Het Haags geheugenverlies

Tweede Kamerdebat

Rutte zocht woensdag tijdens het debat zijn toevlucht in een woordenspel over de dividendbelasting. Want wat is eigenlijk een ‘memo’ en wat is ‘ter tafel liggen’?

Boven premier Mark Rutte en daaronder Eric Wiebes, twee hoofdrolspelers in het debat van woensdag. Foto’s Martijn Beekman

Wat is een herinnering? Wat is een ‘partijstuk’? Wat hoort er wel en niet in een formatiedossier? En wanneer ligt iets ‘ter tafel’? Een woordenspel zonder einde – zo zou je het debat woensdag over het schrappen van de dividendbelasting kunnen omschrijven. Een debat ook waarin de Haagse politiek zich opnieuw niet van haar fraaiste kant liet zien. De belangrijkste vraag – hadden de coalitiepartijen tijdens de formatie toch documenten ingezien over de omstreden dividendbelasting? – werd voor de oppositie niet naar tevredenheid beantwoord.

De man voor wie het debat vooraf als zwaar werd getaxeerd, premier Mark Rutte, bleef overeind – mede door zijn onnavolgbare talent om te spelen met definities en formuleringen. Maar er was wel politieke schade van een bijna door de volledige oppositie (minus SGP) gesteunde motie van afkeuring.

De verdedigingslinie van de coalitie was vanaf het begin duidelijk. Tussen de formatiestukken die dinsdagavond openbaar werden gemaakt zat een bliksemafleider: een VVD-‘partijstuk’ dat was opgesteld door toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) en gebruikt werd door Rutte om de andere partijen over te halen tot het schrappen van de dividendbelasting. Er stonden vooral voordelen van afschaffing in opgesomd, terwijl uit de andere vrijgegeven stukken blijkt dat hier met name op het ministerie van Financiën grote twijfels over waren.

Lees ook: Hoe de koopmannen van EZ hun zin kregen

De ‘Wiebes-memo’ gaf alle coalitiepartijen de kans hun verhaal vol te houden dat ze al sinds november vorig jaar vertellen: ze hebben nooit, echt nooit, een ambtelijk stuk gezien over de dividendbelasting. Ja, er was natuurlijk die notitie van Wiebes, die hadden ze gezien, maar die valt in een andere categorie. „Dat stuk van mijn partij beoordeel ik echt anders,” aldus Rutte.

‘Herinneringen’

De premier gaf toe dat hij de kwestie anders had moeten aanpakken. Het was een „fout” dat hij niet meteen na de eerste ophef over de dividendbelasting, in november vorig jaar, „actie had ondernomen” en niet „een klap op de machine” had gegeven om te kijken of er echt geen stukken waren – zoals hij in debatten beweerde. Maar gelogen had Rutte niet, vond hij zelf: hij had het immers altijd over „herinneringen” gehad.

Vervelender was het debat voor Ruttes coalitiepartners. Ook zij verkondigen immers zes maanden lang „naar eer en geweten” geen memo’s te hebben gezien tijdens de formatie. Alexander Pechtold (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) kozen dezelfde verdediging als Rutte. Die stukken die hadden ze écht niet gezien - „met de hand op mijn hart”, aldus Segers. Maar de Wiebes-nota, ja, die wel. Alleen: daar had de oppositie eerder nooit specifiek naar gevraagd. Pechtold: „Daarvan had ik besloten: daar hoef ik niets over te zeggen.”

Lees ook ons profiel van Eric Wiebes, de minister die het liever zelf uitzoekt

Pechtold en Segers hadden het moeilijk tegenover de oppositie. Klaver betichtte Pechtold van „kul” en „gezwam” en verweet hem dat hij als oppositieleider zijn eigen verdediging nooit geloofd had.

De vervelendste avond had CDA-leider Sybrand Buma. Hij pakte het als enige van de coalitie anders aan. De vrijgegeven stukken, zo zei hij meteen, had hij heel bewust niet gelezen. En hij weigerde antwoord te geven op de vraag of hij ze nou wel of niet had gezien tijdens de formatie. Buma ging „niet meedoen met herinneringen opfrissen” omdat hij daarmee het debat zou „vervuilen”.

Buma’s echte boodschap was: ik ga de gang van zaken rond de dividendbelasting niet verdedigen – dat mag Rutte lekker zelf doen. „Het is aan de premier om om te gaan met vragen van de Tweede Kamer.” Met die opstelling maakte Buma het zichzelf wel erg moeilijk. Naarmate de oppositie hem langer ondervroeg, raakte hij steeds verder verstrikt in zijn eigen woorden. Hij was niet consequent: zo wist hij te melden dat het ministerie van Economische Zaken het schrappen van de dividendbelasting wél belangrijk vond – iets wat te lezen viel in de stukken die hij niet had gelezen.

Buma sloeg bij tijd en wijlen zelfs wartaal uit, tot hilariteit van de zaal. „Ik weet … echt, ik kan zeggen: ik denk … het grappige is: ik denk het niet.”

Het lukte de oppositie niet om Rutte echt vast te pinnen op een leugen. Dat gold wel voor zijn partijgenoot Wiebes, inmiddels minister van Economische Zaken, die vrijdag, tegenover RTL, nog had beweerd van geen enkele memo weet te hebben. Dat was de prijs die coalitie moest betalen voor het vrijgeven van diens ‘partijstuk’. Maar Wiebes wist zich met gemak, en met enig theater, in het debat staande te houden. Hij legde de schuld volledig bij zichzelf. Dat interview met RTL was „niet mijn scherpste optreden. Dat heb ik gewoon niet goed gedaan.” De oppositie maakte het hem verder niet lastig. Na slechts enkele interrupties kon Wiebes na een uur weer gaan zitten.

Toch bleef er wel een zweem van onwaarheden en draaien hangen – vooral rond premier Rutte. Zijn coalitie heeft nog geen enkel groot wetsvoorstel gelanceerd, maar ligt wel voortdurend onder vuur over haar geloofwaardigheid. Dat kan niet goed zijn voor het humeur in de Trêveszaal.

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Philip de Witt Wijnen