Opinie

    • Maxim Februari

Wat we van Humpty Dumpty leren kunnen

In de geschiedenis van de westerse wijsbegeerte bestaat zoiets als ‘Humpty Dumpty’s taaltheorie’. In een actuele kwestie rond de Amerikaanse constitutie lijkt die theorie me hoogst relevant. Laten we Humpty Dumpty er dus maar eens bij pakken.

Allereerst dit. Was Humpty Dumpty een ei? De vraag houdt de Britten nog steeds volop bezig. Humpty is ooit tot leven gekomen in een oud kinderversje waarin hij op een muur zit, en meestal is hij dan afgebeeld als een ei. In de negentiende eeuw duikt hij op in Lewis Carrolls Alice in Spiegelland (het in 1871 verschenen vervolg op Alice in Wonderland) en zijn eivormigheid brengt Alice daar flink in verlegenheid; al converserend begint ze namelijk over zijn prachtige ceintuur. Om zichzelf meteen tot te orde te roepen. „Een mooie das, bedoel ik – neen, een ceintuur, ik bedoel – neemt u me niet kwalijk!” Wist ik maar, denkt ze geschrokken, „wat zijn hals en wat zijn middel was!”

Humpty Dumpty, hoewel eerst heel kwaad – „zoiets heb ik nog nooit meegemaakt”, zegt hij, „ze kan nog niet eens een das van een ceintuur onderscheiden!” – komt vervolgens met een theorie waarin hij de gedachte verwerpt dat woorden in een taalgemeenschap een vaste betekenis hebben. Woorden betekenen wat je besluit dat ze betekenen. De intentie van de gebruiker is leidend en staat los van de conventionele betekenis. Het draait erom wie de baas over de taal is, zegt hij. En dat is de kern van Humpty Dumpty’s taaltheorie.

Deze passage van Carroll, wiskundige en taalfilosoof, stelt in alle eenvoud de basisvraag voor de komende decennia. Wie is de baas over de woorden, wie bepaalt de interpretatie van tekst? Vooral op het gebied van regelgeving wordt dat ongetwijfeld nog een spannende strijd. Als je regels wilt automatiseren, bijvoorbeeld, moet je ze in formele taal gieten, zodat programma’s ze kunnen lezen. En juist intentie is in formele talen een lastig verschijnsel. Het besef is nog niet overal doorgedrongen, maar over een tijdje zullen we onze neus stoten tegen de vraag wat de bedoeling van regels is.

Was ik een filosoof, en was dit iets deftigs en geleerds, dan zou ik nu moeten beginnen over de menselijke geest en intentionaliteit. Maar kom op zeg, dit is een column. Een verwijzing naar Alice moet genoeg zijn. De Alice-boeken laten zien dat woorden niet alleen van betekenis kunnen veranderen, maar dat het ook een hele toer kan zijn ze op de wereld toe te passen als je de betekenis eenmaal te pakken hebt. Je weet wat een das is en je weet wat een ceintuur is – maar zit het ding nu om iemands middel of om zijn hals?

Vorige week speelde in de Verenigde Staten een zaak over onduidelijkheid van regels. Het Supreme Court besloot een jonge immigrant niet uit te wijzen na veroordeling wegens inbraak. De wet schrijft deportatie van ‘non-citizens’ voor – ook als ze legaal in het land verblijven – zodra ze zijn veroordeeld voor een misdaad waarbij een ‘substantieel risico’ bestaat op het plegen van geweld. Een lagere rechter had besloten dat zo’n risico bij inbraak bestaat. Maar het Supreme Court oordeelde dat de wet veel te vaag en onzeker is om inbraak als gewelddadige misdaad te zien.

Opmerkelijk aan deze uitspraak was de opstelling van rechter Neil M. Gorsuch. De conservatief Gorsuch, een jaar geleden nota bene door president Trump benoemd in het Hof, schaarde zich tot ieders verrassing aan de zijde van de liberale rechters, zodat de liberale opinie de overhand kreeg. In een afzonderlijk opgestelde verklaring legde Gorsuch uit waarom hij iemand niet wilde deporteren op basis van een vage wet. Vage wetten lokken willekeur van de macht uit, schreef hij. „Vague laws invite arbitrary power.”

Is een wet onduidelijk geformuleerd, dan kent niemand de bedoeling ervan en kunnen aanklagers of rechters die er zelf bij verzinnen. Dat gaat in tegen de scheiding der machten: de wetgever mag zijn wetgevende taak niet afschuiven op de rechter. Bij deportatie na inbraak, schrijft Gorsuch, zijn rechters door het zwijgen van de wet overgeleverd aan hun intuïtie en de rechtssubjecten aan hun lot. Dat is niet constitutioneel. „In my judgment, the Constitution demands more.”

Commentatoren wezen erop dat rechter Gorsuch eerder al bezwaar maakte tegen instanties die taken inpikken van de rechter. Al met al, zou je kunnen zeggen, stelde hij de Humpty Dumpty-vraag wie nu eigenlijk de baas is over de woorden. En zijn verstandige inzicht luidde dat de macht niet de baas is en de meerderheid ook niet. Er is een afgewogen rolverdeling bij toepassing van woorden op de wereld. Zo kwam deze jurist met een wijsheid die we hopelijk meenemen als we wetten straks gaan uploaden naar programma’s.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari