Opinie

Kritiek per vonnis op één advocaat kan vertrouwen in proces beschamen

Moet de rechter een zaak beoordelen of een advocaat? Of allebei? Hoe dan ook, de oorvijg die de rechtbank Amsterdam afgelopen donderdag uitdeelde aan de Rotterdamse strafpleiter mr. Inez Weski dreunt na in juridisch Nederland. Moet dit nou echt zo? Kan dit wel? Veel advocaten voelen zich functioneel gekwetst door de Amsterdamse strafkamer die in een vonnis Weski’s betoog „wijdlopig en niet grammaticaal correct” noemde. Daardoor was het voor de rechtbank „niet eenvoudig” om tot een „begrijpelijke samenvatting” te komen dan wel er „structuur in te ontdekken”. „Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten” bleken „niet eenvoudig te onderscheiden”. Sindsdien gaat op sociale media een fragment uit haar pleidooi van hand tot hand dat krap vierhonderd woorden telt, zonder enige interpunctie. Of gelegenheid tot ademhalen. Ook dook er een eerder arrest van het hof in Den Bosch op, dat een negentig pagina’s tellende pleitnota van Weski omschreef als een „onontwarbare kluwen van kritiek, stellingen en beweringen”. Haar verweer „voldeed niet aan de verwachtingen” en „ligt om die reden voor afwijzing gereed”.

Zo’n testimonium paupertatis is meer dan pijnlijk. Het roept vragen op, niet alleen over een advocaat die kennelijk juridisch niet (meer) kan communiceren met de rechters. Maar ook over de rechters, die naar het uiterste middel van het openbare vonnis grijpen om één advocaat de oren te wassen. Zoiets is meer dan een publiek désavoué – het is een afrekening in het juridische milieu. De Rotterdamse deken zei desgevraagd tegen NRC een gesprek met mr. Weski te „overwegen” over haar „pleitstijl”. Waarmee hij dus de kans miste om als eerste voor zijn ambtgenoot op te komen. Het was passend geweest als de deken juist een gesprek met de president van de rechtbank had aangekondigd. Om te informeren of hier sprake was van een incident. Of de advocaat tijdens zittingen was aangesproken op wijdlopigheid. Of was aangespoord haar standpunten beter te organiseren? En zo nee, waarom dan niet?

Kennelijk was er twijfel bij de rechters of de advocaat wel beschikt over voldoende kennis en vaardigheden om een goed verweer te kunnen voeren. Als dat zo is, dan plegen rechters dat via hun president bij de balie aan te kaarten. De deken is dan bevoegd om zo’n advocaat te corrigeren zonder het vertrouwen in het strafproces te beschadigen. Want dat is nu ook gebeurd. Over de kwaliteit van een bekend strafpleiter liggen nu fundamentele vragen op tafel. Die hadden eerder gesteld moeten worden. En vooral ook beantwoord.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.