dikke lagen kleding, even lang fanatiek verdedigd door dominees en pastoors, ging eraan. Alhoewel Fanny en haar tijdgenotes nog in lubberende zakken van broeken voortsnelden: hier werden de ketenen verbroken van het aanrecht, de enige plek waar vrouwen lang mochten en moesten heersen. Zwabbers en mattenkloppers altijd in de buurt. FBK was een pionier in velerlei opzichten. Geen expert die eraan durft te twijfelen dat zij anno 2018 een even uitzonderlijke atlete zou zijn geweest, en nu van alle gemakken voorzien. O, wat zou ze graag in de vederlichte schoentjes van Dafne Schippers hebben gestaan. Vrouw der vrouwen, van wie er maar één eens in de honderd jaar geboren wordt.

De meeste indruk wekte zij op de 80 meter horden, waar een schijnbaar hopeloze achterstand werd weggewerkt. Uit Een koningin met mannenbenen: ‘Alle zenuwen lijken nu plaats te hebben gemaakt voor een serene rust die alle beschikbare krachten kan mobiliseren. Het is dat vermogen – op het juiste moment alle negatieve invloeden omzetten in snelheid en souplesse – dat Fanny Blankers-Koen onderscheidt van de anderen. Een vulkaan komt tot uitbarsting, de goden dalen van de Olympus om een gelijke te verwelkomen.’

Kees Kooman is auteur van de biografie van Fanny Blankers-Koen, Een koningin met mannenbenen (2003).