Wilde staking ontslaat TUIfly niet van plicht tot vergoeding

De rubriek Economie & Recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Begin oktober 2016 moest de Duitse luchtvaartmaatschappij TUIfly meer dan honderd vluchten annuleren. Nog veel meer vluchten liepen uren vertraging op. De oorzaak was massale ziekmelding door het vliegend personeel in reactie op een ingrijpend reorganisatieplan van de directie. TUIfly weigerde de gedupeerde luchtreizigers de standaardvergoeding waarop zij aanspraak kunnen maken bij annulering of langdurige vertraging. De prijsvechter beriep zich op overmacht. Veel passagiers pikten dat niet. Via rechtbanken in Hannover en Düsseldorf belandden hun klachten bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Kernvraag: overmacht of niet?

In de Europese wet staat dat de vliegmaatschappij geen vergoeding hoeft te betalen als zij kan aantonen dat de oorzaak van annulering of langdurige vertraging ligt in „buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden”. Over de reikwijdte van deze bepaling – financiële nood, botsing met vogels, storing, verborgen fabricagefout, sabotage, vulkaanuitbarsting – heeft het Europees Hof in de loop der tijd een hele reeks uitspraken gedaan. Dit keer ging het om de vraag of een ‘wilde staking’ onder het mom van ziekteverzuim de luchtvaartmaatschappij ontslaat van de plicht tot vergoeding.

Het Hof besliste vorige week dat de risico’s die voortvloeien uit een arbeidsconflict inherent zijn aan de normale uitoefening van het luchtvaartbedrijf en dat TUIfly wel degelijk invloed kon uitoefenen op de wilde staking. Deze was immers meteen afgelopen nadat de directie op de vijfde actiedag een akkoord had bereikt met vertegenwoordigers van de werknemers. TUIfly moet alsnog dokken.

Uitspraak: ECLI:EU:C:2018:258

    • Joop Meijnen