Drie beloften die het kabinet niet nakwam

Transparantie Doorlopende gesprekken met salafisten, openheid over donaties. Geldstromen naar moskeeën zouden glashelder worden. Niet dus.

Het ministerie van Sociale Zaken zou gemeenten hebben geïnformeerd over geldstromen naar moskeeën, maar bleek dat niet gedaan te hebben. Het is niet de enige belofte van het vorige kabinet die niet is nagekomen. PvdA’er Lodewijk Asscher, tot een half jaar geleden als minister (Sociale Zaken) verantwoordelijk voor de aanpak van moskeefinanciering, kondigde de afgelopen jaren diverse maatregelen aan om de geldstromen transparant te krijgen. Het huidige kabinet heeft die plannen overgenomen. Maar er is nog weinig van terechtgekomen, blijkt uit onderzoek van NRC en Nieuwsuur.

  1. Het convenant

    De moslimgemeenschap zou zélf gaan zorgen voor transparantie over de financiering van moskeeën. Dat schreef Asscher in december 2016 in een brief aan de Tweede Kamer. Alle grote koepelverenigingen van moskeeën „delen de visie van het kabinet” dat buitenlandse financiering ongewenste gevolgen kan hebben en willen daarom hierover afspraken vastleggen in een convenant, meldde de brief. Die boodschap was te rooskleurig. Van de vier koepels waren er toen twee vóór een convenant.

    Toch wil Sociale Zaken op 28 november 2016 het convenant graag noemen in een brief aan de Kamer. Vlak voordat de brief wordt verstuurd, vraagt het ministerie of de koepels het hiermee eens zijn. „We horen graag voor 12:00 of jullie akkoord zijn met de passage”, vraagt een ambtenaar per e-mail. „Indien de bewoording ‘convenant’ erg zwaar ligt kunnen we het wijzigen in iets anders (letter of intent, memorandum van overeenstemming, etc.).”

    Eén koepelorganisatie reageert afwijzend, de rest reageert niet. Toch gaat de brief uit.

    Inmiddels zijn de gesprekken erover gestaakt. De koepels vinden dat zij worden onderworpen aan regels die niet voor christelijke of joodse instellingen gelden. De Tweede Kamer is vorige maand geïnformeerd over het mislukte convenant, pas nadat NRC en Nieuwsuur hierachter zijn gekomen en vragen hebben gesteld.

  2. Gesprekken met moskeeën

    Een andere maatregel die moskeefinanciering transparanter moet maken, is neergelegd bij gemeenten. Zij moeten „doorlopende gesprekken” voeren met salafistische moskeeën en daarbij vragen om openheid over donaties, heeft het kabinet bedacht.

    Bij een rondgang, twee jaar geleden, bleken negen van de tien gemeenten hierover géén gesprekken te voeren met moskeeën. Hierna zei het kabinet dat de gemeenten de gesprekken toch echt zouden voeren.

    Daarom hebben NRC en Nieuwsuur gemeenten opnieuw gevraagd of zij de gesprekken over buitenlandse financiering inmiddels zijn aangegaan. Van de twintig gemeenten met een salafistische moskee voert driekwart nog steeds geen gesprekken over die financiering. Veel gemeenten geven aan dat zij helemaal geen instrumenten hebben om moskeeën te bevragen over hun financiële boekhouding, en dat zij daarom deze taak niet eens kúnnen uitvoeren.

  3. De pilot van justitie

    Het Financieel Expertise Centrum (FEC) – een werkverband van onder meer politie, justitie en Belastingdienst – zou een project starten om „meer zicht te krijgen op buitenlandse financieringsstromen”. Dat stond aangekondigd in brieven aan de Tweede Kamer in 2016 en 2017.

    Het expertisecentrum voorziet in een behoefte: voorheen was er helemaal géén centraal punt waar informatie over buitenlandse financiering werd samengebracht. Maar een wettelijke basis om te kijken naar buitenlandse financiering ontbreekt. Het centrum kan pas in actie komen als vooraf een link te leggen is met terrorismefinanciering. Hierdoor kon binnen het project, in september 2017 begonnen, slechts een paar keer informatie worden uitgewisseld over een buitenlandse geldstroom, stellen bronnen.

    Het expertisecentrum heeft het kabinet vooraf gewaarschuwd dat het niet zomaar onderzoek kan doen naar financiering die als ‘ongewenst’ wordt gezien. Dit vormde voor Asscher blijkbaar geen belemmering om de Tweede Kamer op 5 juli 2017 te melden dat het FEC-project is bedoeld om „ongewenste buitenlandse financiering” tegen te gaan.

    Lodewijk Asscher, inmiddels PvdA-fractievoorzitter, weigert in te gaan op vragen over het beleid waarvoor hij de afgelopen jaren als minister verantwoordelijk was.