Nrc Recht

De Franse revolutie heeft ook de begeerte bevrijd

We winden ons op over de beloning van topbestuurders. Niet omdat we het hen misgunnen, maar omdat iedereen zo’n inkomen begeert, schrijft Bert Pol in de Gedragscolumn.

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) (R) begroet Fleur Agema (PVV) voor afgaand aan de voortzetting debat begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ANP Jerry Lampen

Daar is het weer, rumoer over de hoogte van de beloning van bestuurders. Dit keer over de beloning van de CEO van een grote Nederlandse bank. De fikse politieke en publieke onweersbui van een paar weken terug, druppelt nog dagelijks na in de kranten.

Waarom winden we ons toch zo op over de beloning van topmanagers en bestuurders? Niemand eet er een boterham minder om als een paar mannen of vrouwen nog meer gaan verdienen dan ze al doen. Hoe is dat gedrag te verklaren? Uit authentieke verontwaardiging over de onrechtvaardigheid van een voor ons land buitenproportioneel salaris? Maar wat is rechtvaardig?  Als de buurman een veel duurdere auto of een veel hoger inkomen heeft dan ik, terwijl zijn werk niet zwaarder is dan het mijne, is dat dan onrechtvaardig? Op grond waarvan?

Tweedehands begeerte

Een verrassende, maar zeer plausibele verklaring voor de maatschappelijke verontwaardiging geeft René Girard in zijn theorie over de mimetische begeerte en geweld (Hans Achterhuis heeft daar in diverse mooie publicaties uitvoerig over geschreven).  Het komt erop neer dat er veel dingen zijn die we willen hebben, zonder dat we ze nodig hebben. We willen ze hebben omdat een ander ze begeert. Het is begeerte waar weinig authentieks aan is. Het is een tweedehands begeerte. Je hebt schoenen genoeg, maar toch wil je van die schoenen die Hugo de Jonge heeft en die je ineens overal in etalages ziet. De buurman en je zwager hebben ze inmiddels al. Een jaar geleden zou je het niet in je hoofd gehaald hebben dat soort schoenen te kopen.

Je woont in een prima huis in een prima buurt, maar als iedereen om je heen het over die nieuwe, objectief gezien vergelijkbare buurt heeft, wordt een huis daar ineens begerenswaardig. In een vrienden-  en kennissenkring krijgt iedereen ineens kinderen.

Anderen misgunnen

Dat is iets anders dan jaloezie. Bij jaloezie misgun je de ander iets. In het geval van mimetische begeert niet: je wil het ook, alleen omdat het kennelijk begerenswaardig is. Dan moet het bezit ervan wel een fantastisch gevoel geven. De CEO die financieel helemaal niets te klagen heeft, wil toch wat nog beter betaalde CEO’s op hun rekening gestort krijgen. Waarschijnlijk niet uit hebzucht, maar simpelweg omdat die anderen dat krijgen.

Bijzonder is, zoals Girard overtuigend laat zien, dat het domein van het mimetisch begeren zich in de loop van de geschiedenis heeft uitgebreid van de eigen stand naar de hele maatschappij. In de middeleeuwen was dat niet aan de orde: een boer begeerde niet wat een edelman had. In de daaropvolgende eeuwen begon dat geleidelijk te veranderen, waarbij de Franse Revolutie Liberté, égalité, fraternité proclameerde.  Iedereen is vrij en gelijk. Gelijkheid is er wettelijk gezien gekomen. Maar niet zonder bijwerkingen.  Gelijkheid is nu de bron van breed maatschappelijk ongenoegen geworden. ‘Waarom moet een ander zoveel meer hebben dan ik? Hij is als mens immers toch niet meer dan ik?’ Je begeert nu wat de CEO begeert. En je wordt kwaad als dat voor jou niet bereikbaar is. Ook woede is mimetisch. We worden kwaad omdat zoveel anderen kwaad zijn. Maatschappelijk hebben we anno 2018 dan wel in hoge mate gelijkheid bereikt, maar individueel  en collectief zijn we de slaaf van onze tweedehands begeerte geworden.  En fraternité is meestal ver te zoeken.

De Gedragscolumn wordt geschreven door sociale wetenschappers en reflecteert op de actualiteit vanuit gedragspsychologisch perspectief.

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag.

    • Bert Pol