‘We hebben de Franse pers wakker geschud’

Mediapart De Franse nieuwssite Mediapart doet de ene onthulling na de ander, met oud-president Nicolas Sarkozy als voornaamste slachtoffer. Maar de door hoofdredacteur Edwy Plenel geleide site ligt ook zelf onder vuur.

Foto Bruno Coutier/AFP

Hij wil niet triomfantelijk overkomen. „Wij doen gewoon ons werk, onze informatie is solide”, zegt de Franse journalist Edwy Plenel (65) afgemeten over de nieuwste wendingen in de juridische affaires rond oud-president Nicolas Sarkozy. Die zaken begonnen, bijna allemaal, bij onthullingen in de door Plenel geleide nieuwssite Mediapart.

Juist afgelopen maand, toen Mediapart zijn tienjarig bestaan vierde, stelde Justitie de oud-president in staat van beschuldiging omdat hij in 2007 miljoenen euro’s aan campagnefinanciering ontvangen zou hebben van de Libische leider Moammar Gaddafi. Mediapart, al sinds de oprichting een gevreesde onthullingsmachine, publiceerde in 2012 de eerste belastende informatie. „Nep”, oordeelde Sarkozy in maart na 25 uur politieverhoor. Mediapart heeft geen bewijs en Plenel is „vrienden met de bende van Gaddafi”.

„Het is altijd een strijd om nieuws te brengen dat ongelegen komt, vooral in een land met een zwakke democratische cultuur als Frankrijk”, lacht Plenel, zijn ogen iets toeknijpend. „Dat zijn we inmiddels gewend.” Ook toen Mediapart in 2013 onthulde dat de socialistische minister Jérôme Cahuzac, die moest optreden tegen belastingontduiking, er zelf geheime bankrekeningen op nahield, duurde het maanden voordat Mediapart door andere media en de politiek serieus werd genomen. Cahuzac trad af en werd tot drie jaar cel veroordeeld.

„Ze gebruiken ons graag als zondebok”, zegt Plenel, ex- hoofdredacteur van Le Monde, op zijn redactie nabij Bastille in Parijs. „Maar niet Mediapart maar Justitie is het probleem van Monsieur Sarkozy. De beschuldigingen zijn zwaar.”

Is Mediapart voor onthullingen in dit soort affaires in 2008 opgericht?

„Nee, om journalistiek te bedrijven, zoals ik eerder bij Le Monde deed. We wilden onze professionele traditie in de digitale tijd voortzetten. Dat betekende voor ons het verdedigen van de relatie tussen een krant en zijn lezers, via lidmaatschap. Met dat betaalmodel waren we de eerste in de wereld.”

Wat is voor u goede journalistiek? Nieuws?

„Niet alleen. We hebben ook buitenlandverhalen en analyses. Een goede journalist biedt informatie die een algemeen belang dient waardoor de burger vrij en autonoom kan zijn. Maar in de digitale tijd richten we ons meer dan vroeger op een publiek dat al veel weet. Dan moet je in een krant dingen vinden die je elders niet vindt. Scoops zijn dus belangrijk, ook om mensen op onze site te krijgen. We zijn een beetje de Robin Hood van de journalistiek: we pakken geheimen van de machtigen om ze onder het grote publiek te verspreiden.”

Mediapart is in zekere zin de Franse voorloper van De Correspondent. Het economisch model, met leden, is vergelijkbaar. „Dat hebben ze van ons overgenomen”, zegt Plenel. Maar er zijn ook grote verschillen. „De Correspondent is meer magazine dan krant”, vindt hij. De site van Mediapart is newsy en functioneel, maar in vormgeving weinig spectaculair: een witte achtergrond met (veel) zwarte schreefletters en weinig beeld. Leden kunnen blogs bijhouden (‘Le Club’), die net als een klein nieuwsdeel vrij toegankelijk zijn.

En dat werkt. Na een paar verliesgevende beginjaren, maakt Mediapart nu al zeven jaar winst, in 2017 zelfs 16 procent. (Omzet: 14 miljoen euro.) Er zijn tegen de 150.000 betalende abonnees, wat voor Frankrijk veel is. Plenel laat geen gelegenheid onbenut om te benadrukken dat een klassieke krant als Libération dagelijks nog maar zo’n 50.000 exemplaren verkoopt. Le Monde, waar hij tot 2004 hoofdredacteur was, en Le Figaro zitten beide rond 250.000 betaalde exemplaren. Terwijl alle grote landelijke Franse kranten tegenwoordig in handen zijn van miljardairs, is Mediapart met 83 man in vaste dienst nog altijd onafhankelijk.

Lees ook: Steeds vaker denkt, doet en schrijft de lezer mee, bleek bij het International Journalism Festival in Perugia.

„Verkeren kwaliteitsmedia in crisis? Nee, de pers heeft zich laten destabiliseren door de digitale revolutie en de cultuur van gratis weggeven. Dat heeft tot directheid en oppervlakkigheid geleid. Wij wilden hiërarchie, relevantie en meerwaarde.” Met de aandacht voor onderzoek zegt Plenel de Franse journalistiek te hebben „wakker geschud”. Ook andere kranten hebben daar nu meer aandacht voor. „Maar we hebben bij iedere affaire in de eerste plaats moeten strijden tegen het mediasysteem zelf, tegen kranten die ons nieuws niet overnamen. De pers was ingeslapen.”

Hoe komt dat?

„Dat heeft volgens mij te maken met de eigendomskwestie, dat alle grote media zijn opgekocht door ondernemers van buiten de mediawereld. Daarnaast zijn Franse kranten voor een groot deel afhankelijk van overheidssubsidies. De sleutel tot ons succes is dat we bestaan dankzij lezers. We nemen geen publiek geld aan, terwijl anderen zo’n 80 miljoen euro per jaar krijgen, en we hebben geen privédonateurs of advertenties. Als je subsidie krijgt en ook nog eens geld krijgt van Google en Facebook, dan zit je in een comfortabele positie en werk je niet hard genoeg om op eigen kracht lezers te vinden.”

Wat is er tegen als miljardairs kranten kopen?

„Die hebben andere belangen. We hebben als journalisten vaak de slag verloren. Ik ook, vroeger bij Le Monde. Redacties weten zich niet goed te verdedigen. Maar dat moet. Je kunt niet tegen lezers zeggen: steun ons, maar we staan niet pal voor onze eigen onafhankelijkheid.”

De hoofdredacteur van Libération, eigendom van telecombaas Patrick Drahi, zegt dat hij onafhankelijk is.

„Ja natuurlijk. Totdat hij aan de belangen van zijn eigenaar komt. Bernard Arnault is de rijkste man van Europa en bezit de belangrijkste financiële krant van Frankrijk (Les Echos), de grootste volkskrant (Le Parisien) en een radiozender (Radio Classique). In die media kun je niet over de zaken van Arnault spreken. Het Franse kapitalisme is ultraliberaal, maar politiek zijn we dat niet.”

Maar is dat typisch Frans?

„Politicoloog Pierre Rosanvallon spreekt van Frans illibéralisme, on-liberalisme: een monarchistisch, statelijk en gecentraliseerd systeem dat geen pluraliteit accepteert. Napoleon heeft de verticale monarchale cultuur hersteld en als journalist word ik daar al veertig jaar, onder alle Franse presidenten, mee geconfronteerd. Kijk maar hoe Mediapart aangevallen wordt.”

Want meer dan ooit lag Mediapart afgelopen najaar onder vuur. Niet na een onthulling, maar juist om iets dat het niet wist – of niet wilde weten: de misbruikaffaires van Tariq Ramadan. Plenel heeft in het verleden met de omstreden islamgeleerde opgetreden en een groot onderzoek van Mediapart in 2016 naar Ramadans politieke opvattingen was volgens critici iets al te inschikkelijk.

“Als journalist moet je in staat zijn tegen jezelf in te denken, informatie te brengen die je eigen overtuigingen overhoop gooit”

Na de eerste aangiftes tegen Ramadan plaatste het satirische blad Charlie Hebdo daarom op de cover een prent van Plenel wiens massieve snor het zicht op de werkelijkheid ontneemt. ‘We wisten het niet’, stond er. Oud-premier Manuel Valls, adept van Charlies strijd tegen religie en multiculturalisme, ging nog verder en verweet Mediapart „intellectuele medeplichtigheid” bij terrorisme. Plenel had immers eerder een pamflet gepubliceerd waarin hij zich tegen ‘islamofobie’ keerde, een door Ramadan gepopulariseerd begrip.

„Vroeger bij Le Monde werd ik er gelijktijdig van beticht CIA-agent en geïnfiltreerde trotskist te zijn en nu ben ik blijkbaar een islamo-gauchiste”, lacht Plenel. „Maar ik wil beoordeeld worden op mijn werk als journalist.”

Daarbij zijn er volgens hem twee constante factoren. „Ik ben een radicaal democratische journalist en ik pleit voor een multicultureel Frankrijk dat zijn diversiteit en pluriformiteit bewust accepteert en er een kracht van maakt in plaats van een zwakte. Een uniforme visie op de Franse identiteit bestaat volgens mij niet. Maar dat idee leidt in Frankrijk, anders dan in Angelsaksische landen tot grote verwarring.”

Waarom?

„Omdat Frankrijk nooit de koloniale vraag heeft opgelost. We denken nog steeds dat we een wereldrijk zijn. Zolang we dat imaginaire Frankrijk niet ontward hebben, zolang we die dominante relatie ten opzichte van oude en bestaande koloniën niet ontward hebben, lossen we de Franse identiteitscrisis niet op. Ik vind het vreselijk dat jongeren zich aansluiten bij een totalitaire ideologie en uit naam daarvan terroristische aanslagen plegen. Maar onze islamitische landgenoten zijn daar net zo goed slachtoffer van.”

U bent economisch onafhankelijk, maar critici verwijten u politiek nogal links te zijn.

„Historisch gezien heb ik natuurlijk een linkse achtergrond.” (Plenel begon zijn carrière als ‘Joseph Krasny’ in het communistisch gebladerte.) „Maar ik heb laten zien dat ik niet denk dat links per definitie een hogere moraal heeft. Als journalist moet je in staat zijn tegen jezelf in te denken, informatie te brengen die je eigen overtuigingen overhoop gooit. Dat is wat ik doe.”

Heeft uw ledenmodel voor onafhankelijke journalistiek toekomst?

„Voor de algemene kwaliteitspers is dit online-model het beste, denk ik. Ook omdat het minder kost dan een gedrukte krant. Maar we hebben nog een strijd te winnen tegen de vercommercialisering van online informatie. In de Angelsaksische journalistiek sprak men altijd van een wall die verkoop en redactie scheidt. Maar die muur is door Google, Apple en Facebook definitief gevallen. Hun algoritmes hebben reclame in het hart van de informatieverspreiding gebracht en dat is een slechte zaak. Kranten die daar aan meewerken, lopen groot risico, want algoritmes leiden tot de dictatuur van de klik. Bij een krant draait het niet om kijkcijfers. Het gaat om een publiek. Journalistiek is voor alles een democratische conversatie.”

    • Peter Vermaas