Dagelijks huiselijk geweld in Cox’s Bazar

Rohingya-vrouwen Terwijl ze nog getraumatiseerd zijn van hun lange, zware en gevaarlijke vlucht van Myanmar naar Bangladesh, worden Rohingya-vrouwen in de kampen geslagen door hun man en uitgebuit door de omgeving.

Foto Susana Vera/Reuters

Hij heeft haar geslagen en een enkele keer zelfs tegen haar buik geschopt. Nasuma (17) is zes maanden zwanger en haar man is vaak niet blij. Ze houdt de punt van haar hoofddoek voor haar mond, ze praat zo zacht dat ze amper te verstaan is.

Nasuma en haar man waren net een maand getrouwd toen ze vanuit Myanmar naar Bangladesh vluchtten, samen met zijn ouders. Eenmaal in het vluchtelingenkamp begon het gedonder. Hij zag allerlei andere mooie vrouwen en Nasuma was niet goed genoeg meer. „Hij zei dat hij een andere vrouw wilde. Hij heeft geld nodig en als hij trouwt, krijgt hij opnieuw een bruidsschat.”

Lees ook dit vragenstuk over de Rohingya. Het islamitische volk, stateloos en rechteloos in Myanmar, vlucht naar Bangladesh.

Een paar dagen geleden pakte hij ineens zijn kleren en vertrok, vertelt Nasuma. Ze weet niet waar hij nu is en ook niet hoe het verder moet. Als hij wegblijft, moet ze het in haar eentje rooien met de baby. Als hij terugkomt, slaat hij haar vast opnieuw.

Huiselijk geweld is gangbaar in de vluchtelingenkampen in het district Cox’s Bazar in het zuiden van Bangladesh, waar bijna 900.000 Rohingya-moslims een tijdelijk onderkomen hebben omdat ze uit hun dorpen in Myanmar zijn verjaagd. Het fenomeen groeit, ziet de Noorse arts Kari Hansen van het Rode Kruis – naast de trauma’s die veel vrouwen hebben opgelopen door aanranding of verkrachting.

Hansen schat dat ze dagelijks zo’n twee tot drie extreme gevallen van mishandeling binnenkrijgen. Vrouwen die in elkaar zijn geslagen of met een mes zijn gestoken. Soms hebben ze rectale wonden. „Vrouwen zijn hier weinig waard. Ik word er soms boos van”, zegt Hansen. In oktober, toen de vluchtelingen net binnenkwamen, was het geweld veel minder, vertelt ze. Maar nu slaat verveling toe.

Prostitutie

Diezelfde verveling en uitzichtloosheid maakt de Rohingya kwetsbaar voor uitbuiting. In de kampen mogen ze officieel niet werken. Jonge meisjes kunnen ook niet naar school, dus dat maakt elke kans op een beter leven ‘buiten’ aantrekkelijk. „Als iemand langskomt die jou of je dochter werk belooft als schoonmaakster of naaister, waarom niet?”, zegt Fiona MacGregor van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die helpt organiseren in de kampen.

In de praktijk komen die vrouwen in de prostitutie terecht. Cox’s Bazar stond al langer bekend om de levendige prostitutie-industrie – nu is er een grote groep nieuw ‘aanbod’ bij gekomen. En als het voor hen geen prostitutie is geworden, krijgen ze in elk geval veel minder betaald voor veel langere werkdagen dan hun is beloofd.

Hoe vaak dit soort handel in vrouwen precies voorkomt, is niet te zeggen. De IOM heeft ongeveer veertig meldingen van mensenhandel binnengekregen, maar dat is bij lange na geen representatief aantal, zegt Fiona MacGregor. „Dat zijn alleen de gevallen die zijn teruggekomen in Cox’s Bazar en naar ons toe durfden te komen.” Officieel mogen de vluchtelingen niet weg uit het district, dat is een reden om te zwijgen. En na vijf uur ’s middags moeten hulporganisaties van de autoriteiten de kampen verlaten, dus op wat daarna gebeurt, is weinig zicht.

Een andere manier om aan geld te komen, zijn gedwongen huwelijken, vaak met minderjarige meisjes. In de cultuur van de Rohingya is dit gebruikelijk.

Rabia Bagum (26) organiseert vandaag het huwelijk van haar broer. Ze zegt dat haar familie geen bruidsschat heeft gevraagd, maar de vader van de bruid vertelt even later iets anders. Hij schat dat het huwelijk hem minstens 30.000 taka kost, dat is ongeveer 300 euro. Zijn dochter staat verderop in een hutje huilend te wachten tot ze moet aantreden. Volgens Rabia Bagum is ze achttien jaar, maar ze lijkt jonger.

Geen geld voor bruiloft dochter

In een andere hut, op een half uurtje lopen, vertelt vluchteling Fatema Khatum dat ze geen geld heeft haar dochter van 21 jaar te laten trouwen. Ze komen vaak voor haar langs en vragen dan tussen de 40.000 en 60.000 taka (400 tot 600 euro). „Het gaat hier precies hetzelfde als thuis. Er is geen verschil. Alle moslims willen geld zien.” Natuurlijk komt geweld voor, zegt ze. „Ze misbruiken een vrouw om haar familie te dwingen geld te geven.”

In de conservatieve islamitische Rohingya-cultuur horen vrouwen zo veel mogelijk binnen te blijven. Hier in de kampen kan dat soms niet. Ongeveer 16 procent van de huishoudens heeft volgens IOM een vrouw aan het hoofd van het gezin. De vader is soms overleden, zit soms nog in Myanmar of is gewoon vertrokken.

Dat laatste overkwam ook Nur Gahan (25). Ze heeft een dochter en een zoon. Drie maanden geleden ging haar man ervandoor. Ze heeft geen idee waarheen, al vermoedt ze dat hij op zoek is naar nog een derde echtgenote.

„Hij heeft in het kamp al een tweede vrouw, daar is hij ook niet.”

In Myanmar sloeg hij haar niet. Dat begon in Bangladesh. Ze had een keer rijst aan de buren geleend, maar dat vond haar man niet goed. Ze is er verdrietig om, zegt ze. „Hij is veranderd, waarom weet Allah. Maar wij mogen niet protesteren, we zijn vrouwen.”

Bekijk ook: Wat doe je als je eigen land je haat?

    • Annemarie Kas