Hoe de koopmannen van EZ hun zin kregen

Afschaffen dividendbelasting De boekhouders van Financiën zagen weinig in het afschaffen van de dividendbelasting. Toch kregen het ministerie van Economische Zaken, Shell en Unilever wat ze verlangden.

De ambtenaren beantwoorden in april vorig jaar de vraag van hun toenmalige staatssecretaris Eric Wiebes of de afschaffing van dividendbelasting wenselijk is. Foto Martijn Beekman

Ze liggen 850 meter uit elkaar in Den Haag, tellen duizenden medewerkers en dienen allebei het belang van Nederland. Maar het ministerie van Financiën en dat van Economische Zaken zijn twee compleet verschillende werelden. De een is die van de boekhouders, de ander die van de koopmannen. Dat blijkt althans uit de vertrouwelijke stukken over de afschaffing van de dividendbelasting rond de kabinetsformatie die dinsdagavond zijn geopenbaard.

Nederland kent nu nog een belasting van 15 procent op de dividenden (winsten) die bedrijven uitkeren aan hun aandeelhouders. Veel EU-landen hebben zo’n dividendbelasting, alleen Cyprus, Estland, Letland, Malta, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk niet. En als het aan het kabinet ligt, voegt Nederland zich per 2019 in dat rijtje.

Maar bij het ministerie van Financiën ziet men daar nauwelijks noodzaak toe, blijkt uit de vertrouwelijke stukken. De ambtenaren beantwoorden in april 2017 de vraag van hun toenmalige staatssecretaris Eric Wiebes (tegenwoordig minister van Economische Zaken) of de afschaffing van dividendbelasting wenselijk is.

Nee, antwoorden ze met zoveel woorden. Voor Nederlandse en de meeste buitenlandse aandeelhouders in Nederlandse bedrijven is de dividendbelasting geen probleem omdat die bij de belastingaangifte verrekenbaar is en men de heffing dus in feite terugkrijgt.

Vanwege Britse wetgeving is dat verrekenen in het Verenigd Koninkrijk niet mogelijk. Britse aandeelhouders in Nederlandse bedrijven houden dus minder dividend over – en dat vindt men in Europa’s zakenhart ‘the City’ niet leuk.

Belachelijk gemaakt

Economische Zaken presenteert die ongelijkheid als een bedreiging voor het vestigingsklimaat voor multinationals en daarmee de Nederlandse economie. Maar bij Financiën ziet men die dreiging niet. Als men al iets wil doen om fiscaal concurrerend te blijven, verlaag dan de winstbelasting voor bedrijven, suggereren de ambtenaren.

Ze maken de suggestie van afschaffing van dividendbelasting belachelijk door die weg te zetten als „een grote generieke maatregel voor een specifiek probleem” In de stukken benadrukken ze de „budgettaire derving” van 1,4 miljard euro per jaar waarvoor „dekking moet worden gezocht”. Ze waarschuwen voor verdere verslechtering van de internationale reputatie van Nederland, dat al bekend staat als belastingparadijs. En ze benadrukken wie de 1,4 miljard moet ophoesten. Die last wordt verschoven van „buitenlandse aandeelhouders naar Nederlandse belastingbetalers”.

De argumenten zijn bij het ministerie van Economische Zaken aan dovemansoren gericht. ‘De kost gaat voor de baat uit’, lijkt daar het credo. Men kijkt er niet naar gedetailleerde doorrekeningen, maar is van de grote lijnen. De koopmannen wijzen er in de vertrouwelijke documenten op dat Nederland veertien hoofdkantoren van Fortune500-bedrijven kent. „Dit aantal van 14 groeit al jaren niet; sterker, het aantal staat onder toenemende druk.”

Kijk naar België

Mede vanwege het gunstige fiscale klimaat was Nederland altijd aantrekkelijk voor multinationals, maar omdat bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en Ierland stevig concurreren op fiscaal vlak „verslechtert” ’s lands aantrekkelijkheid.

„Steeds vaker” wijzen internationale bedrijven in negatieve zin op de Nederlandse dividendbelasting, stellen de ambtenaren. Die zorgt voor „no go’s” bij vestigingsbesluiten; bedrijven willen niet dat een deel van hun aandeelhouders benadeeld wordt.

Ook moeten de „grote politiek-bestuurlijke voordelen” van „besliscentra” in eigen land niet worden onderschat. Wie dat niet gelooft, moet eens kijken naar het verlies van hoofdkantoren in België, waarschuwt men.

Eind augustus, als de formatie zijn einde nadert en meermaals met Unilever (door Wiebes) en Shell is gesproken, lijkt men bij Financiën iets opgeschoven. De ambtenaren noteren dat de dividendbelasting nu „doorslaggevend” is wat betreft de keuze voor het hoofdkantoor van Unilever. Ze werken twee opties uit voor Nederland om fiscaal competitief te blijven: de dividendbelasting schrappen óf de winstbelasting voor bedrijven verlagen.

Op 10 oktober, bij de presentatie van het regeerakkoord, blijkt dat het nieuwe kabinet kiest voor beide opties tegelijk. Rutte III schrapt de dividendbelasting én verlaagt de winstbelasting van 25 procent naar 21 procent.

De koopmannen krijgen hun zin.