Commissie: Europa moet inhaalslag maken in kunstmatige intelligentie

Nieuwe technologie Kunstmatige intelligentie is volgens de Europese Commissie „één van de meest strategische technologieën van de 21e eeuw”. Maar de Europese achterstand is enorm.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel geeft een robot een 'boks' op een technologiebeurs in Hannover. Foto Tobias Schwarz/AFP

De Europese Commissie schuwt grote woorden niet als het gaat om het belang van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, of AI). „Net zoals de stoommachine en elektriciteit transformeert AI onze wereld,” volgens eurocommissaris Andrus Ansip van Digitale Markt. De Commissie presenteerde woensdag haar langverwachte strategie op het gebied van robots en AI, en roept op tot een grote inhaalslag.

„Europa moet de komende twee jaar minstens 20 miljard euro investeren in de ontwikkeling van de technologie,” zegt Ansip in een persverklaring. De Commissie maakt onder meer 1,5 miljard euro vrij voor de stimulering van AI-onderzoek, en zet diverse investeringsfondsen klaar om bedrijven te stimuleren. De rest moet bijvoorbeeld komen van nationale overheden, universiteiten en bedrijven.

AI is bepaald geen toekomstmuziek: de term beschrijft een verzameling technieken, zoals machine learning: waarbij computers uit zichzelf slimmer worden zonder dat daarvoor bij elke stap menselijke programmeurs nodig zijn. De techniek wordt al volop gebruikt, bijvoorbeeld om röntgenfoto’s te beoordelen, in zelfrijdende auto’s, in zoekmachines, en door digitale persoonlijke assistenten zoals Apples Siri.

„Behalve ons leven makkelijker maken, kan AI gebruikt worden om ’s werelds grootste problemen op te lossen”, volgens de Commissie. De verwachtingen zijn hooggespannen: Ansip denkt dat AI kan bijdragen aan oplossingen voor klimaatverandering, chronische ziektes en cybersecurity-dreigingen. „Het is één van de meest strategische technologieën van de 21e eeuw.” Niet onbelangrijk: AI kan ook worden gebruikt om autonome wapens te maken.

Achterstand op alle fronten

Er is alleen een probleem: Europa loopt op vrijwel alle fronten achter bij de Verenigde Staten en China in de ontwikkeling van AI. Investeringen in de technologie, patentaanvragen, aantallen succesvolle bedrijven: de Amerikanen en Chinezen hebben een voorsprong die steeds verder groeit. Europa wil koste wat kost voorkomen dat het met AI net zo afhankelijk van het buitenland wordt als met cruciale delen van het internet nu, zoals Google en Facebook.

Daarvoor waarschuwde dinsdag ook al een groep prominente Europese AI-ondernemers en -onderzoekers.

Zij deden een oproep om in Europa een internationaal topinstituut op te richten voor AI, zoals het Zwitserse CERN-instituut dat is voor deeltjesfysica. Volgens de wetenschappers zijn er weliswaar nog enkele „onderzoekshotspots” in Europa, maar verdwijnen vrijwel alle topmensen uit die hotspots naar Amerikaanse bedrijven als Uber, Amazon en Microsoft. Veelzeggend: veel ondertekenaars zijn Europeanen die werken voor precies die Amerikaanse bedrijven.

CERN-achtig instituut

De nieuwe EU-strategie spreekt zich nog niet expliciet uit over zo’n CERN-achtig instituut. Het is ook onduidelijk hoeveel dat precies zou kosten. Maar tal van rapporten onderschrijven de zorgen van de onderzoekers dat Europa dramatisch achterloopt. Uit een onderzoek van de Europese Commissie uit januari blijkt dat 70 procent van alle economische voordelen van AI terechtkomen in China en de VS. In datzelfde rapport stond dat Amerikaanse bedrijven tot 23 miljard dollar (zo’n 19 miljard euro) investeren in de techniek, Aziatische ondernemingen tot 12 miljard, terwijl Europese bedrijven blijven steken op maximaal 4 miljard dollar.

Eén van de bekendste AI-bedrijven van Europa, het Britse DeepMind dat beroemd werd door een computer een mens te laten verslaan in het zeer complexe bordspel Go, is overgenomen door Google. De Europese Commissie noemt ook quantumcomputers, supersnelle experimentele computers, als voorbeeld van een cruciale techniek voor de verdere ontwikkeling van AI. Maar ook het topinstituut van Nederland op dat gebied, het Delftse QuTech, werd in 2016 deels overgenomen door het Amerikaanse Microsoft.